Was Kaïn ontoerekeningsvatbaar?

Daly, M. en Wilson, M. (1988). Homicide. New York: Aldine de Gruyter.

Tegen het einde van de lente splitst een kolonie honingbijen zich, hetgeen vaak gepaard gaat met een familiedrama. De koningin kreeg al enige tijd minder voedsel van de werksters, en werd steeds onrustiger. Haar achterlijf is kleiner geworden, en de produktie van eieren is gedaald. Tot voor kort waren de werksters uiterst zorgzaam, maar nu tonen ze zich enigszins vijandig en springen soms bovenop haar. Tenslotte wordt de koningin de korf uitgeduwd, waarna ze wegvliegt in het gezelschap van een grote groep werksters, op zoek naar een nieuwe woning.

De kolonie blijft achter zonder koningin, maar met enkele "koninklijke cellen', in elk waarvan zich een larve bevindt. Deze larven krijgen speciaal voedsel en ontwikkelen zich als gevolg daarvan niet tot gewone werksters maar, wonder der natuur, tot nieuwe koninginnen. Afhankelijk van de toestand waarin de kolonie zich bevindt, kiest de eerste koningin die haar cel verlaat soms opnieuw het luchtruim. Als de korf echter ziektes bevat, of het aantal resterende werksters te klein dreigt te worden, dan speelt zich een drama af. De koninginnen, onderling sterker verwant dan twee menselijke broers, vliegen elkaar naar de keel. Het moorden houdt aan tot slechts één enkele koningin is overgebleven.

Omdat verwanten een deel van de eigen genen hebben, is het doden van verwanten vanuit evolutionair perspectief bezien onlogisch. Als een menselijke vrouw haar opgroeiende kinderen om het leven brengt, hetgeen bij hoge uitzondering voorkomt, dan is er een grote kans dat ze niet de gevangenis ingaat, maar ontoerekeningsvatbaar wordt verklaard. Want dergelijk gedrag is in strijd met het eigenbelang. In het recht wordt voornamelijk egostisch gedrag bestraft waarmee anderen worden benadeeld.

Wanneer verwanten onderling concurreren om iets dat ieder noodzakelijk acht voor de eigen voortplanting, dan kan het voorkomen dat een moord op verwanten de eigen fitness bevordert. Zonder de hulp van een groot aantal werksters kan een honingbij-koningin zich niet voortplanten. Als de kolonie niet gesplitst kan worden, terwijl er meerdere koninginnen zijn, dan zou de zorg die de ene koningin van de werksters ontvangt ten koste gaan van de zorg die de andere krijgen. Een gen met de instructie "Doodt alle andere koninginnen als de kolonie niet gesplitst kan worden!' zal dus de eigen kans op voortplanting bevorderen, en daarom door de natuurlijke selectie worden begunstigd. Maar zolang de kolonie groot genoeg is, is het verstandiger om niet te doden maar uit te vliegen. Want de andere koninginnen zijn immers verwanten.

Uit de verschillen in de frequentie van broedermoord in menselijke samenlevingen, blijkt dat de kans dat een man zijn eigen broer doodt benvloed wordt door de onderlinge concurrentie. Tot ongeveer 10.000 jaar geleden leefden mensen in "jagers- en verzamelars-samenlevingen'. Er was geen eigendom van geld of grond, en duurzame goederen waren vrijwel afwezig. Rijkdom bestond vooral uit het bezit van verwanten. Als reden voor iemands gewelddadige dood wordt in de spaarzame jagers- en verzamelaars-samenlevingen die nu nog bestaan, soms opgegeven: "Hij had geen verwanten.' Verwanten zijn degenen die als reactie op een moord bloedwraak nemen.

Bloedwraak kan de oorzaak van eindeloze vetes vormen, maar wordt noodzakelijk geacht om geloofwaardig te maken dat een familie "terug kan slaan.' Bloedwraak heeft daarom een afschrikwekkende en beschermende functie. Verwanten vormen daarmee een onderdeel van de eigen veiligheid. Een man die in dergelijke omstandigheden zijn broer doodt, doodt een belangrijke bondgenoot en schaadt zichzelf. Broedermoord komt in jagerverzamelaar-samenlevingen dan ook uiterst zelden voor; in feite zijn er geen voorbeelden van bekend, terwijl deze samenlevingen zeer gewelddadig kunnen zijn.

In agrarische samenlevingen, waar land en vee in eigendom worden gehouden, kunnen broers lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Om versnippering van het bezit te voorkomen, ontstonden in agrarische samenlevingen erfregels die voorschreven dat het bezit geconcentreerd moest blijven. Vaak erfde de oudste zoon al het bezit of het merendeel ervan, soms was de jongste zoon de gelukkige. Het ongenoegen van de overige zonen die elders hun geluk moesten beproeven is voorstelbaar. In agrarische samenlevingen bestaat soms tien procent van alle moorden uit broedermoord. Geschillen over de verdeling van eigendommen vormen bijna altijd de aanleiding. De verdeling van bezittingen lijkt minder invloed te hebben op broederlijke twisten in moderne, stedelijke, gendustrialiseerde samenlevingen. Van de 508 opgeloste moordzaken uit Detroit (1972) waren er zeven broedermoorden. Tenminste vijf daarvan vloeiden voort uit conflicten over bezit en geld.

Volgens de bijbel was Kaïn een landbouwer en zijn broer Abel een schaapherder. Zij leefden dus in een agrarische samenleving. Misschien handelde Kan in een "vlaag van waanzin' toen hij Abel doodsloeg. Het type samenleving waarin zij leefden suggereert echter dat er een reële belangentegenstelling aan deze eerste bijbelse moord ten grondslag lag. Kaïn was vermoedelijk bij zijn volle verstand.