Venezuela weet niet hoe alles anders moet; Bejaard staatsbestel sleept zich krakend naar een einde

CARACAS, 30 NOV. Hoewel de toestand in Venezuela volgens president Carlos Andrés Pérez al 48 uur "onder controle' was, werd gistermorgen in Caracas nog volop geschoten en hing er traangas in de straten.

Gebruikmakend van de grote verwarring na de coup-poging door opstandige militairen vrijdagochtend vroeg, probeerden gevangenen in het huis van bewaring in de wijk Catia te ontsnappen aan de hel waarin zij leven. De confrontatie tussen de naar schatting vierduizend gevangenen, van wie sommigen vuurwapens hebben bemachtigd, en de Nationale Garde en politie sleepte zich het hele weekeinde voort.

Zondagochtend stond het dodental op ten minste vijftig gevangenen en één politieman. Maar hun bezorgde en opgewonden familieleden zeggen dat zeker tweehonderd gevangenen om het leven zijn gekomen. Zo zijn ze misschien beter af, zegt een vrouw wier broer al zeven maanden in voorarrest zit wegens doodslag. Samen met een paar honderd andere familieleden heeft zij zich opgesteld op de brede verkeersweg langs de gevangenis. De menigte verspreidt zich als er traangas wordt afgevuurd, maar keert dan snel weer terug.

“De gevangenen worden mishandeld, krijgen slecht te eten en moeten slapen in de toiletten en op de trappen, zo vol is het”, zegt de vrouw, die afkomstig is uit de wijk Carapita. Haar noodkreet wordt herhaald door een spandoek dat de gevangenen uit een van de ramen hebben gehangen: “Ze zijn ons aan het afmaken. Help!”

De slachtpartij in de gevangenis van Catia is een van de redenen dat het dodental van de tweede coup-poging in Venezuela in tien maanden tijd buitensporig hoog is. Maar ook de acties van de rebellerende militairen zijn uiterst bloedig verlopen. Woeste schietpartijen bij het station van de staatstelevisie, onnauwkeurige bombardementen van rebellenvliegtuigen boven het centrum van de stad en confrontaties elders in Caracas en in de plaatsen Maracay en Barquisimeto hebben vooral aan burgers het leven gekost.

De gebeurtenissen hebben Venezuela in een shock-toestand gebracht en, zo wordt vrij algemeen gezegd, de positie van de uiterst impopulaire president Pérez versterkt, terwijl de rebellen hun aanvankelijke sympathie onder de bevolking goeddeels hebben verspeeld.

De mislukte militaire actie van vrijdag werd begeleid door een golf van deels crimineel, deels politiek geïnspireerd geweld. In het winkelcentrum Propatria, niet ver van de gevangenis van Catia, klinkt het geraas van grote hoeveelheden glas die worden opgeveegd. In het vrijwel leeggeplunderde warenhuis Maxy's nodigt bedrijfsleider Rafael Muñoz ons uit vooral een kijkje te komen nemen naar de ravage. De tornado van onlustgevoelens en hebzucht heeft het bedrijf vrijdagochtend in een paar uur tijd een schade van meer dan 2,5 miljoen gulden berokkend.

“De plunderaars zijn afgedaald uit de sloppenwijken op de heuvel hierachter”, zegt Muñoz, “maar het was duidelijk gepland. Eén van de leiders had een pistool-mitrailleur bij zich en een vrachtwagen om de spullen in te laden”. Het voertuig werd bij de verlate aankomst van de Nationale Garde achtergelaten met de laaddeuren gericht naar de ingang van de winkel. De buit ligt er nog in: bundels lipstick, doosjes make-up, fitness-apparaten en een kerstboompje compleet met versiering. “Natuurlijk is de sociaal-economische situatie hier schuldig aan”, meent Muñoz, “er is weinig voor nodig om een vonk te doen ontspringen. Dit kan weer gebeuren”.

Een verdieping lager in het complex staat eigenaar José González van de juwelierswinkel Ofiplace gelaten te kijken naar het geforceerde traliewerk voor zijn zaak en de lege schappen erachter. Hij had niet gedacht dat hij in deze uitzonderlijk slecht verlopende kerstverkoop toch zo snel van zijn spullen af zou zijn. Hij wijst op de onaangetaste bankfilialen, de drogisterij en de winkel voor bruidskleding die in tegenstelling tot de juwelierswinkeltjes en de drankhandel meteen weer zaken zouden kunnen doen.

