RINUS TERLOUW (1922-1992); "De Rots'

De op 70-jarige leeftijd overleden Rinus Terlouw is een van de meest karakteristieke voetballers van ons land geweest. Hij stond, eerst in het Krimpense DCV, later in het Rotterdamse Sparta, borg voor stoer, krachtig, "no nonsens' voetbal. Niet voor niets werd hij "De Rots' genoemd wegens zijn solide ingrijpen en zijn mentaliteit die niet van opgeven wist. Hij bracht het tot 34 interlands, de eerste op 18 april 1948 tegen de Belgen. Met Piet Kraak achter zich vormde Terlouw het sluitstuk van een ploeg die 2-2 speelde en waarin ook Faas Wilkes, Kees Rijvers en Abe Lenstra optraden.

Terlouws laatste interland-optreden was op 30 mei 1954 in Zürich waar hij in een falend Nederlands elftal met 3-1 van de Zwitsers verloor. De zwaargebouwde en intussen 32-jarige stopper-spil moest daarna ruim baan maken voor zijn getalenteerde opvolger Cor van der Hart. Er bestond in die periode trouwens behoefte aan een grote schoonmaak in de nationale ploeg, die even tevoren met 4-0 van de Belgen had verloren waarbij Terlouw zeer tegen zijn gewoonte in in eigen doel had geschoten. Kort daarop volgde een zware (6-1) nederlaag tegen de Zweden. Die was zeker niet in de eerste plaats te wijten aan Terlouws tekortschieten, want mentaal stond hij nog volledig overeind. Maar het was tijd voor aflossing van de wacht.

Terwijl in zijn interland-loopbaan de duels met de slimme Belg Rik Coppens in het geheugen zijn blijven hangen, waarbij de heren elkander geen duimbreed toegaven, had Terlouw zich in Sparta al eerder ontpopt tot een onmisbaar slot op de deur. Zijn samenwerking met de stijlvolle doelman Wim Landman is nog altijd niet vergeten. Het was een combinatie, die uiterlijk deed denken aan “the beauty and the beast”: Landman een en al gratie en souplesse, Terlouw het brok stoere onverzettelijkheid. Defensief waren die twee tegenpolen de basis van het Sparta-team, dat in 1953 landskampioen werd.

Voor de huidige generatie voetballiefhebbers is het moeilijk een juiste voorstelling van Terlouws invloed te maken in de teams waarin hij speelde. Hij fungeerde als het rustpunt in het veld. Een wat bonkige verschijning, die een en al kracht en onverzettelijkheid uitstraalde. Hij was linksbenig en placht zijn medespelers met forse trappen aan het werk te zetten. Voor Sparta en de Oranje-ploeg was het een groot geluk dat zich juist in die tijd, eind veertiger jaren, zich een bepalende speler in de verdediging aandiende, want in de laatste jaren van de half-aanvallende centerhalfs was het te vaak prijsschieten geweest voor onze defensies.

Hoewel Oranje eerst van de diensten van Henny Möhring gebruik maakte na het debâcle van Huddersfield (8-2 nederlaag tegen Tommy Lawton en anderen) kwam al spoedig Terlouw zich als stopper-spil melden. Overgang naar dat toen moderne systeem werd gemakkelijker doordat op Terlouw volledig te vertrouwen viel. Een van de weinige keren dat hij echt faalde, was in een vriendschappelijke wedstrijd tegen het Utrechtse DOS. Maar dat kwam waarschijnlijk doordat hij rond de aftrap een kusje had gekregen van de Amerikaanse sexbom-filmster Jane Mansfield. Het werd 7-1 voor de Stichtenaren en "De Rots' was die dag van bordpapier.

Rinus Terlouw is na zijn actieve carrière nog even trainer van DCV geweest, maar heeft zich daarna verre gehouden van de voetballerij. Pogingen om hem als toeschouwer daar nog enigszins bij te betrekken, hebben nooit succes gehad. Wat niet verhinderen kan, dat men zich hem met respect om zijn klasse, zijn inzet en zijn opofferingsgezindheid bijft herinneren. Terlouw verschool zich nooit. Hij nam nooit een baaldag.

    • Herman Kuiphof