WALVISVANGST

Nieuwe beschryving der walvischvangst en haringvisschery, met veele byzonderheden daar toe betreklyk. Amsterdam 1792 met een inleiding door J. C. A.Schokkenbroek 504 blz., geïll., Van Wijnen 1992, f 239,50 (bij intekening op de reeks f 199,50) ISBN 90 5194 083 1

Voor de gefortuneerde liefhebber is het niet zo'n probleem. Door systematisch veilingen en antiquaren af te lopen kan hij zijn bibliotheek gedurig verrijken. Het kost tijd en geld, dat is waar, maar de beloning is groot: oude drukken en als het even kan ook nog in mooie banden. Voor de onderzoeker met de smalle beurs, voor gebruiksbibliotheken van universiteiten en musea ligt het anders. Het gaat hen minder om een authentieke uitgave dan om de oorspronkelijke tekst en daarvoor is een facsimile-editie een uitkomst.

De Franeker uitgeverij Van Wijnen, gespecialiseerd op boeken over overzeese geschiedenis, legt zich ook al enige jaren toe op de uitgave van facsimiles van historische boeken. In 1990 is Van Wijnen begonnen met een maritiem-historische reeks, waarin jaarlijks een deel verschijnt. Zo verscheen Leven en bedryf van den vermaarden zeeheld Cornelis Tromp, een biografie uit 1692 en Leven en daden der doorluchtighste zee-helden en ontdeckers van landen deser eeuwen uit 1676. Het zijn kloeke boeken vol vaderlandsliefde en ontdekkingslust, maar dan nog in een onvervalste, niet van een romantische waas doordrenkte snit.

Een derde deel zou wel eens een ruimer publiek kunnen treffen. Dit gaat niet zozeer over heldendaden ter zee, maar behelst een opmerkelijke prestatie van 17de-eeuwers in dienst van de Verenigde Oostindische Compagnie. Dit deel heet Het gezantschap der Neêrlandtsche Oost-Indische Compagnie, aan den grooten Tartarische Cham, den tegenwoordigen keizer van China. Dit is het met 150 gravures geïllustreerde verslag van Joan Nieuhoff die in 1655 meeging op een gezantschapsreis naar Peking. Het gedetailleerde relaas werd jaren later in Amsterdam uitgegegeven en had een overweldigend succes. De belangstelling voor China was in Europa zo groot dat er tot 1800 70 verschillende edities verschenen. Het levendig geschreven boek is dan ook lang beeldbepalend voor China geweest.

Van geheel andere aard is het zojuist verschenen vierde deel in deze facsimile-reeks, de Nieuwe beschryving der walvisvangst en haringvisschery, naar de editie van 1792. In dit uitvoerige werk beschrijft de anonieme auteur de praktische kanten van de walvis-en haringvangst, de noordelijke landen waar gevist werd, de tochten die daar ondernomen werden en die niet zelden fataal verliepen. Het boek combineert dus economische, biologische, geografische en antropologische facetten en is daarom veel gevarieerder dan men alleen uit de titel zou verwachten. Het werd geschreven in een tijd dat de Nederlandse economie en in het bijzonder de visserij er slecht voor stond. Mogelijk heeft de schrijver de vissers een riem onder het hart willen steken. Hij eindigt tenminste optimistisch met de verwachting dat de visserij ""die van de oudste tyden af voor een goudmyn van dit Gemeenebest gehouden is, zal blyven bloeien, en in den schoot van Nederlands ingezetenen zyne schatten uitstorten''.