De oorsprong van Piet is de boeman niet

Zwarte Piet heeft de laatste jaren veel pennen in beroering gebracht. Met name zijn donkere gelaatskleur moet het ontgelden, en inderdaad past een zwarte knecht slecht in onze moderne multiraciale samenleving. Nu wordt er door sommigen geijverd voor het afschaffen van Zwarte Piet, terwijl we nog niet eens zeker weten waar hij vandaan komt.

Aanvankelijk ging men ervan uit dat Piets geschiedenis parallel liep met die van de goedheiligman. Ook de knecht zou zijn bestaan te danken hebben aan een verstrengeling van voorchristelijke (germaanse) en christelijke elementen. Pas kort geleden is men tot het inzicht gekomen dat het exotische Moortje in zijn kleurrijk pagepakje een negentiende-eeuwse creatie is. De laatste jaren groeit het inzicht dat er vóór de negentiende eeuw geen spoor van hem te ontdekken valt, in welke hoedanigheid dan ook. Sint-Nicolaas heeft zijn tweeledige bezigheid, het straffen en het belonen, eeuwenlang op eigen kracht verricht. Hoe kun je Piets mythologisch-christelijke afkomst volhouden als over zijn bestaan eeuwenlang geen woord, geen krabbel te vinden valt?

En dan zijn uiterlijk. In de oude opvattingen werd aan zijn specifieke verschijning gemakshalve geen aandacht besteed. In het ongewisse bleef hierdoor hoe de knecht van de heilige aan zijn pagepakje kwam en waarom hij er nu juist als een Moor uitzag. Eén voorzichtige verklaring brengt Piets zwarte krullenkop in verband met het feit dat zijn meester uit Spanje zou komen, waar je immers ook Moren had. De lekkernijen waar Sint-Nicolaas de brave kinderen eeuwenlang mee verraste, de sinaasappels, de gedroogde vijgen, de rozijnen, de amandelen en de noten, werden in ieder geval uit Spanje aangevoerd. Wellicht dat zich ook wel eens een Morenknechtje bij het transport bevond?

Volgens mijn bevindingen valt het eerste optreden van Zwarte Piet in de negentiende eeuw. De donkere knecht van Sint-Nicolaas doet zijn intrede via het kinderboek. Sterker misschien: hij heeft zijn bestaan te danken aan het kinderboek.

Als Van Alphen zich tegen het einde van de achttiende eeuw aan het dichten voor kinderen zet, betekent dat weliswaar een grote stap voorwaarts op het gebied van de kinderlectuur, maar waarschijnlijk heeft hij meer snaren bij de ouders beroerd dan bij de kinderen zelf. Het moralistische gehalte van zijn werk lag wel erg hoog. Dat gold evenzeer voor het (anonieme) St. Nikolaas Geschenk voor Neerlandsch Jeugd met fraaie plaaten uit 1800.

Het boekje is rijkelijk voorzien van zwart-wit prentjes van stoute en brave kinderen, maar de bijbehorende versjes dragen loodzware titels als "De Wangunst' (een gard wacht het kind dat zich beklaagt over een te klein uitgevallen stukje Sint-Nicolaaslekkers, en moeder maakt hem duidelijk dat God heus wel weet wat voor een mens het beste is), of "Loon naar Werk' (een jongetje ontzegt zijn zusje dat een roe in haar schoen heeft gekregen ogenblikkelijk alle familiebetrekkingen: “foei, stoute Meid, Gij zijt mijn Zus niet meer”) of "Het blijde vooruitzicht' (waarin het snoepgoed als "Voorsmaak van een Zalig leven' beschouwd wordt).

Daarna gaat het er voor de kinderen beter uitzien. Het Sint-Nicolaasboekje dat halverwege de eerste helft van de negentiende eeuw verschijnt (de titelpagina ontbreekt helaas, zodat nadere gegevens achterwege moeten blijven), ademt een andere geest. De jonge lezer wordt niet meer behandeld als godsvruchtig, leergierig aagje, maar gewoon als kind. Het boekje is kleurrijk geïllustreerd, Sint-Nicolaas zelf staat op elk plaatje afgebeeld en wat méér is, hij heeft een medespeler gekregen in de persoon van een beschaafde zwarte bediende! Naamloos, dat wel (en dat zou hij nog decennia blijven).

De verhaaltjes winnen door deze ingreep in de traditie - tot dusver was Sint-Nicolaas immers altijd alleen - ontegenzeggelijk aan levendigheid en het aldus gecreëerde contrast verhoogt de aantrekkelijkheid van de voorstelling. De exotische toevoeging sloeg dan ook aan. Vanaf dat moment is Sint-Nicolaas niet meer zonder zijn zwarte knecht geweest.

In het prille begin van zijn bestaan heeft de knecht in zijn gedrag niets van de latere hardvochtige boeman. Hij hoeft slechts de snoepzakjes te vullen en de geschenken te dragen. Als er gestraft moet worden doet Sint-Nicolaas dat wel. Het is de goedheiligman die volgens de tekst de snoeper bij zijn oor grijpt en stoute knaapjes "pardoes' in zijn zak stopt. Pas later wordt Zwarte Piet in een ongunstig daglicht gesteld. Een knecht heb je tenslotte niet alleen voor het lichtere werk, moeten latere schrijvers van Sint-Nicolaasboekjes gedacht hebben. Ze lieten hem het vuile werk opknappen en bewaarden de aangename dingen voor de Sint. Zo zien we dat Sint-Nicolaas de roe uit handen wordt genomen en dat Piet bij het hanteren van dit instrument steeds grimmiger gaat kijken, terwijl de goedheiligman ondertussen alle gelegenheid krijgt een milde waardigheid te ontplooien. En toegegeven, de tegenstelling in hun gedrag maakt hun optreden spannender.

De vriendelijk zwarte knecht uit de beginfase doet nog het meest denken aan de luxe zwarte pages die de Europese vorstenhoven van de zeventiende en achttiende eeuw met hun aanwezigheid opsierden en die herhaaldelijk op portretten van hoge dames en heren afgebeeld zijn, de zogenaamde Moortjes.

Zij werden ingezet in de persoonlijke bediening of functioneerden als paardenknecht. Het Moortje gold al spoedig als zelfstandig symbool van rijkdom. En zo verschenen er op schilderijen negerpages als "bijwerk', ook wanneer er zich in de hof- of huishouding van de geportretteerde in het geheel geen Moor bevond.

Het is heel goed mogelijk dat de illustrator van het eerste echte Sint-Nicolaasboekje zijn inspiratie heeft opgedaan bij schilderijen waarop zo'n mooi aangeklede page te zien was in het gezelschap van zijn heer en meester. Was Sint-Nicolaas niet net zo'n voorname, welgestelde heer? Bereed hij niet ook een paard? De luxe-bediende paste uitstekend bij zijn imago. Het is uitermate verleidelijk de zwarte knecht te zien als een motief dat overgenomen is uit de schilderkunst.

Dan is het ook niet meer nodig om, zoals tot nu toe gebeurt, uit alle macht de kloof te negeren die er ligt tussen de vermeende mythologisch-christelijke afkomst van Zwarte Piet en de uiterlijke verschijning waarin wij hem kennen.

Zwarte Piet is nooit een trawant van Wodan geweest, ook geen middeleeuwse duivel. Hij is zijn bestaan in het negentiende-eeuwse kinderboek begonnen, als echo van de zwarte page op de schilderijen. Pas later in zijn carrière ontwikkelde Zwarte Piet zich tot een boeman. Zo leende hij zich voor diverse interpretaties, maar daar kon zijn schepper ook niets aan doen.