Briljant studeerkamerwerk kiem voor nederlaag van Jan Timman

ESCORIAL, 25 JAN. Toen Jan Timman zaterdag de negende partij van zijn tweekamp met Nigel Short verloren had, liet hij de toeschouwers in verwarring achter. Wat was er eigenlijk gebeurd in die partij? Er viel in eerste instantie geen touw aan vast te knopen. Vanuit een bekende openingsstelling had Timman zich op een avontuur ingelaten dat er krankzinnig uitzag. Vier zetten later kon Short een volle toren pakken en er viel niet te zien wat Timman daar tegenover zou kunnen stellen. En al even onbegrijpelijk leek het dat Short die toren niet nam. Was het avontuur door Timman thuis voorbereid? Dat moest wel. De versie van de Spaanse ruilvariant waar Short deze keer voor koos, staat op het repertoire van Timmans secondant Jeroen Piket. Timman kent het ook heel goed. Als er één variant is die ze voorbereid moeten hebben, is het deze. Maar wat voor voorbereiding was dat geweest, die eerst een toren kon kosten, en vervolgens, toen Short iets anders deed, ook tot verlies leidde?

De spelers zelf brachten op dat moment ook niet veel helderheid. “Breng me niet in verlegenheid door te vragen, waarom ik die toren niet nam”, zei Short. Hij bedoelde dat hij het zelf niet wist. Hij had er niet op grond van berekeningen van afgezien, maar door schaakinstinct. Hij had, zoals de Amerikanen het uitdrukken, een rat geroken. Timman was gedecideerder. Alles was in de studeerkamer uitgebroed, het torenoffer, en ook wat daarna gebeurde. Hij stond goed in het eindspel, toen hij voor het ellendige 26. La3 koos, wat alles bedierf.

Maar was het waar wat hij zei? De varianten die hij gaf, geëmotioneerd door de nederlaag, klopten niet helemaal, en dat hij in het eindspel beter had gestaan, was ook niet juist.

Toeschouwers kunnen leven met onzekerheid, maar een kandidaat voor het wereldkampioenschap niet. Onmiddellijk na de partij ging de ploeg van Short aan het werk. De rat die Short had geroken, had die echt bestaan, of was het allemaal bluf en onzin van Timman geweest? Het etensuur werd overgeslagen, en pas na vele uren werken kwam het begrip. De conclusie van het team van Short was dat de openingsvoorbereiding van Timman briljant was geweest. Zijn torenoffer, dat er op het eerste gezicht krankzinning uitzag, was volledig correct geweest. En terwijl ze praatten over schitterende varianten, begreep ik hoe het had kunnen gebeuren, dat juist een briljante openingsvoorbereiding de kiem van Timmans nederlaag was geweest.

Ook Timman en Piket moeten in eerste instantie verbluft zijn geweest toen ze het torenoffer ontdekten. Het kon niet waar zijn, en na uren, waarschijnlijk dagen werken, ontdekten ze dat het toch waar was. Ze hadden een kunstwerk gewrocht. Toen had de nuchterheid moeten komen. Wat als Short het offer niet aannam? Was de hele onderneming dan wel verantwoord? En zo ja, hoe moest het dan precies verder gespeeld worden? Natuurlijk hebben Timman en Piket zich die vragen wel gesteld, maar waarschijnlijk niet indringend en nauwkeurig genoeg. Ze moeten in de ban van de schoonheid zijn geweest.

Toen Short in de partij het offer weigerde en zelf op aanval speelde, leek er iets gebroken in Timman. In een zeldzaam ingewikkelde stelling, die ook nog thuis op het bord was geweest, deed hij het verkeerd. In het eindspel moest hij vervolgens vechten voor remise, maar die had nog wel bereikt kunnen worden. Zelfs op het laatst, toen het al mis was, had hij nog hardnekkige tegenstand kunnen bieden. Maar hij verloor binnen een paar zetten, zonder verweer.

Grote lof komt Short toe, die de duizelingwekkende verwikkelingen improviserend wist te bedwingen. Michael Stean, vroeger secondant van Kortsnoj, nu voor een weekje aangesloten bij het kamp van Short, vond dit de beste partij van de match. Als je het van de kant van Short bekijkt, is dat zeker waar. Secondant Kavalek drukte het zo uit: “Jan heeft een schitterend labyrinth gebouwd. Maar in dat labyrinth was toch één uitweg, en die heeft Nigel gevonden.” Weinigen hadden het Short nagedaan.

Nog vijf partijen. Het staat 5-4 voor Short. Timman heeft nog maar twee keer wit. Tot nu toe is het overwicht aan de kant van zwart geweest, maar dat kan niet zo blijven. Als er echt gewonnen moet worden, en de tegenstander met remise tevreden is, dan zal het van de wit-partijen moeten komen. Jan Timman gaat in San Lorenzo de El Escorial een moeilijke week tegemoet.

