Belgisch-Nederlandse competitie opent weg naar vernieuwing

Het sectiebestuur betaald voetbal van de KNVB heeft in zijn beleidsplan voor de komende jaren de vorming van een nieuwe Topklasse als uitgangspunt genomen. Alleen echte topclubs mogen er nog aan meedoen. Maar zijn er wel voldoende topclubs te maken in Nederland? Volgens een idee van de Sunday Times zouden er aan een Europese competitie maar twee Nederlandse clubs mee kunnen doen. Het alternatief is een gezamenlijke topklasse van Nederland en België. Aantrekkelijk, efficiënt en toch niet te grootschalig om tot vervreemding te leiden. Een plan.

RKC-uit, altijd lastig. Het is zo'n standaardgrapje, waarmee de Waalwijkse dreumes uit de eredivisie doorgaans wordt gekleineerd. Wie ligt er nog wakker van RKC? Of van Cambuur, Fortuna Sittard? De Nederlandse competitie is een trein met een paar eerste-klassewagons, die een enorm stel veewagens met zich mee moet trekken. Het zijn de remmers van een ontwikkeling. Niet de stimulerende tegenstanders, die het beste spel uit een speler halen, het grootste vernuft uit een trainer wringen, een sprint naar het stadion uit een voetbalfan toveren.

Het voetbal moet zich ontdoen van die ballast. De nieuwe Belgisch-Nederlandse Liga opent de weg daarheen. Een weg die maar voor weinigen open ligt, want de competitie zal uit slechts twaalf ploegen komen te bestaan: de beste zes uit beide landen. Gezien de stand op de ranglijsten in beide landen zouden dat op dit moment PSV, Ajax, Feyenoord, FC Utrecht, MVV en FC Twente uit Nederland en Anderlecht, Standard Luik, Waregem, KV Mechelen, AA Gent en Club Brugge uit België zijn. Het zou wat al te banaal zijn om zo'n experiment door een ranglijst te laten bepalen. Behalve de eindstand van de beide hoogste klassen moeten er ook een goed investeringsplan zijn, waardoor verenigingen als Vitesse en FC Groningen een mogelijkheid krijgen om in te springen op de nieuwe ontwikkeling. Want de nieuwe Liga staat onder supervisie van een ligabestuur dat de competitie leidt als een bedrijfstak.

De deelnemende clubs spelen een hele competitie. De strijd om de gemengde titel gaat over 22 speelronden. Er wordt uitsluitend gespeeld op zaterdag en zondag. De kosten voor de inzet van extra politie wordt voor zover het direct verband houdt met de wedstrijd gedeeld met de lokale-, regionale- en nationale overheid.

De UEFA zal met verwijzing naar de situatie in Engeland en Wales (wel afzonderlijke landenploegen, geen afzonderlijke profcompetitie) halsstarrig weigeren de Lage Landen-kampioen toe te laten tot de Europa Cup I. Misschien wel als die in de plaats van de huidige twee landskampioenen zou komen, maar dat willen de clubs en beide bonden niet. De inkomsten uit de Europa Cup zijn te aantrekkelijk om één plaats op te offeren aan deze nieuwe competitievorm. Daarom moet er na de gecombineerde competitie nog om beide landskampioenschappen worden gespeeld. De Nederlandse en Belgische clubs zullen na de 22 wedstrijden in de nieuwe Liga worden gescheiden en spelen die nog een hele competitie tegen elkaar. De onderlinge resultaten uit de gemengde competitie zullen eveneens meetellen voor de "Nederlandse' en "Belgische' ranglijst. De nummers één van beide klassen zullen als landskampioen worden beschouwd.

Elke ploeg speelt in bovengenoemde opzet 32 competitiewedstrijden per seizoen, 22 in de gemengde Liga en nog eens tien (uit en thuis tegen de vijf clubs uit eigen land) in de aparte klassen. Dat zijn twee duels minder dan nu het geval is. Maar wel steeds tegen aantrekkelijke tegenstanders. Want het krachtsverschil tussen de topploegen uit België en Nederland is minimaal. De clubs uit beide landen speelden in de geschiedenis van de Europese toernooien dertien keer tegen elkaar, de Nederlandse vertegenwoordigers wonnen zeven keer, de Belgische zes keer. Hoe anders was dat toen in de jaren zeventig een experiment werd gehouden met een mixed ijshockeycompetitie dat op niets uitliep omdat de Belgische deelnemers veel te zwak waren voor de Nederlandse teams.

