ZOEN VAN GRAF HELPT WATERPOLOËRS

Een mislukte kus van Steffi Graf blijkt goud waard. Hans Nieuwenburg, de beste all-rounder in het Nederlandse waterpolo, schreef in zijn verhalenbundel ondermeer over een zoen van het meisje met “de mooiste benen van de wereld”. Van de opbrengsten kan zijn team over twee weken de reis naar Boedapest voor een Europa-Cupwedstrijd betalen. In de eerste wedstrijd belette Nieuwenburg de midvoor van Tungsram het scoren met hangen, trekken en wurgen. “Als hij de bal heeft mag ik hem door het putje duwen.”

In de bus terug uit het Deense Odense op 8 november nam de penningmeester het woord. “We hebben geen geld voor de reis naar Boedapest.” De Polar Bears, al drie jaar Nederlands kampioen, hadden zich met ondermeer een overwinning op de Spaanse profs van Catalunya geplaatst voor de kwartfinales van het Europa-Cuptoernooi tegen de Hongaarse kampioen Tungsram. Kosten 25.000 gulden, tekort 15.000 gulden.

De spelers kropen in de bus een voor een achter de microfoon met suggesties. Kerstbomen verkopen en hout hakken haalden het niet. Maar de volgende dag had het team de oplossingen gevonden en besloot het een tekort eventueel uit eigen zak bij te passen.

Nederland heeft de grootste waterpolo-competitie van de wereld met 22.000 deelnemers. Maar de sport heeft, zoals alle zaalsporten, moeite met het vinden van geld. Voor de competitie en de Europa-Cupvoorronde had de Stichting Steunfonds Polar Bears anderhalve ton beschikbaar. Voor de kwartfinale wilde het bestuur niet nogmaals - vorig jaar bereikte de club al de halve finale - een lening aangaan.

De spelers lieten zich er niet van weerhouden om hun prestaties in het bad te herhalen op de kant. De fondsenwerving werd een succes. Hans Nieuwenburg bundelde tien olijke verhaaltjes over zijn ervaringen tijdens de Olympische Spelen. Hij schreef over buurvrouw Nelli Cooman met haar kruidenboterzalfjes, over de sigaretten van de poloërs, de sigaren van de hockeyers en over de kus van Steffi die mislukte omdat ze met haar neus in zijn oog prikt. “Ik wilde een boekje met dertig verhaaltjes maken dat in maart af had moeten zijn. Dit kwam er tussendoor.”

De eerste druk van 1500 exemplaren is door de spelers al gesleten aan familie, vrienden en tegenstanders. Ook de verkoop van advertenties en halve haantjes van een van de sponsors levert geld op. En een brief aan een oud-waterpoloër, inmiddels directeur van een omroep, hielp de club aan zendtijd op zondagmiddag en de daarmee samenhangende reclame-inkomsten.

De televisie stond niet te trappelen. Waterpolo heeft als nadeel dat een groot deel van de strijd zich onder water afspeelt. In vier maal zeven minuten zuivere speeltijd, fluit een scheidsrechter, die zelf ook maar de helft kan zien, meer dan honderd keer. Spelers houden elkaar vast bij de polsen en armen, pakken elkaar bij de oksel of leggen een arm om een schouder. Nog minder zichtbaar is het gesjor aan wat eufemistisch “de zwembroek” heet.

Hans Nieuwenburg, 24 jaar en 131 interlands, heeft er geen moeite mee. Hij heeft de stevig ontwikkelde arm-, schouder en borstspieren die de sport vereisen. Terwijl clubleden steeds stapels boekjes voor zijn neus houden om te signeren, legt hij uit hoe het werkt. Hij speelt vaak als verdediger op de midvoor van de tegenstander. Dat is de zware en sterke, maar minder snelle man in de punt van de aanval op twee meter van het doel. “Je sloopt hem door het hele bad met hem rond te zwemmen. En te trekken en duwen. Als hij de bal niet heeft mag je niet aan hem komen. Als hij de bal wel heeft mag je hem bij wijze van spreken door het putje duwen. Maar er wordt meestal fair gespeeld. Heel zelden moet ik wel eens een knietje teruggeven, niet in zijn rug, dat is gemeen, maar in zijn dijbeen of zo.”

