Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Een leeg land Albert Jan kwam even langs; Bij het faillissement van de Groningse Kredietbank

De Groningse lommerd moest een echte, commerciële bank worden. Dat besloot de gemeenteraad in 1984 toen men de voormalige bank van lening toestemming gaf ook hypotheken te verstrekken. De Groningse Kredietbank (GKB) zou de gemeente aldus wat extra inkomsten verschaffen, maar dat viel bitter tegen. De bank kreeg een directeur die elke controle "ballast' vond en onder het oog van de raad achterstanden wegwerkte door nog meer krediet te geven. Er kwamen klanten zoals ex-staatssecretaris Evenhuis en zijn zwager, bekend en berucht bij andere financiële instellingen, omdat ze hun aflossingsverplichtingen niet nakwamen. Nu wacht de gemeente Groningen op enkele miljoenen van het duo. De GKB is failliet, op het stadhuis aan de Grote Markt is een sterfhuis ingericht waar alle twijfelachtige leningen in worden "opgeborgen'. Schadepost: 40 tot 60 miljoen gulden.

Aan de rand van Rolde, langs de snelweg Assen-Veendam ligt het Wolvenveen. Tussen de pas opgeleverde villa's en herenhuizen in dit uitbreidingsplan bouwt aannemer Harm Haak het representatieve onderkomen voor burgemeester Aaltina Zwaantina Evenhuis-Meppelink en haar echtgenoot, ex-staatssecretaris van economische zaken Albert Jan Evenhuis. Een schitterende en strategische plek: aan de bosrand en nog geen twee minuten rijden van de oprit naar de autoweg. Als de mannen van Haak niet te veel tegenwerking ondervinden van het weer, kan de nieuwe behuizing van ruim een half miljoen gulden dit voorjaar worden ingewijd. Met een feestelijke barbecue, waar het echtpaar zo dol op is.

Dertig kilometer noordelijker onderzoeken de advocaten en externe accountants van de stad Groningen al bijna een jaar de ondergang van de Groningse Kredietbank (GKB), die de gemeente een schadepost heeft opgeleverd van tussen de 40 en 60 miljoen gulden.

In de gebrekkige en chaotische administratie van de bank zijn de experts onder dossiernummer 035812 gestuit op de naam A.J.E. Evenhuis. Iemand met een bijzondere reputatie waar het kredieten betreft. De ex-staatssecretaris blijkt tot de categorie "dubieuze klanten' van de GKB te moeten worden gerekend. Een vertrouwelijke rapportage aan het gemeentebestuur vermeldt over hem: ""Er moeten regelmatig aanmaningen worden gestuurd, de laatste betaling kwam nadat opnieuw een aangetekend schrijven was verzonden''.

Evenhuis is geen grote klant, wel een belangrijke. In januari 1991 heeft hij bij de GKB een persoonlijke lening afgesloten van 130.000 gulden, maar aan de aflossingsverplichtingen wordt niet voldaan, zodat de schuld een jaar later is opgelopen tot 136.000 gulden. Het personeel van de GKB kent Evenhuis niet alleen als klant met een kleine "PL' (persoonlijke lening), maar vooral als bemiddelaar, tussenpersoon bij het regelen van kredieten. In die hoedanigheid bewerkstelligt hij onder meer dat zijn zwager Gerrit Jan Meppelink in Dalerveen, landbouwer op de boerderij die niet lang daarvoor nog aan Evenhuis zelf behoorde, in korte tijd één van de grootste klanten van de GKB wordt. Bankdirecteur B.L.J.W.G. Ketelaar persoonlijk verschaft de boer "superkredieten' tot een totaal van negen miljoen gulden. De dekking is hoogst twijfelachtig, enkele betrokkenen menen te weten dat die zelfs geheel ontbreekt. De aanwijzingen hiervoor: twee kredieten van in totaal 6.5 miljoen gulden staan op naam van een nergens ingeschreven besloten vennootschap. Zoals de onderzoekers vaststellen: ""Het betreft een niet bestaande BV, er zijn alleen vage plannen''.