In de gemengde voetbalcompetitie speelt dat probleem niet. De ene interessante ontmoeting volgt op de andere. Zo speelt, bijvoorbeeld, PSV in de Belgisch-Nederlandse klasse uit en thuis tegen zes Belgische clubs en vijf Nederlandse clubs. Totaal: 22 wedstrijden. Daarna komt de Eindhovense club in de strijd om het landskampioenschap nogmaals twee keer tegen de andere vijf Nederlandse ploegen uit. Dat voegt tien wedstrijden toe aan het totaal dat daarmee op 32 komt. De resultaten die PSV in de gemengde klasse tegen de Nederlandse clubs heeft bereikt tellen mee in de strijd om de nationale titel. Vier keer Ajax-Feyenoord (alfabetisch) en Ajax-PSV in één seizoen. En elke keer een kassucces. Net als in België Anderlecht-Standard Luik.

Dat geld is de grote winst van de Liga. Interessante tegenstanders zorgen voor hoge recettes. Grote belangstelling zorgt voor grote publiciteit, die weer interessant is voor een sponsor om de naam aan de liga te verbinden. De televisierechten kunnen in groter verband verkocht worden. Behalve NOS en BRT zijn de commerciële stations RTL en VTM mogelijk in de markt. De opbrengst gaat in de prijzenpot met een hoofdprijs van minimaal een miljoen gulden.

Onder de gemengde Liga zullen België en Nederland een eigen nationale profcompetitie behouden. De KBVB en KNVB hebben de vrijheid om die elk voor zich in te delen. Gezien het huidige aantal clubs moet er in Nederland worden gedacht aan een eerste klasse van veertien ploegen en een tweede klasse van zestien. Maar veel logischer is een eerste klasse te creëren onder de Lage Landen Liga en de andere noodlijdende betaald voetbalorganisaties (bvo's) te saneren door ze te laten afdalen naar een klasse of klasse van onafhankelijken.

De ploegen die onder de gemengde Liga spelen zullen in de nieuwe situatie de meestal lucratieve competitiewedstrijden tegen de topclubs uit hun land moeten missen. Ze krijgen er echter een meer gelijkwaardige en spannende competitie voor terug. Bovendien lonkt het grote geld. De kampioenen van deze "promotieklassen' zullen het seizoen erop in de Belgisch-Nederlandse klasse mogen uitkomen. De laagstgeplaatste Belgische en Nederlandse club uit de Liga degraderen. Bovendien wordt er bij de UEFA op aangedrongen dat de kampioenen van de twee zogenaamde "promotieklassen' voor het toernooi om de UEFA Cup mogen worden ingeschreven.

Beide landen zullen hun eigen bekercompetitie behouden. Die zou mogelijk - net zoals in Italië - voor een deel in poulevorm kunnen worden afgewerkt. Op die manier zullen er meer ploegen tegen de topclubs uit hun land kunnen uitkomen, wat het - financiële - gemis van de vroegere competitie enigszins kan opheffen.

Het heeft zich nog niet eerder voorgedaan dat bonden uit twee verschillende landen een gemengde competitie uitschrijven. In het Europese voetbal zijn er ook geen gelijkwaardigere partners als de KBVB (450.000 leden) en KNVB (999.500 leden) te vinden. In beide landen wordt het seizoen in dezelfde periode van het jaar afgewerkt en zijn ook de spelregels en puntentelling hetzelfde. Zelfs het tuchtrecht en de buitenlander-regel verschillen niet veel. Zowel in België als Nederland wordt een speler automatisch voor één wedstrijd geschorst indien hij drie gele kaarten heeft gekregen. In Nederland mogen er twee buitenlandse spelers per ploeg worden opgesteld en een buitenlander wordt door de KNVB niet meer als zodanig beschouwd als hij twee jaar onafgebroken in de nationale competitie heeft gespeeld. In België zijn drie "vreemdelingen' per team toegestaan en wordt een speler na vijf seizoenen als "voetbal-Belg' beschouwd.

Een uit deskundigen van beide bonden samengestelde competitieleiding zal de spelregels voor de nieuwe Liga moeten gaan bepalen. Zo zullen er voorwaarden op het gebied van accommodatie, organisatie en financiën moeten worden opgesteld waaraan bvo's dienen te voldoen om aan de gemengde competitie te mogen meedoen.

De afstanden die de clubs in de nieuwe Liga moeten afleggen zullen ook geen probleem kunnen zijn. Voor een club als PSV is het vrijwel even ver rijden naar de uitwedstrijd tegen Ajax als die tegen Anderlecht. De afstand tussen Eindhoven en Amsterdam is 121 kilometer; tussen Eindhoven en Brussel 127 kilometer. De beide hoofdsteden liggen 207 kilometer van elkaar. De grootste afstand die zich in een gemengde Belgisch-Nederlandse competitie zou kunnen voordoen is die tussen Groningen en Charleroi: 426 kilometer. In de huidige Nederlandse eredivisie bedraagt die 380 kilometer, tussen Groningen en Maastricht (MVV).

Halverwege ligt Waalwijk. Dat wordt niet aangedaan, want met die altijd lastige uitwedstrijd tegen RKC is het voor eens en altijd afgelopen.