Nieuwenburg leerde het polo van zijn vader. Hij speelde eerst in Koudekerk, daarna in Leiden en verhuisde vijf jaar geleden voor zijn sport naar Ede. Dat was toen een jong, ambitieus team en is inmiddels met de uitstekende schutter John Scherrenburg en balgoochelaar Robert Havekotte onbetwist het sterkste team van Nederland, én een Europese topper. “In het wereldje zeggen ze dat Robert en ik gekocht zijn. Dat is onzin. Het is hier gewoon gezellig. En als we trainen betalen we zelf vier gulden om het bad binnen te komen. We hebben recht op een reiskostenvergoeding, maar niemand vraagt erom.”

Twee jaar geleden haalde Polar Bears de kwartfinale, vorig jaar de halve finale. De aanvoerder is er van overtuigd dat zijn team dit seizoen de Europa Cup kan winnen. “Dat hebben we in Odense bewezen.” Daar versloeg de ploeg uit Ede de Deense, de Spaanse en de Roemeense kampioen en leed het in de verlenging een nipte 10-9 nederlaag tegen bekerhouder Mladost uit Zagreb, de hoofdstad van Kroatië. Havekotte vernederde tegen Mladost zijn persoonlijke tegenstander Bukic door de bal over zijn hoofd heen en weer te wippen. “Daar was hij een periode rustig van”, zegt Havekotte.

“We winnen de laatste drie jaar bijna alles”, zegt Nieuwenburg. Het schlemielige Nederlandse, toch nog verliezen in de laatste seconden, is weg. We hebben zoveel tandvlees-wedstrijden gespeeld, dat we nu in een overwinning blijven geloven. Het is een eenheid. Een avond doorzakken in Odense schept een band. Wij zijn een Europese toppploeg en tegelijk een soort recreatieteam. Roken, een biertje drinken mag. Met mate. Daar zal niemand na een nederlaag over gaan zeuren. De een zal één boekje verkopen, de ander duizend, Ook dat maakt niets uit.”

Coach Nico Landeweert, lid van succesvolste Nederlandse ploeg die in 1976 brons won op de spelen, koestert hetzelfde vertrouwen. “Dit team is fysiek en mentaal sterk. Ik heb tegen ze gezegd: "ik heb liever dat ze ons arrogant vinden, dan toffe peren'. We zijn de beste ploeg van Nederland en laten dat nu ook zien als ze ergens binnenkomen.”

Nieuwenburg speelde zaterdag een belangrijke rol in de 7-5 overwinning op het stugge Tungsram. Nederlandse amateurs, die drie keer per week trainen, wonnen van Hongaarse professionals, die twee keer per dag in het bad liggen, met onorthodox spel. Polar Bears speelt op de snelle tegenaanval, terwijl de Hongaren het moeten hebben van statisch en zwaar fysiek spel, waarbij een man wordt vrijgespeeld voor een afstandsschot.

Nieuwenburg hield, ten koste van één strafworp, de midvoor onder de duim. Vijf tegendoelpunten is een uitstekend resultaat tegen Tungsram. Maar slechts zeven doelpunten vóór is mager en zal over twee weken in de return problemen opleveren. “Ach, Scherrenburg scoorde vandaag niet. Dan moet hij dat maar in Boedapest doen”, zegt Nieuwenburg optimistisch. Vier doelpunten kwamen op naam van Havekotte. Een keer met een boogje bij een man meer-situatie. Iets wat eigenlijk niet mag. “Maar als wij ons aan de regels houden, zijn zij beter omdat ze meer trainen. Als aanvaller moet je slimmer zijn dan je tegenstander. Hoe die bal in het doel gaat maakt niet uit. Verdedigen, alleen maar achter je man aan zwemmen, is meer iets voor communisten.”