Niets aflossen

Voorheen de Middenstandsbank, de Amro-bank, de Rabo-bank, de Nutsspaarbank, Crédit-Lyonnais, allemaal hebben ze in de afgelopen jaren kennis gemaakt met de bijzondere opvattingen van Evenhuis en zijn zwager Meppelink aangaande kredieten. Die zijn van een grote eenvoud: veel lenen, niets aflossen tot de bank ingrijpt. De Nutsspaarbank daagt in het voorjaar van 1989 ten einde raad de dan nog in functie zijnde staatssecretaris met zijn zwager voor de rechter om na vele aangetekende brieven eens een termijn binnen te halen. De vermelding van zijn naam op de agenda ("rol') van de rechtbank is tevens de inleiding tot Evenhuis' onverwachte en overhaaste vertrek uit de politiek enkele maanden later.

De wijze waarop deze wanbetalers vervolgens bij de Groningse Kredietbank worden binnengehaald, is typerend voor de losbandigheid die directeur Ketelaar zich kan permitteren. Zijn bewind wordt nauwelijks, althans zwaar onvoldoende gecontroleerd door de gemeentelijke diensten. De enkele ambtenaar die nog een waarschuwing laat horen, krijgt al gauw het gevoel iets onbehoorlijks te doen. De eigen accountants van de gemeente plaatsen wel een enkele kritische kanttekening en keuren vervolgens de jaarrekening van de failliete bank goed. De verantwoordelijke wethouder Lammert Westerhof bespeurt in 1990 blijkbaar onraad wanneer hij op het stadhuis iets hoort over kredieten op de akkers van Evenhuis' zwager in Dalerveen. Hij kondigt een gesprek aan over "de politieke implicaties' van deze leningen, maar daarna gebeurt er weer niks.

Met zo'n directie en zulke cliëntèle, in die sfeer van "laat-maar-waaien' moet het wel fout gaan en inderdaad blijkt in de winter van 1991 dat de GKB "over de kop' is. In het bedrijfsleven zou het faillissement onvermijdelijk zijn. Langzaam dringt in die periode tot de verantwoordelijke politici door dat onder hun ogen niet alleen een financiële chaos is gecreëerd, maar dat zich tevens een ramp met een omvang van ettelijke miljoenen ontwikkelt. Aanvankelijk wordt de schade op 20 miljoen gulden geraamd, daarna op 40 miljoen en nu houden sommige raadsleden al ernstig rekening met een bedrag dat tussen de 60 en 75 miljoen gulden zal liggen. Burgemeester Hans Ouwerkerk die de affaire naar zich toe heeft getrokken nadat twee wethouders van de Partij van de Arbeid zijn opgestapt, weigert ten overstaan van de gemeenteraad een maximum te noemen.

Fabriek met wagenpark

Voor Ketelaar, Evenhuis, familie en vrienden heeft het feest iets meer dan zes jaar geduurd. Het begint in 1984. Na een jaar voorbereiding besluit het Groninger bestuurscollege dat de gemeentelijke bank van lening of volkskredietbank een echte, meer commerciële bank moet worden. De instelling zou niet zoals tot dan de gewoonte was, uitsluitend bescheiden consumptieve kredieten dienen te verstrekken, maar zich veel meer op de hypotheekmarkt moeten bewegen. Een directeur blijkt niet zo snel gevonden. Na enige tijd meldt Ketelaar zich en het opgeluchte college stelt de kandidaat geen enkele kritische vraag. De benoeming volgt snel.

Eind 1991 vernemen burgmeester en wethouders dat de GKB een bedrijfskrediet van bijna 17 miljoen gulden gaat verstrekken. De bestuurders schrikken zich een ongeluk, het is nooit de bedoeling geweest dat de bank zich hiermee in zou laten. Een onbekende eenmanszaak heeft het geld nodig voor de overname van een melkfabriek in Duitsland. Het college probeert de zaak nog te stoppen door de GKB-directeur voor te houden: hypotheken ja, bedrijfskredieten nee. Maar Ketelaar heeft al te veel toezeggingen gedaan. Het college staat juridisch zwak als het blijft weigeren, zo concludeert de stadsadvocaat. Bovendien lijkt de melkfabriek met bijbehorend wagenpark nog niet zo'n slechte koop. De eenmanszaak BRIO, gevestigd vlak onder Groningen, krijgt het geld. Maar het college weigert pertinent ex-staatssecretaris Evenhuis die in deze zaak als adviseur en bemiddelaar optreedt, nog eens een percentage aan provisie uit te betalen. Twee keer inmiddels heeft Evenhuis een gesprek in een motel gearrangeerd, maar burgemeester Ouwerkerk en gemeentesecretaris Postma blijven standvastig.