“Goed dat u hier bent, want de regering zal proberen te ontkennen dat dit is gebeurd. Ze zijn nog vol lof over de goede burgerzin van afgelopen vrijdag”, zegt de juwelier verbitterd. Zijn negotie is vermoedelijk reddeloos verloren, want de verzekering betaalt niet uit als de schade het gevolg is van "een poging tot staatsgreep'. “Ach”, zegt González, “deze regering heeft met haar economische politiek de middenklasse toch al kapotgemaakt”.

Harde kritiek op de regering komt ook uit de mond van de priester van de Carmen-kerk in Catia. Tussen twee missen door zegt hij desgevraagd, maar op voorwaarde van anonimiteit (“De burgerrechten zijn opgeschort en je weet hier maar nooit”) dat “het hele politieke systeem aan geloofwaardigheid heeft verloren”. De priester vindt, evenals zijn parochianen, echter niet dat een militaire staatsgreep een oplossing biedt. “Wij verwerpen de democratie niet, maar we willen wel een ander systeem”.

Het "systeem' staat in Venezuela voor eigenlijk alles wat de bevolking fout acht. grootste twee partijen - de regeringspartij Acción Democrática (AD) en het sociaal-christelijke COPEI - zijn de meest zichtbare exponenten van een systeem dat al bijna dertig jaar functioneert en zich nu krakend naar het einde sleept. Zowel AD als COPEI, die in de afgelopen decennia haast bij toerbeurt het presidentiële paleis hebben bewoond, zijn onmachtig een antwoord te geven op de acute sociale en economische problemen van Venezuela.

Voorbij zijn de tijden dat het land ruggelings in de zon kon dobberen op een oneindig grote plas olie. President Pérez, in 1989 voor de tweede maal aan de macht gekomen omdat men verwachtte dat het onder hem opnieuw van een leien dakje zou gaan, heeft in de afgelopen drie jaar een succesvol, maar keihard bezuinigingsprogramma doorgevoerd.

Macro-economisch blijkt het land er goed voor te staan, de particuliere sector groeit dit jaar zelfs met naar verwachting vijftien procent. Maar drastische prijsverhogingen, relatief hoge werkloosheid en lege staatskassen hebben de armoede snel doen toenemen in wat eens een van de meest welvarende landen van het continent was. Bovendien, zo luidt de algemene klacht, is het systeem corrupt tot op het bot.

De sociaal-economische situatie was, evenals tijdens de eerste coup-poging op 4 februari, een van de belangrijkste drijfveren van de putchisten. Maar in tegenstelling tot de eerste poging lijkt er nu aanzienlijk minder steun onder de bevolking te zijn. Daarmee zit Venezuela voor een dilemma. Men wil de regering niet, men wil geen militaire dictatuur, een duidelijk politiek alternatief heeft zich niet aangeboden. “Dit land is niet zozeer instabiel als wel onzeker”, stelt een Westerse diplomaat. “De grote vraag is nu: quo vadis, Venezuela?”.

Eén van de felste critici van de president, de schrijver Arturo Uslar Pietri, zei gisteren in een vraaggesprek met de krant El Nacional dat het aftreden van Pérez nu meer gewenst is dan ooit. “Dat zou een zeer grote bijdrage zijn aan een nationale consensus over de herstructurering van de Venezolaanse democratie. De meerderheid van de mensen wil geen militaire regering, maar ook niet deze schertsdemocratie van corruptie en onkunde.”

Toch heeft de zeventigjarige president respect afgedwongen met zijn onverzettelijke houding tijdens de gebeurtenissen afgelopen vrijdag, inclusief een luchtbombardement op zijn paleis. “Dat vinden ze prachtig hier, zo'n man. Tiene cojones - die heeft tenminste ballen, zeggen ze dan”, aldus een buitenlandse inwoner van de hoofdstad. Met een zelfde soort onverzettelijkheid heeft Pérez zich de afgelopen maanden fel gekant tegen elke suggestie dat hij vervroegd zou moeten aftreden.

Ook, en vooral, na de tweede coup-poging volhardt hij in zijn opvatting. Daar zullen de Venezolanen, van wie volgens een recente opiniepeiling negentig procent de regering afwijst, minder blij mee zijn. Het biedt ook voedsel voor een volgende poging tot staatsgreep, waarvan een militair al heeft gezegd dat "driemaal scheepsrecht is'.