Duizenden mensen herdenken slachtoffers vliegramp Faro

SCHIPHOL, 31 DEC. Op een tafel in Hangar 32 branden 54 kaarsen ter nagedachtenis van de slachtoffers van de vliegramp in het Portugese Faro. In brede rijen staan 29 kisten, bedekt met rose en witte bloemen. Nabestaanden van de overige slachtoffers hadden te kennen gegeven de doden in besloten kring te herdenken. Tijdens de dienst werd twee minuten stilte in acht genomen ter herdenking van de slachtoffers.

Ongeveer drieduizend mensen hebben gistermiddag de herdenkingsdienst bijgewoond van de ramp met de DC-10 van Martinair waarbij vorige week maandag 54 mensen om het leven kwamen. Onder de aanwezigen bevonden zich prinses Juliana en prins Bernhard, de ambassadeur van Portugal in Nederland, A. Cascais, en de Portugese staatssecretaris van verkeer, Alexander Relvas. Namens het kabinet waren premier Lubbers, vice-premier Kok en minister Maij (verkeer) aanwezig.

President-directeur Martin Schröder van Martinair verzekerde vrienden en familieleden van de slachtoffers en overlevenden van de ramp dat zolang zij behoefte hebben aan een hand op hun schouder, die hand daar blijft liggen. “Ik wil u verzekeren dat wij alles zullen doen om, waar het kan, het leed te verzachten, om daadwerkelijk hulp te blijven bieden.”

Schröder zei dat, hoewel de hele samenleving treurt om de ramp van vorige week maandag, hij vooral wilde stilstaan “bij het onverhoedse verlies dat afzonderlijke, individuele mensen in onze samenleving getroffen heeft”. Hij zei te beseffen dat zij zelf nog maar nauwelijks in staat zijn hun gevoelens onder woorden te brengen en dat ze voorlopig niet meer kunnen uitbrengen dan vragen. Vragen vooral naar het waarom. “Het verlossende woord daarvoor hebben wij niet. Het enige antwoord dat ik voor de nabestaanden heb is: wij leggen een hand op uw schouder”, aldus Schröder. Volgens hem is de ramp het gevolg geweest van “een kwetsbaarheid die er altijd zal blijven, ook in een computergestuurde maatschappij, in een afhankelijkheid van omstandigheden die wij eenvoudig nooit geheel zullen kunnen beheersen”.

De voorzitter van de vereniging van reisorganisatoren ANVR, mr. C.J. Wouters, sprak van een “rampzalige gebeurtenis die de reiswereld diep heeft geschokt”. Wat voor de reizigers in de vroege ochtend van 21 december het begin van een vakantie moest worden eindigde in een verschrikkelijke ervaring, zei ze. Wel wees Wouters erop dat “hoe verdrietig en hoe ingrijpend in de levens van velen de ramp is, er toch ook reden is tot dankbaarheid dat zovelen uit het verongelukte vliegtuig hebben weten te ontkomen”. Behalve op de nabestaanden zal, aldus Wouters, de aandacht tevens gericht zijn op de zieken en gewonden en de andere overlevenden zowel in Portugal als in Nederland.

“Ze namen afscheid in de vertrekhal op weg naar hun bestemming. Kinderen met een heel leven voor zich, ouders, grootouders. Hun afscheid was voorgoed”, zei luchthavenpastor W.H. van Broekhoven. Hij wees op het belang van steun voor de nabestaanden. “En elkaar steunen is meer dan zeggen: het leven gaat verder. Steun moet worden gedragen door dankbaarheid voor wat iemand heeft betekend.”

Luchthavenpredikant J.W. Blankert sprak over de verwarring op maandag 21 december. Families die elkaar kwijt waren, onzekerheid over het aantal dodelijke slachtoffers. Hij ontmoette familie en vrienden die naar de Elzenhof op Schiphol-Oost kwamen om te vernemen of hun dierbaren de ramp hadden overleefd. “Het verdriet, de angst. Het wachten op het moment waarop de namen bekend waren. Wij konden uw wanhoop en woede niet delen. Wij traden terug en moesten zwijgen.” Blankert riep de nabestaanden op vooral niet te zwijgen, maar uiting te geven aan hun verdriet en aan hun gevoel van machteloosheid. “Laten we de mensen die dood zijn niet verzwijgen. Woedend zijn en huilen is een diep menselijke emotie die past bij de dood.”

Rabbijn Soetendorp van de liberaal joodse gemeente zei dat het onmogelijk is te doorleven wat de nabestaanden voelen. “Woorden ontbreken in het zicht van zulk een ontreddering. Wij delen met u de zorg over de dag die komt. We moeten niet alleen nu dicht bij elkaar zijn, ook later, veel later.”