OOK DE VUILNISMAN BEGRIJPT KORBACH

Sinds Fritz Korbach bij FC Volendam als een soort verlosser is binnengehaald weet de club aan de boorden van het IJsselmeer niet meer wat verliezen is. Een serie van zeven wedstrijden was goed voor elf punten en werd gisteren in stijl afgesloten met een overwinning op Sparta (0-2). Onder Korbach steeg Volendam van de zestiende naar de achtste positie op de ranglijst. Zijn ontslag bij Heerenveen, eerder dit seizoen, lijkt al weer lang geleden. Het ambivalente bestaan van een no-nonsense-trainer

Hij had vooraf aan het troosteloze treffen op Spangen “even een banketje laten klaarzetten”, dat na de terugreis in Volendam gezamenlijk kon worden genuttigd. “Want als je zo'n serie achter de rug hebt moet je toch iets doen voor de spelersgroep.” Fritz Korbach zit aan het einde van het seizoen 25 jaar in het (trainers)vak. Hij begon bij de amateurclub Elinkwijk en werkte vervolgens zoveel clubs af dat het bijna onvermijdelijk was dat zijn nieuwe werkgever een oude bekende zou worden. Met Volendam bijvoorbeeld, promoveerde hij in 1983 al eens. De eerste kennismaking met het vissersdorp verliep dusdanig dat hij bij zijn afscheid - Korbach had zelf voor een positieverbetering bij FC Twente gekozen - van de spelersgroep een kopie van de befaamde Heen-en-weer kreeg aangeboden. “Nou ja, een bootje was het”, kan hij zich nog herinneren. En gekscherend: “Het heeft bij mij thuis nog steeds een plaatsje op de schoorsteenmantel.”

De vissersboot waarmee FC Volendam langs de Dijk pleegt te paraderen na weer een promotie, was een toepasselijk geschenk voor de in het Duitse Diez an der Lahn geboren, maar in Zeist getogen oefenmeester. In een kwart eeuw ontpopte Der Fritz zich immers als een succesvolle promotietrainer. Want hij dirigeerde ook Wageningen, PEC Zwolle, FC Twente en Heerenveen van de eerste- naar de eredivisie. Voor het eerst kreeg hij vorige maand een contract bij een club die al in de hoogste afdeling van het betaalde voetbal speelt. “Ik ben dus eindelijk een echte eredivisietrainer”, stelt hij tevreden vast.

Het bestuur van Volendam trok zich begin november weinig aan van het feit dat Korbach net bij Heerenveen de laan was uitgestuurd. Manager Jan Brouwer: “Aan wat er daar is gebeurd had ik geen boodschap. Wij zochten een oefenmeester die een stilgevallen groep weer in beweging moest krijgen. We hadden een lijstje met namen waar Korbach ook opstond. Toen hij bij Heerenveen werd ontslagen hebben we snel actie ondernomen.” Brouwer is vol lof over de wijze waarop het vastgelopen FC Volendam, dat onder de voormalige hulptrainer André Stafleu in degradatiesferen vertoefde, door Korbach is vlotgetrokken. “Ik zie nu weer vrolijke koppies op de training. In de wedstrijden staat er een elftal dat met meer flair, lef en bluf speelt. Het is knap dat je in zo'n korte tijd een team naar je hand kunt zetten.”

Fritz Korbach droeg gisteren een turkooizen pak met daarover een bordeaux rode winterjas. Bril op het voorhoofd, sigaartje in de mondhoek en tegelijkertijd nog kauwend op kauwgom. Het was hem ten voeten uit. De hernieuwde kennismaking met Volendam is ook Korbach goed bevallen. “De club oogt sinds mijn vorige dienstverband veel professioneler. Ik bespeur een ambitie om hogerop te komen. Het gaat niet zoals vroeger alleen maar om de gezelligheid.”

Er viel gistermiddag zelfs een plukje Volendam-supporters te ontdekken onder de 2600 toeschouwers in het sfeerloze Spangen, waar het negentig minuten afzien was. Het is duidelijk dat de nieuwe oefenmeester in het vissersdorp iets op gang heeft gebracht. Er hing zelfs een spandoek met de tekst "Korbach bedankt'. “Het gaf mij juist het idee dat ik al weer ben ontslagen. Hier moet ik maar niet zo van in de war raken dat ik m'n veters niet meer strik. Het is allemaal inherent aan de opportunistische voetbalwetten. Alles kan zich van de een op de andere dag tegen je keren. Bij PEC zorgde ik vijf jaar voor goede resultaten. Maar toen het een periode tegenzat riep het publiek: "opgekankerd met die Korbach'. Het begon nu met een goed resultaat tegen FC Twente. Die wedstrijd kwam twee dagen na de "overval'. De spelersgroep werd op donderdag ingelicht. Dat verliep nogal ongelukkig. Ze waren net in het stadion gearriveerd toen er ineens een Schipholbel ging: "Telefoon voor meneer Korbach'. Vervolgens ging er ergens een deur open en riep André Wasiman: "Dat wordt hem dus.' Twee dagen later speelde het elftal de pannen van het dak tegen FC Twente. Daar had ik toch part noch deel aan?”

