De rol van de VN

TERWIJL DE Russische premier in Davos zijn afkeer uitsprak van verdere pressie op Servië, zijn de Geneefse vredesonderhandelingen vastgelopen in de afwijzing door partijen van het vredesplan der bemiddelaars. Het woord is nu aan de Veiligheidsraad waar moet worden beslist over het nadere optreden van de VN. Het oude dilemma of dwang dan wel overreding het geëigende middel is, doet zich ten aanzien van de strijdende partijen in het voormalige Joegoslavië in verhevigde mate voor. De VN hebben tot nu toe een mengsel van beide bestanddelen toegepast, en over het resultaat kan worden getwist.

Het dilemma wordt versterkt doordat de VN, en bepaald de Veiligheidsraad, opereren met een diffuse taakstelling. Enerzijds past de Raad het Handvest toe, en oefent daarmee een bijkans rechtsprekende functie uit. Aan de andere kant is de raad een politiek lichaam, waarin de machtigste landen in de wereld het voor het zeggen hebben en met hun individuele vetorecht iedere actie kunnen dwarsbomen. Over de ideologische en politieke tegenstelling die als de Koude Oorlog de geschiedenis is ingegaan, heeft de Raad zich dan ook nimmer uitgesproken. Een element van willekeur ligt dus per definitie in de uitspraken van de Raad over de handhaving van het Handvest besloten.

DE ZAKEN WORDEN verder verduisterd doordat de belangrijkste opdracht aan de VN, de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, in voorkomende gevallen om nadere uitleg vraagt. De troebelen in het voormalige Joegoslavië zijn daarvan een voorbeeld. De vroegere deelrepublieken hebben zichzelf tot soevereine mogendheden uitgeroepen en daarbij internationale erkenning gevonden. De binnenlandse strijd evalueerde daardoor tot formeel gescheiden conflicten die voor zover er sprake is van grensoverschrijdende consequenties, of het risico daarvan, voldoen aan de termen van het Handvest. De VN hebben zich weliswaar in de eerste plaats opgesteld als bemiddelaar, maar door middel van de extra sancties tegen Servië en Montenegro hebben zij toch ook een indicatie van de hoofdschuldige gegeven.

Of er inderdaad een Balkanoorlog dreigt, zoals van het begin af van verschillende zijden is gesuggeerd, is de vraag. Maar een aanpak blokkerend meningsverschil tussen de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad zou de conflicten pas echt tot een internationale crisis maken omdat dan 1) de VN opnieuw verlamd zouden raken en 2) de grote landen van Oost en West voor het eerst sinds het einde van de Koude Oorlog weer tegenover elkaar zouden komen te staan. De bemoeienis van de VN met Joegoslavië zou dan een averechts gevolg hebben gekregen.