Wit Timman-zwart Short, negende partij.

1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 Pb8-c6 3. Lf1-b5 a7-a6 4. Lb5xc6 d7xc6 5. 0-0 Pg8-e7 In de zevende partij deed Short 5...Dd6. De zet die hij nu kiest is heel scherp en houdt een pionoffer in. 6. Pf3xe5 Dd8-d4 7. Dd1-h5 g7-g6 8. Dh5-g5 In Timman-Nikolic, Brussel 1988, volgde 8. Pf3 Dxe4 9. Da5 Df4 10. d3 Dd6 11. Pbd2 Pd5 en nu had 12. Pc4 wit mijns inziens een klein overwicht gegeven. Maar hij wil meer, veel meer. 8...Lf8-g7 9. Pe5-d3 f7-f5 10. e4-e5 c6-c5 11. b2-b3 Dit is nog geen echt torenoffer. Na 11...Dxa1 12. Pc3 wint wit de zwarte dame en staat hij beter. 11...h7-h6 12. Dg5-g3 f5-f4 13. Dg3-f3 Lc8-f5 Alles nog bekend. Na 14. Lb2 Dd5 heeft zwart goede compensatie voor de pion. Nu begint het. 14. Df3xb7 Dit kost geforceerd een volle toren. 14...Lf5-e4 15. Db7xc7 Le4xd3 16. c2xd3 Lg7xe5 17. Dc7-b7 Ta8-b8 18. Db7xa6

En wat als zwart die toren met 18...Dxa1 neemt? Wit moet 19. De6 doen, maar heeft hij dan genoeg? Het is hier niet mogelijk om zelfs maar een indruk te geven van het enorme variantenoerwoud waarin de spelers zich daarna een weg zouden moeten banen. Belangrijk is 19...Tf8 20. Te1 Tf5 21. Pa3 en 19...Dxb1 20. Dxe5 Kd7 21. Dxc5. In die laatste variant zie ik overigens na 21...Thc8 niet meer dan remise voor wit. 18...f4-f3 Nieuwe verwikkelingen. Zwart dreigt 19...Dg4. 19. Pb1-c3 Om 20. Da4+ bij de hand te hebben. 19...f3xg2 Met 19...Lxh2+ 20. Kxh2 Dh4+ 21. Kg1 fxg2 kon zwart op eeuwig schaak spelen. Het is de vraag of het voor wit verantwoord is dat met 22. Da4+ te ontwijken. Academische vraag, zwart wil geen remise, hij speelt op aanval. 20. Tf1-e1 0-0 21. Da6-e6+ Een zeer moeilijke fase. in aanmerking kwam ook 21. Dc4+ Tf7 22. Te2 of 22. Te3. 21...Tf8-f7 22. Pc3-d1 Dit is een vergissing. In soortgelijke stellingen hadden Timman en Piket deze zet bekeken, maar hier is hij niet goed. Juist was 22. Te2 (22. Te3? Lxh2+) Lc7 23. De4. Zwart heeft aanval, wit heeft pionnen. Wie staat beter? Vraag het me niet. 22...Dd4xa1 23. De6xe5 Da1xe5 24. Te1xe5 Pe7-c6 25. Te5xc5 Pc6-b4 Nu kan alleen zwart op winst spelen, maar volgens Short was met 26. Lb2 nog wel remise te behalen geweest. Timman zelf vond 26. d4 het beste. 26. Lc1-a3 Na lang nadenken een slechte. 26...Pb4xd3 28. Tc5-c6 Tb8-a8 En nu doet zwart het fout. Veel sterker was 28...Te8. Na 29. Pe3 (29. Txg6+ kost een stuk) Kh7 moet zwart gewonnen staan. 28. Tc6-d6 Een heel goede verdedigingskans was 28. Txg6+ Kh7 29. Tg3 Pf4 30. Lb2 Pe2+ 31. Kxg2 Pxg3 32. hxg3. Zwart heeft beter: 29...Td7 30. Kxg2 Te1 31. Txd3 Txd3, maar zelfs hier heeft wit, met twee kwaliteiten achter, goede remisekansen. 28...Ta8xa3 29. Td6xd3 Ta3xa2 30. Pd1-e3 Kg8-g7 31. Kg1xg2 En hier was 31. Pc4 nauwkeuriger. 31...Ta2-a5 32. Td3-d4 Ta5-b5 33. b3-b4 Tb5-b7 34. Td4-c4 Tf7-c7 Wit staat slecht, waarschijnlijk verloren. Hij verliest in alle gevallen een pion. Maar er was nog hard tegenstand te bieden. In plaats daarvan volgt een snelle ineenstorting. 35. Tc4-g4 Tc7-d7 36. h2-h4 h6-h5 37. Tg4-g5 Tb7xb4 38. d2-d4 Td7-f7 39. Tg5-d5 Tb4-b2 Wit gaf op.