Van heetgebakerd clubblad tot betrokken krant

Vandaag bestaat het dagblad Trouw vijftig jaar. Als verzetskrant opgericht in het oorlogsjaar 1943 ontwikkelde Trouw zich van een "clubblad' voor gereformeerden tot een krant die een geschakeerde lezersschaar bedient. Maar de christelijke inslag is gebleven.

AMSTERDAM, 23 JAN. Hij zat vaker in het Kaashuisje in de Amsterdamse Gravenstraat dan op de redactie aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal. Ook mocht dr. J.A.H.J.S. Bruins Slot, de eerste naoorlogse hoofdredacteur en mede-oprichter van dagblad Trouw, zich gaarne ophouden in het nabijgelegen café Polen. De anekdote wil dat hij de kelner éénmaal opdroeg zijn kelkje jenever om de tien minuten bij te vullen. Dan hoefde hij niet steeds te bestellen.

Was hij niet in Amsterdam, dan toefde Bruins Slot op het Binnenhof waar hij als voorzitter van de antirevolutionaire Tweede-Kamerfractie met verve standpunten innam die prompt in zijn hoofdredactionele commentaren doorklonken. Zo ging dat toen. In de jaren van de verzuiling was Trouw van de ARP, de Volkskrant van de KVP en Het Vrije Volk van de PvdA. “Trouw was toen een heetgebakerde AR krant”, herinnert zich A.J. Klei, oud-chef van de kerkredactie, “een krant die een krachtige gereformeerde geur verspreidde.”

Heetgebakerd en gereformeerd - vooral als het ging om Nederlands Indië dat "verkwanseld' zou worden, om de "rooie' dominee J.J. Buskes, om het verschijnsel bisocoop: “Daar zit dan de massa, in een donkere zaal, zuiver receptief en bijna zonder verweer”, aldus een commentaar uit 1950. Films waren lange tijd uit den boze, met uitzondering van oorlogsfilms. Ook kunst stond laag genoteerd, gereformeerden deden nog niet aan "lustig vermaak'.

In 1967 kwam Henk Biersteker, eerder werkzaam voor IKOR, bij de krant. Hij trof er, naar hij zegt, een stel “knoestige, onhandige mannen” aan, in een sfeer die hem aan een belegen notariskantoor deed denken. Tegelijk voelde hij zich “peilloos vereerd” de redactionele gelederen te mogen versterken. Want in 1967 was Trouw niet meer het gereformeerde dan wel antirevolutionaire "clubblad', dat zijn kolommen royaal openstelde voor elke christelijke organisatie. Het had zich, zoals Biersteker het noemt, getransformeerd tot een oecumenische krant, die bijvoorbeeld het progressieve geluid van de Wereldraad van Kerken vertolkte.

De ommekeer voltrok zich in de vroege jaren zestig. Bruins Slot nam een opmerkelijke zwaai in de kwestie-Nieuw Guinea - eerst tegen, later vóór overdracht aan Indonesië - en zette een punt achter zijn politieke loopbaan om zich voortaan beroepsmatig geheel aan de krant te wijden. Een voorheen verketterde figuur als Buskes kreeg met zijn denkbeelden gaandeweg meer invloed. De Zuidafrikaanse apartheidspolitiek vond op de Trouw-redactie vrijwel geen aanhangers meer, integendeel: redacteur Ben van Kaam nam het initiatief tot een paginaruil met "Die Burger' om het verse anti-apartheidsgeluid van Trouw ook onder blanke Zuidafrikaners te verspreiden.

De lezers van Trouw gingen schoorvoetend mee, althans een deel van de abonnees. Anderen haakten af, omdat ze de nieuwe koers niet konden of wilden volgen. Biersteker: “Vergeet niet dat veel abonnees familie in Zuid-Afrika hadden en uit dien hoofde de apartheid door dik en dun steunden. Daar waren ook bekende oud-verzetsstrijders bij. Bovendien kwam de verandering hard aan bij allerlei protestantse organisaties, van CNV en CBTB tot christelijke vrouwenbond en geitenfokkers op gereformeerde grondslag. Die hoefden vroeger maar te kikken of ze stonden met hun verhaal in de krant. Nu werden er journalistieke maatstaven aangelegd. Had men nieuws te melden? Zo niet, dan kwamen ze er niet in. Ja, dat heeft ons heel wat lezers gekost.”