Het bedrijfskrediet voor BRIO is het signaal om wakker te worden. Het gemeentebestuur stelt direct een (onafhankelijke) onderzoekscommissie in die al gauw vele merkwaardige zaken tegenkomt. Ze zijn terug te vinden in de eindrapportage van half april vorig jaar. De onderzoekscommissie stelt vast:

""Handelskredieten werden door de directie van de GKB behandeld als waren het hypotheken. [...] Vaak werd volstaan met summiere bedrijfsgegevens. [...] In de dossiers bevinden zich veel concepten en niet ondertekende exemplaren van overeenkomsten en zekerheidstoezeggingen. Daardoor bestaat onduidelijkheid over de toegezegde zekerheden. [...] De bewaking van debiteuren was ontoereikend. Voor een gedeelte het gevolg van het gebrekkige administratieve systeem; voor een ander gedeelte werd dat veroorzaakt door mondelinge toezeggingen van de directeur, die weer niet werden vastgelegd in de dossiers.''

De gang van zaken bij de aanvraag en (meestal) hierop volgende toekenning van een krediet is zo mogelijk nog nonchalanter. De onderzoekscommissie:

""Aanvraagformulieren werden minimaal ingevuld en vaak niet ondertekend. Inkomensgegevens van aanvragers ontbreken soms of zijn zeer summier en nietszeggend. In bepaalde gevallen ontbreken taxatierapporten of zijn deze zeer beperkt. Offertes zijn soms niet getekend of zijn met de pen gewijzigd. Op schuldbekentenissen ontbreekt nogal eens de handtekening van betrokkene. Toezeggingen tot aflossing van lopende leningen werden niet altijd gecontroleerd. Correspondentie ten aanzien van achterstanden en andere debiteuren-aangelegenheden is zelden of nooit in de dossiers te vinden.''

Het blijkt echter niet enkel een kwestie van slordig administreren, de leiding van de bank heeft willens en wetens voor een twijfelachtige aanpak gekozen. De gemeentelijke onderzoekers: ""In veel gevallen is de taxatie (van het onroerend goed) uitgevoerd door de persoon die ook de lening bij de bank aanbracht. Mogelijke verstrengeling van belangen die aldus bestond, heeft niet zichtbaar geleid tot maatregelen.''

Zij vinden in de kasten van de GKB niet minder dan zestig onvolledige dossiers, enkele "speciale gevallen' liggen in het bureau van de directeur. Wegens het twijfelachtige karakter worden 31 dossiers met een totaalbedrag aan leningen van 75 miljoen gulden in handen gegeven van de stadsadvocaat. Zeven dossiers zijn nooit gevonden, daar zijn de belangrijkste van Evenhuis en zijn zwager ook bij. De veronderstelling lijkt juist dat deze twee nu multimiljonair zijn door "een foutje' van de bank: de handtekening van Meppelink ontbreekt namelijk op enkele contracten. Onlangs nog weigerde hij tegenover de advocaat van de stad Groningen vriendelijk doch beslist om deze belangrijke tekortkoming ongedaan te maken.

Sterfhuis

Leden van de onderzoekscommissie, raadsleden en vooral burgers zijn verbijsterd dat het zover kon komen. Voor hen is de vraag of er nog iemand zal worden gedwongen die oneigenlijke leningen terug te betalen. In de vergaderingen van gemeenteraad en bijzondere commissies zal de schuldvraag onvermijdelijk weer aan de orde komen. Het college heeft weliswaar eind vorig jaar besloten om de twijfelachtige leningen, de (veel te hoge) bedrijfskredieten onder te brengen in een "sterfhuis', het gaat een aantal raadsleden toch te ver om 40 of 60 miljoen gulden schade te verhalen op de 150.000 inwoners van de stad. Dat acht men vooral principieel onjuist.

