Hogere ambtenaar moet het niet hebben van zijn werkgever

Het Tweede-Kamerlid A.W. Paulis (CDA) heeft er de nadruk op gelegd dat bij het snijden in het ambtenarenbestand de hogeren niet mogen worden ontzien: “de trap moet van bovenaf worden schoongeveegd”.

Deze wat klassenstrijderige metafoor illustreert hoe Kamerleden echt over de ambtenaren denken. Veegsel waarvan de trap moet worden schoongeveegd. Minister C.P. van Dijk, (Binnenlandse Zaken) zei destijds hetzelfde. Zonder protest van de Kamer. Van hun werkgever moeten de hogere ambtenaren het dus niet hebben.

Deze beeldspraak suggereert dat er meer hogere ambtenaren overtollig zijn dan lagere. Waarom anders aan de top met vegen begonnen? Ook gaat Paulis ervan uit dat de hogeren worden ontzien. Waarom anders zijn vermaning?

Nu zijn er in elk bedrijfsapparaat meer lagere dan hogere werknemers. Ook gelden terecht bij aanstelling en rangsverhoging van hogere ambtenaren zwaardere normen. Bij inkrimping zullen dus altijd meer lageren dan hogeren zijn betrokken. De stelling van Paulis mist in beide onderdelen elke schijn van bewijs.

Nu zijn er echt wel overtollige ambtenaren zowel hoog als laag. Maar politici geven nu eenmaal voorrang aan optiek boven inhoud en rationaliteit. Aldus professor Oort. Anders gezegd: zolang het tropisch etagewoud van Haagse regelgeving niet wordt uitgedund en verbeterd op uitvoerbaarheid - waarop helaas geen enkel zicht is - zullen er teveel ambtelijke ontwerpers en uitvoerders zijn. En zolang elk politiek akkoord uitblijft over welke rijkstaken overbodig en/of onuitvoerbaar zijn, blijft inkrimping uit efficiency van het aantal departementsambtenaren gerommel in de marge.

Dat blijkt al uit de getallen. Minister Dales wil vermindering van 147.000 tot 142.000 in 1997 met een "tegenbod' van 131.000 van CDA/VVD. Dus ook hier weer alleen optiek.

Trouwens: wat betekent efficiency als departementale produktie alleen door partijpolitieke bril wordt bezien en geëvalueerd?

Blijkens een enquête erkent de Tweede Kamer haar eigen inefficiënte werkwijze. Maar bij de departementen zijn al vele jaren Berenschot en McKinsey wèl kind aan huis. Wie durft dan nog uit 's lands vergaderzaal met goed fatsoen en overtuigingskracht uit efficiency-overweging over een te groot departementaal ambtenarenbestand te spreken? En als dat dan terwille van de optiek toch moet, dan bij voorkeur niet met gratuite beweringen. Anders wordt het te doorzichtig.