Het geheim van Fritz Korbach zit hem niet in de oefenstof of de geniale benadering van het spelletje. Enfant terrible, clown, levensgenieter en voormalige topvoetballer René van der Gijp, nog steeds zonder club, drong in anderhalf jaar Heerenveen door tot de mens én de trainer Korbach. Kennelijk kwamen hun karakters zo overeen dat er een hechte band ontstond tussen trainer en speler. “De trainingen van Fritz waren altijd vrij simpel”, kijkt hij terug. “Je ging er niettemin met plezier heen. Fritz probeerde ook nog weleens een balletje mee te trappen. Maar ik heb geen hoge hoed op van zijn voetbalkwaliteiten. Als hij een schot loste, schoot hij de bal zover weg dat je 'm niet meer terugzag. En als hij een pass gaf kon je beter met een helm op in de dug-out gaan zitten. Maar hij zorgde er toch voor dat iedereen een stapje meer liep dan normaal.”

Ook het taktische plaatje en praatje houdt Korbach tamelijk simpel. “Bij Heerenveen moest dat ook wel want daar bestond de selectie uit zestien half-debiele figuren die dachten dat ze tegen Milan van de tien keer negen keer zouden winnen. Als je na vijf minuten de bal vroeg, kreeg je hem pas in de tweede helft. Ik zei weleens: als je de bal een paar seconden eerder speelt, kan ik er meer mee doen. Maar zo'n Maarten de Jong weet niet eens hoe je het woord "vooruitdenken' schrijft. Daar moest Korbach dus mee werken. Als hij een taktisch praatje houdt, begrijpt de vuilnisman op de hoek van de straat het ook. Ik werk liever met zo'n trainer dan met Van Gaal. Als ik hem op tv over voetbal hoor praten zakt mijn broek af. Louis maakt het voetbal zo ingewikkeld dat zelfs iemand van de Erasmus universiteit het niet begrijpt. Ik heb met Fritz weleens zitten filosoferen over de vraag of zijn benadering ook zou werken bij Ajax, PSV, Anderlecht of Paris St. Germain. Misschien komt er op dat niveau in taktisch opzicht iets meer bij kijken, maar je moet het voetbal toch niet ingewikkelder maken dan het is.”

Korbach staat erom bekend dat hij van zijn hart geen moordkuil maakt. “Als ik vind dat iemand iets niet goed doet, krijgt hij dat van mij meteen te horen”, licht hij toe. Van der Gijp: “Daarbij komt dat ik in mijn hele carrière nog nooit zo'n eerlijke trainer heb meegemaakt. Als je de Rabo-bank overvalt, kun je Fritz meenemen. Hij zal je nooit verraden. Je moet hem echter geen mening opdringen. Als bij Heerenveen-voorzitter Van der Velde zei: "Je moet die speler in de spits laten voetballen, zette Fritz hem libero.' Heerenveen en hij waren op een gegeven moment op elkaar uitgekeken. Bleek wel uit het feit dat Fritz de dag na z'n ontslag een biertje ging drinken met de voorzitter. Fritz was gewoon blij dat hij mocht vertrekken.”

In het nuchtere Friesland vonden Korbach en Van der Gijp elkaar ook als het op humor aankwam. “Ik heb heel wat gekke dingen met hem meegemaakt”, vertelt Van der Gijp. “Na een uitwedstrijd leek het parkeerterrein van het Abe Lenstra-stadion altijd net de TT van Assen. Iedereen probeerde zo snel mogelijk thuis te komen. Ik ging dan met Fritz wat drinken in de verlaten bestuurskamer. Napraten over de wedstrijd. Op een keer, nadat we tegen TOP hadden gespeeld, was hij om half vijf 's nachts plotseling verdwenen. Ik raakte in paniek, want ik wist niet hoe het licht uitmoest en hoe ik het stadion moest afsluiten. Na enige tijd ben ik toch maar naar huis gegaan. Kom ik hem de volgende dag tegen, vraagt hij doodleuk: "Ben jij nog lang gebleven gisteravond?”

Buiten dit voorval hoeft geen enkel bestuur zich zorgen te maken: Korbach neemt zijn werk uiterst serieus, hij is een verslaafde workaholic. Het is in die zin tekenend dat de voormalige CIOS-student ooit verkondigde: “Ik heb verschrikkelijk grote oogkleppen op mijn kop en daar ben ik blij mee.” Van der Gijp illustreert totslot: “Korbach vertoeft dag en nacht op het stadion. Daar eet-ie, wast-ie zich, daar scheert-ie zich. Hij houdt niet van thuiszitten. Hij is gek van trainen. Op Eerste Paasdag ziet hij nog kans een training te beleggen. Ik probeerde nog weleens wat te regelen. "Fritz, het is morgen vaderdag, ook voor jou.' Niets mee te maken, zei hij dan. En als je een keer een vrije dag kreeg, was hij op de volgende training chagrijnig.”

    • Erik Oudshoorn