Door die verliezen kwam Trouw in commerciële nood te verkeren en greep op de redactie een gevoel van malaise om zich heen. Biersteker: “Er bestond zo'n idee dat het nooit wat zou worden met Trouw, een gevoel dat ons ook door collega's van andere kranten werd aangepraat. We kregen het etiket "cultuurloos' opgeplakt.” De krant probeerde uit het dal te kruipen door in 1971 een fusie aan te gaan met de bladen van het Rotterdammer Kwartet, eveneens van protestants-christelijke signatuur. Deze samenvoeging betekende het einde van tijdperk Bruins Slot die zich terugtrok als hoofdredacteur. Net als de grote baas van de Rotterdammer, dr. E. Diemer.

De verwachte commerciële opleving bleef echter uit. De gezamenlijke oplaag van circa 160.000 exemplaren daalde daarentegen aanzienlijk door een stroom opzeggingen. Biersteker: “De lezers liepen met tienduizenden weg, vooral naar het Reformatorisch Dagblad, dat net was opgericht, en naar de regionale bladen”. Het ging vooral om behoudende lezers die zich bij de Rotterdammer met zijn imago van kneuterigheid hadden kunnen vinden, maar na de fusie werden getrakteerd op een krant die er niet voor terugschrok verlichte standpunten in te nemen. Klei: “De Kwartetbladen keken meer naar de lezers dan wij, wij lagen dwars, gaven aanstoot door de onderwerpen die in onze kolommen aan bod kwamen. Homoseksualiteit bijvoorbeeld en ongehuwd samenwonen. Wij kijken natuurlijk ook naar de lezers, maar we praten ze niet naar de mond.”

Behalve met vertrekkende abonnees kreeg Trouw (de naam Rotterdammer verdween al snel uit de titel) met de economische crisis van 1973 te maken. Ditmaal bleek een vangnet beschikbaar in de vorm van de Perscombinatie, waarvan de Volkskrant en Het Parool reeds deel uitmaakten. Trouw trad in 1975 toe en verdween als een van de laatste dagbladen uit de Amsterdamse binnenstad om naar het krantenbolwerk aan de Wibautstraat te verhuizen. Maar de oplagedaling was ook door deze ingreep niet te stuiten. Pas sinds een paar jaar is van een stabilisering sprake, terwijl sinds kort zelfs een lichte groei wordt gesignaleerd: de krant telt nu ruim 110.000 abonnees waar nog eens 9.000 exemplaren in de losse verkoop bijkomen.

Klei: “Het heetgebakerde is er inmiddels af. Ik zou Trouw anno '93 willen omschrijven als een betrokken krant voor mensen die het christendom niet als een afgedane zaak beschouwen. Daargelaten of ze zelf overtuigd christen zijn.”

Biersteker: “De krant is een stuk frivoler, smeuiger geworden, libertijnser ook. Dat zie je in diverse rubrieken, je ziet het ook aan de koppen. Er straalt een soort moderniteit van af dat me wel bevalt. Het is ook een goed geïnformeerde krant op kerkelijk gebied, al blijft dat een zee van eindeloze deining. Na de Sturm und Drang-periode is het een gerijpte, evenwichtige krant geworden.”

Ondanks alle tegenslag en secularisatie is Trouw niet als slachtoffer uit de ontzuiling gekomen, in tegenstelling tot Het Vrije Volk. Volgens Klei en Biersteker heeft dat veel zo niet alles te maken met de tegenstelling tussen ideologie en levensbeschouwing. Biersteker: “Onderschat ook het element van de nestgeur niet. Die nestgeur is in het calvinisme ontegenzeglijk sterker dan in het socialisme”. Klei: “De belangstelling voor religie blijft, dat blijkt wel uit de verkoopcijfers van het nieuwste boek van Kuitert. Het traditionele christendom mag dan verbleekt zijn, mensen stellen zich nog altijd vragen die verder reiken dan het aardse bestaan. Zover gaat het socialisme niet, dat is meer gericht op het hier en nu.”

    • Anneke Visser
    • F.G. de Ruiter