De twijfelachtige rol van GKB-directeur Ketelaar in het debâcle staat wel vast. Ook al waren er in 1984 slechts weinig "geschikte' kandidaten, achteraf stelt menigeen de vraag waarom het college van B en W niet even de moeite heeft genomen enige navraag te doen over het arbeidsverleden van Ketelaar bij de Friesch-Groningse Hypotheekbank en de Westland Utrecht Hypotheekbank. De vorige werkgevers zouden wellicht met praktijkvoorbeelden duidelijk hebben kunnen maken hoe deze financieel deskundige door "oversluitingen' steeds weer achterstanden in de aflossing op hypotheken wist weg te werken. Dat gaat zo: geef iemand die 100.000 gulden heeft geleend en niet (meer) betaalt, een twee keer zo hoog krediet. Zo heb je geen achterstand meer, de betrokkene kan weer even betalen. Zo doet Ketelaar dat meer dan zes jaar lang bij de GKB. En op papier lijkt zijn aanpak succesvol: het college van B en W vindt dat de GKB een hogere omzet moet halen en ziet dat inderdaad ook gebeuren. In de laatste vier jaar stijgt het totaal aan uitstaande kredieten van amper 30 miljoen tot meer dan 150 miljoen gulden.

Zoals de onderzoekers moeten vaststellen ligt dat bedrag aan (twijfelachtige) kredieten ver boven de eigen reserves van de bank. Nadere bestudering van het betalingsgedrag van de klanten en de bijbehorende stukken leert dat de hogere omzet is behaald door dubbele hypotheken, vaak ook tot meer dan 125 procent van de executiewaarde, alsmede door de bekende techniek van oversluiten.

De GKB-directeur profiteert hier ook van het voordeel dat zijn bank als gemeente-instelling niet valt onder het toezicht van de Nederlandsche Bank. Er zijn geen veiligheidsvoorzieningen getroffen zoals een raad van commissarissen, geen tweede directeur, een tweede handtekening onder een contract is niet echt nodig; er zijn wel enige richtlijnen, maar geen harde voorschriften.

Toch heeft Ketelaar er niet echt een geheim van gemaakt welke stijl de gemeentebestuurders van hem konden verwachten. Direct na zijn benoeming in 1984 verschaft hij zichzelf een lening van 450.000 gulden en wordt daarmee één van de eerste grote debiteuren van de GKB. In het stadhuis aan de Grote Markt knalt een scheldwoord over de tafel als de wethouder van sociale zaken hiervan mededeling doet tijdens een vergadering van het college. Het lijkt de politici een vèrgaande brutaliteit, ook al omdat iemand met een inkomen van iets meer dan een ton nergens anders zo'n hoog bedrag kan lenen. De wethouder ontbiedt de GKB-directeur en geeft hem "een schrobbering'. Hij moet beloven het nooit meer te doen. Die plechtige belofte krijgt men, waarna het gemeentebestuur Ketelaar verder ongestoord kredieten laat verstrekken.

Inmiddels hebben de gemeentelijke deskundigen moeten vaststellen dat de bankdirecteur eind 1991 zijn belofte aan het college toch heeft gebroken: hij sloot opnieuw een lening van enkele tienduizenden guldens.

Dubieuze afnemers

Geen toezicht door deskundigen uit de bankwereld, een stadsbestuur dat niet oplet, het is een ideaal werkklimaat voor Ketelaar, die volgens de onderzoekers "elke controle maar ballast vindt'. Hun conclusies over hem doen verwachten dat zijn straf niet beperkt zal blijven tot (oneervol) ontslag: ""De directeur profileert zich als professional en moet daarop dus worden aangesproken. Als bankier heeft hij gefaald: er is sprake van onverantwoorde kredietrisico's, misleidende informatie over achterstanden, hij heeft de kosten voor de bank steeds meer op laten lopen; noodzakelijke normen en veiligheidskleppen zijn niet toegepast. Bovendien heeft hij zich laten gebruiken door een klein circuit van dubieuze afnemers''.

De onderzoekers, maar ook de Groninger raad beschouwen de "altijd regelende en ritselende' Evenhuis (een typering uit zijn Haagse tijd) als één van de prominente deelnemers in dit circuit. De GKB, waar zo achteloos met gemeenschapsgeld wordt omgesprongen is een bank naar zijn hart. Prettige bijkomstigheid is bovendien dat hij en Ketelaar zulke goede gemeenschappelijke herinneringen hebben aan de tijd dat ze voor de VVD in de provinciale staten van Drenthe zaten. Die samenwerking in de liberale fractie heeft niet zo lang geduurd; Evenhuis zoekt het al gauw hogerop en vertrekt naar de Tweede Kamer. In 1986 wordt hij benoemd tot staatssecretaris van economische zaken. Al die tijd is het contact met Ketelaar onderhouden en dat komt drie jaar later uitstekend van pas.

