Atletes zonder gezicht in smetteloos wit

Boven de matkoperen loper brandden de glimmende koperen kroonluchters. De openingsspeech galmde vanaf de kansel. De sponsors waren neergestreken in de kerkbanken, het collectezakje was al eerder langs geweest. In de pauze speelde een organist. De lokatie voor de finale van de Neêrland Trophee, een wereldbekerwedstrijd degenschermen voor vrouwen, was met zorg gekozen: de Nieuwe Kerk in Den Haag. De zaal was al gevuld toen de deelnemers en genodigden hun plaatsen hadden ingenomen.

Schermen zoekt steun. Van bijvoorbeeld een zaterdag aanwezige NOC-bestuurder. De sport vecht voor het behoud van de olympische status. Schermen zou op de zwarte lijst van het Internationale Olympisch Comité staan. Op golflinks gaat nu eenmaal meer geld om dan in schermzalen en het vastgestelde aantal bedden in het atletendorp dwingt de notabelen tot een strenge selectie. Dit weekeinde werd daarom de tegenaanval ingezet. In Parijs laafde Juan Antonio Samaranch zich gisteren tijdens een mannentoernooi op floret temidden van vierduizend toeschouwers aan de champagne van sponsor Fabergé. Ter verduidelijking schermden de opponenten daar niet beiden in wit, maar in rood en groen. Bovendien experimenteerde olympisch kampioen Eric Srecki met een geheel doorzichtig masker. Een ventilator moet beslaan voorkomen.

In Den Haag gingen de deelneemsters een stap verder. Ze hopen op uitbreiding. Ze willen dat hun spectaculaire degen, een wapen dat vrouwen zes jaar geleden voor het eerst ter hand namen, wordt toegevoegd aan het olympisch programma. Daar prijkt nu voor vrouwen nog slechts de floret, een ingewikkelde discipline met voor leken moeilijk te begrijpen conventies. Degen is eenvoudiger, de eerste treffer geldt. Kracht en snelheid zijn net zo belangrijk als techniek.

Op de van koperdraad geweven loper in de kerk stonden acht vrouwen in de finale. Atletes zonder gezicht in maagdelijk witte uitmonstering. Hun ogen waren tijdens de partijen verborgen achter zwarte metalen maskers. Rode en groene lampjes gaven aan wie als eerste een treffer plaatste. De finale was overzichtelijk, het feest duurde ruim een uur, verrassingen bleven uit. De Hongaarse wereldkampioene won. Toen ze haar prijs openmaakte, brak er voor de eerste maal die dag een lach door het strakke gelaat van Marianna Horvath. In de grote kartonnen doos zat een toren geluidsaparatuur.

Het enige dat zaterdagavond in de Nieuwe Kerk ontbrak was een Nederlandse schermster onder de laatste acht. Pernette Osinga, nummer drie van de wereldranglijst, heeft zich zo geweerd als ambassadrice van haar sport dat ze zich zelfs tijdens het toernooi niet aan verplichtingen kon onttrekken en zich niet volledig concentreerde op haar wedstrijden. Jos Hofmans-Clark, een andere pupil van maitre Kasper Kardolus, overtrof zichzelf, maar sneuvelde met een elfde plaats.

De 19-jarige Claudia Kobel eindigde vorig jaar als derde. De wereldkampioene bij de junioren werd dit jaar veertiende. Ze zou graag voor Nederland schermen, zo vertelde ze, maar komt uit voor Duitsland. Drie jaar geleden kreeg ze als Nederlands jeugdkampioene van het Leo van der Kar-fonds een stage bij een Duitse trainer. Met een Nederlandse moeder en een Duitse vader beschikte ze ook over een Duits paspoort. Ze wilde liefst iedere dag schermen en kon tot haar genoegen terecht bij die Duitse trainer op een scherminternaat in Bonn. Daar ontwikkelde ze zich razendsnel tot een groot talent, een Duits talent. “Als ik voor Nederland wil schermen, moet ik eerst drie jaar stoppen”, legde ze uit. Dat is te veel gevraagd.

Osinga en Kobel hoorden tot het honderdtal vrouwen dat overdag werd geëlimineerd in een sporthal in Zoetermeer. In die hal lagen twaalf lopers. Daar tussenin en er omheen zwerfden schermsters, coaches, tassen, degens, bidons en kledingstukken die het lichaam moesten beschermen tegen de degenpunten. Een bonte verzameling nationaliteiten in een chaos van kletterend metaal, vreugdekreten en bedekte woede-uitbarstingen. Telkens partijen van twee sets van vijf minuten. Ze kwamen uit Kiev en Tallin, uit Kazachstan en Portugal, of, zoals Kobel, uit Ter Apel en Bonn. Ze hopen in Atlanta op hun favoriete wapen te mogen schermen. De degen, de discipline van de toekomst.