Autonoom info/axie centrum blij met irritatie ministerie

De "axie-voerders' vinden het prima dat Justitie de buik vol van hen heeft. Het "autonoom info/axie centrum' is tenslotte een actiegroep, geen vriendelijke lobbyclub. De acties richten zich vooral op het grenshospitium.

AMSTERDAM, 1 FEBR. "Gezocht wegens moord op een zwangere asielzoekster: Aad Kosto, sober doch humaan.' De afbeelding van de staatssecretaris prijkt prominent tussen de tientallen protest- en solidariteitsposters die de ramen van het autonoom info/axie centrum in Amsterdam blinderen. Binnen zijn de wanden volgestouwd met boeken over vluchtelingenbeleid en folders als "Being illegal ... and the police'. Naast de deur staat een stoffige stencilmachine, een reliek uit vroeger tijden. Het centrum werkt in de jaren negentig met vier computers, een laserprinter, een fax en twee lay-outtafels. De actievoerders zijn met hun tijd meegegaan.

Een van de oprichters van het autonoom info/axie centrum, Ed Hollants (van huis uit zoölogisch analist), heeft de kantoorpoes op schoot genomen en legt de verschillen uit met de actiebewegingen van tien, vijftien jaar geleden. “Toen waren we al tevreden dàt we actie hadden gevoerd, nu willen we ook werkelijk degenen bereiken die we iets te zeggen hebben.”

De "wij' van vroeger waren in de jaren tachtig anti-apartheidstrijders, anti-militaristen en krakers. “Heel veel van hen hebben de moed verloren.” Ed Hollants, Roemer van Oordt en de zes andere medewerkers van het autonoom centrum niet. Of het nu de nederzettingenpolitiek van Israel is of het vluchtelingenbeleid van Aad Kosto, het centrum legt er onvermoeibaar dossiers over aan en geeft persberichten en artikelen uit. “We zijn uit ons isolement getreden, men neemt ons serieus”, zegt Hollants.

Het autonoom centrum werd opgericht in 1990. Acht mensen werken er, drie van hen zitten deze ochtend in het pand. Dat is ook de bedoeling: het centrum moet bereikbaar zijn van 10 tot 5 - “Kantooruren, zeg maar”. De meeste kantooruren worden besteed aan het Nederlandse vluchtelingenbeleid, volgens Hollants en Van Oordt een van de symptomen van de verrechtsing van de maatschappij. Hun pijlen richten ze met name op het grenshospitium, het gesloten asielzoekerscentrum in Amsterdam waar kansloze asielzoekers moeten verblijven tot ze kunnen worden uitgewezen of toch naar een "open' opvangcentrum mogen gaan.

Het grenshospitium - in het autonomencentrum zeggen ze consequent "grensgevangenis', zoals ze asielzoekers steeds "vluchtelingen' noemen - is een gevangenis, dat staat voor de medewerkers van het centrum als een paal boven water. En het regime wordt er steeds strenger. Hollants: “Zodra mensen lastige vragen stellen worden ze in een isoleercel gegooid. Maar het is onvermijdelijk dat ze na een tijdje vragen waarom ze er niet uit mogen als ze niet zijn veroordeeld en niets anders hebben gedaan dan Nederland binnenkomen.” De maatregelen waarmee Europa zich voor buitenlanders afgrendelt, brengen de mensenrechten in de knel, vindt hij.

Twee medewerkers van het centrum gaan eens per week op bezoek bij de inwoners van het hospitium. “We bemiddelen met advocaten, regelen soms een dokter voor ze”, zegt Hollants. Waarbij hij zijn afschuw uitspreekt over de kwaliteit van de medische zorg in het grenshospitium. “Alle lichamelijk klachten die de inwoners hebben vinden ze daar aanstellerij. Hoofdpijn en andere medische klachten worden afgedaan met een paracetamolletje.” Het centrum heeft een lijst van artsen die gratis illegalen willen helpen en een beperkt aantal adressen voor de opvang van vluchtelingen. “Maar we kunnen niet alle praktische problemen voor ze oplossen, dan hebben we geen tijd meer om ons op de politiek te richten.”

Ze zijn geen "lobbyclub', het autonoom centrum zal niet bij ambtenaren van Justitie aan tafel schuiven, zoals bijvoorbeeld Vluchtelingenwerk dat wel doet. Het ministerie wil zelfs geen antwoord meer geven op telefonische vragen van het centrum. Alleen brieven worden beantwoord. “We zijn meer confronterend dan Vluchtelingenwerk. Een subsidie zit er voor ons dan ook niet in.” De verhouding tussen het centrum en Vluchtelingenwerk noemt Hollants "nu redelijk'. “Ze gaan hetzelfde denken over het grenshospitium: dat moet dicht.”

Woordvoerster V. Biesman van Vluchtelingenwerk beaamt dat: “We zijn tegen de opsluiting van asielzoekers, dus tegen het instituut grenshospitium. Maar zij van het autonoom centrum zeggen dingen die wij niet zo snel zullen zeggen.” Ondanks dat Vluchtelingenwerk een eigen kamer heeft in het grenshospitium en een officieel spreekuur, laat Biesman er geen misverstand over bestaan: “We werken niet samen met Justitie. Maar we vinden wel dat we meer voor de mensen in het hospitium kunnen doen als we daar werken.”

Het autonoom centrum wil Justitie vooral tégenwerken. Hollants: “Bij Justitie klagen ze: "We hebben honderden inrichtingen en jullie zeuren altijd maar over dat Grenshospitium.' Dat betekent dat we prikken waar het nodig is.

G. Verhoog, voorlichter van Justitie: “Ze hebben me eens, na lang proberen, telefonisch weten te bereiken. Ik heb ze toen een uur moeten aanhoren zonder er een speld tussen te krijgen. Elk fax-bericht dat zij doen uitgaan en waarop de pers reageert, bezorgt ons het heidense karwei van alles nazoeken. Ik moet er voor waken dat dit niet teveel beslag op me gaat leggen.”

Ed Hollants en Roemer van Oordt kijken elkaar tevreden aan: “Mooi, laten ze hun buik maar volhebben van ons.”