In de laatste week van juni '89 ziet Evenhuis zich gedwongen op te stappen omdat hij de Tweede Kamer onjuist heeft geïnformeerd over een privé-lening van 225.000 gulden bij zijn vriend J. Giethoorn in Meppel, tevens woonplaats van de familie Evenhuis. Ondernemer-drukker Giethoorn, achterbuurman van Evenhuis, ontvangt onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris niet lang na de "vriendendienst' bijna 9 miljoen gulden premie voor een nieuwe ("Europese') drukkerij Emro in Emmen. De Tweede Kamer voelt dat er iets niet in de haak is, het D66-lid Engwirda stelt vragen. Evenhuis antwoordt dat hij de persoonlijke lening van 225.000 gulden heeft moeten sluiten om de broer van zijn vrouw te helpen. Dat blijkt niet de waarheid, zoals wordt aangetoond met een publikatie in deze krant. De staatssecretaris had zelf het geld nodig om een beslag door de bank Crédit Lyonnais op zijn bungalow in Meppel ongedaan te maken. Dat Evenhuis ook toen reeds danig verstrikt was geraakt in het kredietwezen komt in de openbaarheid nadat de Nutsspaarbank eerder dat jaar een gerechtelijke procedure is begonnen tegen hem en zijn zwager wegens wanbetaling.

Fractieleider Joris Voorhoeve laat de staatssecretaris vrijwel direct weten dat partij en Tweede-Kamerfractie niets meer voor hem kunnen doen. Evenhuis en zijn zwager moeten dan nog wel de schuld van 1.5 miljoen gulden bij de Nutsspaarbank voldoen. ""Bij welke bank zullen die twee weer opduiken'', gniffelen collega-parlementariërs in die dagen. Dat laat nog even op zich wachten, de voormalig bewindsman weet namelijk een soort overbruggingskrediet van 600.000 gulden te regelen bij een kleine groep partijleden. Die worden hier nu liever niet aan herinnerd.

Onder meer wegens zijn jarenlange lidmaatschap van de Tweede Kamer krijgt Evenhuis een riant wachtgeld overgemaakt. Bovendien ontvangt hij een vergoeding als adviseur bij de uitvoering van het Integraal Structuurplan Noorden des Lands (ISP), een activiteit van het ministerie van economische zaken. Nog onlangs uitte de Algemene Rekenkamer forse kritiek op de wijze waarop met ISP-subsidies wordt omgesprongen: ""Effecten zijn kwalitatief en kwantitatief onvoldoende onderbouwd, het beheer van projecten is gebrekkig, er zijn geen evaluaties.'' Het juiste werkklimaat voor Evenhuis, die zich steeds meer met hypotheken en bedrijfskredieten is gaan bezighouden.

In die hoedanigheid loopt hij eens binnen bij het GKB-kantoor aan het Damsterdiep in Groningen. De miljoenenkredieten voor zwager Meppelink zijn in een mum van tijd geregeld, ondanks het feit dat het met de akkerbouw in Dalerveen nog altijd moeizaam gaat. Tegelijk worden de activiteiten uitgebreid naar de Altmark, een gebied ten noorden van Magdeburg in het voormalig Oost-Duitsland. Meppelink heeft hoge verwachtingen van de veeteelt. De relatie tussen deze boer en de GKB is in ten minste vijf dossiers vastgelegd (nrs.: 900631, 910614, 910615, 005320 en 035580). Het betreft twee kleine kredieten van een paar ton, drie van respectievelijk 2.2 miljoen, 2 miljoen en 4.5 miljoen gulden. De kleine zijn inmiddels via de grote leningen afgelost.

De specialisten van de gemeente stellen bij hun onderzoek iets merkwaardigs vast: de leningen voor de pacht van een Duits veeteeltbedrijf (en een melkquotum) via de Treuhandanstalt zijn in de administratie van de GKB geregistreerd als hypotheek, waarbij de koeien alvast in onderpand zijn gegeven (uit het rapport van de onderzoekers: ""Volgens opgave van de heer Meppelink is de waarde van veestapel en aanwezige graanoogst zo hoog dat het krediet volledig is gedekt''). Maar officieel is nog geen bevestiging verkregen dat de veestapel ook werkelijk werd gekocht. Op het stadhuis is reeds de veronderstelling geopperd dat deze keer "lease-koeien' als onderpand zijn verschaft.

