Rome verstaat eigen "Populorum Progressio' niet

De man en de vrouw hadden geen benen en zaten ieder in een houten karretje. Een gigantische bisschop stond tussen hen in en zag van grote hoogte op hen neer. Ze klauwden hun vingers in zijn pij. De bisschop bleef staan als een rots. Hij liet ze niet tot elkaar komen. Zo vertolkte Frits Müller, de politieke tekenaar van deze krant, onlangs zijn gevoelens naar aanleiding van een bericht uit Rome dat gehandicapten die niet in staat zijn, een gezin te stichten en te onderhouden, ook geen seksueel verkeer mogen hebben. De moraal-theoloog Honings van de pauselijke Lateranen-universiteit had dat standpunt op een internationale conferentie in Vaticaanstad uiteengezet.

Deze boodschap werd in ons land door de pers met een ijzige stilte ontvangen. Slechts Müller en Opland reageerden. Zonder woorden . . . Vele gehandicapten haalden onmachtig hun schouders op, anderen verbeten zich. Hier en daar verschenen enkele korte ingezonden briefjes. Nee, geen woede, alleen droefheid en verdriet.

De verslaggever van deze krant, Frits Abrahams, bevroeg kardinaal Simonis over deze zaak in het Zaterdags Bijvoegsel van 5 december. De kardinaal liet in het interview die vraag aan zijn aanwezige voorlichter over. Zelf gleed hij er langs heen.

Op 24 juli jongstleden berichtte deze krant over het uitlekken van een geheim document waarin de Congregatie voor de geloofsleer, de bisschoppen (nog eens) op de hoogte bracht van het standpunt van het Vaticaan over het discrimineren van homoseksuelen. Op een aantal posities in de samenleving zouden homoseksuelen mogen worden gediscrimineerd. Zelfs bij toewijzing van woningen zou discriminatie geoorloofd kunnen zijn. Het document was geheim maar uitgelekt... Het was dus niet bedoeld om in alle openheid nog eens te zeggen waar het Vaticaan in relatie tot de homoseksuele medemens staat. Het Eerste-Kamerlid Van Ooijen, priester en dominicaan, stak daarop in de Bazuin een strafrede tegen de Congregatie af. De behoudende katholieken in Nederland eisten zijn hoofd.

Kardinaal Simonis werd ook op dit punt door Abrahams bevraagd. De kardinaal werd in de hoek gedrongen maar door de gong gered. De afspraak was dat het interview tot precies 12.00 zou duren. En het was op dat moment precies twaalf uur.

Vele katholieken zijn de afgelopen decennia door Rome naar de rand van hun kerkelijk lidmaatschap gedrongen. Het gaat hen daarbij natuurlijk niet alleen om de Vaticaanse opstelling tegenover homoseksuelen en gehandicapten, het gaat om een breed scala van expliciete knelpunten.

Maar de doorsnee katholiek kon zijn schouders ophalen en zich zuchtend door kardinaal Simonis laten kwalificeren - zoals hij in het interview deed - als een minder goede of slechte katholiek. Voor katholieke parlementariërs lag dat altijd een slag gecompliceerder. Wij konden - en we spreken hier uitdrukkelijk alleen voor onszelf - weliswaar ook de schouders ophalen, maar iedere confrontatie tussen eigen politieke overtuiging en de door Rome uitgedragen leerstelling gaf en geeft pijn en doet Rome meer en meer vervagen.

Parlementariërs die vele jaren bezig zijn geweest met de integratie van gehandicapten en homoseksuelen in de samenleving kunnen niet anders dan intens teleurgesteld zijn over de manier waarop Rome deze groep op het punt van de seksualiteit benadert. De leerstelling lijkt de Alfa en de Omega. Met het Evangelie in de hand kan elke leerstelling theologisch succesvol worden verdedigd, maar het tekortschieten in liefde, troost en barmhartigheid niet. En daaraan heeft de mens de grootste behoefte. Ook de miljoenen (potentiële) aidspatiënten missen die drie elementen in de houding van Rome. "Onthouding' is het enige dat de kerk hun te bieden schijnt te hebben.

Diezelfde "onthouding' biedt Rome de wereld als oplossing van de catastrofale overbevolking. Het politiek uitoefenen van goed christen-democratisch rentmeesterschap is in het licht hiervan dan ook waarlijk geen eenvoudige opgave.

Maar er zijn meer knelpunten. Een aantal parlementariërs heeft zich in het verleden ingezet voor politieke dissidenten - in Oost-Europa en andere plaatsen in de wereld. We hebben ons geïdenti- ceerd met hun geestelijke vrijmaking, hun leed, hun drama. Tegelijk zagen wij hoe Rome omgaat met bewogen mensen zoals onder anderen de theologen Leonardo Boff en Schillebeeckx. Wij zagen hoe Boff die van Rome geen ruimte kreeg om de schrijnende sociale onrechtvaardigheid in Zuid-Amerika aan te pakken en daarom in het marxisme naar instrumenten zocht, door het Vaticaan in de hoek gedreven werd. “Wat ik van het leergezag (in Rome) heb ondervonden”, schreef Boff onlangs, “is dat het wreed en onbarmhartig is, dat het niets vergeet en niets vergeeft.” Schillebeeckx en anderen die de kerk intellectueel van binnenuit hebben willen versterken, hebben zich naar wij weten niet tegen Boffs harde verwijt afgezet. Dostojevski's "Groot-Inquisiteur' is een stukje wereldliteratuur dat helaas af en toe nog in deze context in herinnering wordt geroepen.

Vele katholieke politici hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de emancipatie van de vrouw. Wij zien als lid van de kerk en als parlementariër een kerkleiding die de wijsheid en geestelijke flexibiliteit mist om voor de vrouw die plaats in de kerk in te ruimen die haar al eeuwen toekomt. De kerk ziet niet in dat juist in deze tijd waarin individuele en algemene humanitaire problemen zich hoog opstapelen de vrouw als priester een belangrijke rol zou kunnen spelen. Zij zou de warmte, troost en barmhartigheid kunnen schenken die in de katholieke kerk door ons en anderen zo node worden gemist. Zij zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het vernieuwen en "ontmarginaliseren' van de katholieke kerk in de samenleving. De kardinaal zei tegen Abrahams in het interview dat de positie van de vrouw voor eeuwig zo zou blijven. Op deze stelling past alleen een diep stilzwijgen.

Wij zijn niet de eerste katholieke politici die knel raken tussen de leerstellingen van het Vaticaan en de inzet voor een rechtvaardige, barmhartige, non-discriminatoire samenleving. Ons politieke gewetensprobleem is al zo oud als de weg naar Rome. Velen zijn me langs die weg voorgegaan. Dr. Schaepman was niet de minste onder hen. Toen wij echter de worsteling van kardinaal Simonis lazen in het interview in NRC Handelsblad kwamen we tot de conclusie dat Rome de eigen encycliek "Populorum Progressio' niet heeft verstaan. Deze encycliek gaf de kerk de opdracht de tekenen des tijds te onderzoeken en ze te interpreteren in het licht van het evangelie. Dat is niet voldoende gebeurd, althans niet zo dat wij het moreel-ethische gezag van Rome kunnen gebruiken als bron voor wijsheid die wij in de huidige maatschappelijke realiteit zo nodig hebben.