Altmark Drenthe GmbH

Meppelink is in de buurt van Magdeburg onder verschillende firmanamen actief, met name in het gehucht Vielbaum. Hij adverteert in de regionale Gouden Gids onder de naam Altmark Drenthe GmbH. Deze vennootschap wordt door hemzelf gepresenteerd als een soort holding waartoe nog eens zeven ondernemingen behoren. Bij transacties in Nederland noemt hij het een BV. De GKB-directeur noteert de zeven miljoen gulden op naam van de BV-in-wording.

Maar de Altmark-Drenthe is nog steeds nergens geregistreerd: niet bij de Kamer van Koophandel in Meppel, niet in Groningen of Friesland, evenmin in Duitsland. De Nederlands-Duitse KvK laat na een grondig onderzoek weten dat de Altmark Drenthe niet in het register is opgenomen. Dat kan ook niet als het om een Nederlandse BV gaat, wordt er aan toegevoegd. Voor het Amtsgericht in Magdeburg bestaat de Altmark Drenthe evenmin: de naam Meppelink komt in de boeken daar alleen voor als "betriebsleiter' van de Agro Beuster GmbH, een onderneming die zich met "Allgemeine Landwirtschaft' bezighoudt en pas heel recent is toegelaten, nog niet is ingeschreven.

Blijkbaar zit het Meppelink ook deze keer weer flink tegen, want hij komt zijn verplichting tot tussentijdse betaling van ruim 2.5 miljoen gulden op drie grote leningen, niet na. De gemeente-ontvanger wacht er al meer dan een jaar op, aanmaningen en dreigementen helpen niet.

De activiteiten van de Groningse Kredietbank onder het spectaculaire bewind van Ben Ketelaar zijn niet beperkt gebleven tot financiële roekeloosheid in de landbouw en dubbele hypotheken op veel te hoog getaxeerd onroerend goed, dan wel persoonlijke leningen die in geen enkele verhouding staan tot het inkomen van de aanvrager. De GKB heeft ook nog eens bijna 20 miljoen gulden krediet verschaft voor de ontwikkeling van drie recreatieprojecten op de Noord-Veluwe: het Verscholen Dorp, het Tonselse Dorp en Het Loo. Het is een initiatief van het Apeldoornse echtpaar H. Lammers-Vonk, ook al goede bekenden van Ketelaar en van Evenhuis. Op het kantoor van de stadsadvocaat is men nog druk doende de kluwen van BV's te ontwarren, maar vast staat al wel dat de ex-staatssecretaris ook hier via allerlei tussenpersonen bij betrokken is. Of zijn rol geheel duidelijk zal worden is twijfelachtig, de gedeeltelijk in schoenendozen opgeslagen administratie is niet honderd procent op orde.

Op grond van het onderzoek uit 1992 concludeert het gemeentebestuur dat Lammers de kredieten op een oneigenlijke manier heeft verkregen. Het gehele bedrag zal moeten worden terugbetaald. De specialisten bestuderen de tien bijbehorende GKB-dossiers en laten beslag leggen op de BV's van Lammers. Zijn aanbod om de zaak voor acht miljoen gulden af te kopen, wordt door het college afgewezen. Het faillissement van de vakantiedorpen-in-aanbouw is onvermijdelijk: voor de stad Groningen schiet er amper twee miljoen gulden over. Het verlies van 18 miljoen gulden wordt genomen. Eén van de betrokkenen herinnert zich nog precies hoe de GKB betrokken raakte bij deze projecten: ""Ketelaar vroeg aan ons: wat dachten jullie van een hypotheek op een vakantiebungalow?''

Gistermiddag werd het nieuwste krediet van Evenhuis en zijn echtgenote bekend. Op oudejaarsdag sloten zij een lening van 450.000 gulden (exclusief rente en kosten ten bedrage van 157.000 gulden) bij de RABO-bank in Meppel. De krediethypotheek is gevestigd op het huis-in-aanbouw te Rolde.