Standard Luik geeft gewonnen positie uit handen

LUIK, 30 NOV. In niets lijkt Frans van Rooy meer op de schuchtere voetballer die in zijn jonge jaren werd getest bij PSV en door de clubleiding in Eindhoven als overbodige ballast naar België werd afgevoerd. Daar is de bijna 28-jarige Van Rooy bij Standard Luik tegenwoordig een belangrijk "seigneur', de man die bij "les rouches', het elftal dat de reputatie heeft het meest aanvallende voetbal van België te spelen, vlak achter de aanval de lijnen uitzet. Zoals ook gisteravond weer in de Belgische competitiekraker tegen koploper Anderlecht.

Een duel waarin Van Rooy voor 25.000 toeschouwers op "Sclessin' eerst uit een vrije trap Wilmots met een kopbal in staat stelde Standard aan een voorsprong te helpen, waarna de spelverdeler de tweede helft zelf aan de basis stond van een actie waarbij Anderlecht-doelman Maes ternauwernood de bal uit het doel kon tikken. Dat van de vijf Nederlanders die gisteravond aan weerszijden de tweede helft bij Standard-Anderlecht in actie kwamen uiteindelijk de enige international van Oranje, Peter van Vossen, tien minuten voor tijd Anderlecht nog aan een 1-1 gelijkspel hielp, liet bij iedereen die het Belgische voetbal een goed hart toedraagt een bittere smaak achter. Want niet het elftal dat had geprobeerd te voetballen werd daarmee beloond, maar het team dat het grootste deel van de wedstrijd met slechts één spits (Van Vossen) aan een minimale inspanning het maximale rendement overhield.

Binnen vijf dagen zag Standard-trainer Arie Haan zowel in de Europa Cup als tegen de belangrijkste concurrent in de competitie, zijn elftal een ogenschijnlijk gewonnen positie uit handen geven. Verspeelde Standard voor de UEFA Cup afgelopen dinsdag al tegen Auxerre op knullige wijze een 2-0 voorsprong, de manier waarop het talrijke kansen scheppende Standard Anderlecht gisteravond liet ontsnappen was helemaal voer voor psychologen.

Driekwart van het duel heerste Standard in het te harde, rommelige duel dat vier gele kaarten opleverde. De puntendeling was gezien de veldverhouding echter een te karige beloning voor Standard. “Ik vraag me daarom af of dit het allemaal wel waard is om deze brandstof te verbruiken”, hield Haan na afloop zijn gehoor zowel in het Frans als het Vlaams voor. “We lopen ons de pest-pokken, van achteren naar voren, spelen goed - dat is het probleem niet - maar ik word er een beetje misselijk van dat we die bal maar niet binnenkrijgen. Dat gebeurt ons veel te vaak. Dan zeg ik: "wat is de nut van dit voetbal?' Want ik wil naar boven.”

Lange passes naar voren op de meest vooruitgeschoven spits is een beetje simplistisch gesteld van hoog tot laag het handelsmerk van het Belgische voetbal geworden. Het is niet het voetbal van Frans van Rooy die heeft bemerkt dat wanneer de bal wordt rondgespeeld in België fluitconcerten vanaf de tribunes regelmatig je deel zijn. Niettemin is Haan hem tegemoet gekomen door het elftal te formeren rond Van Rooy, die vanuit het middenveld met zijn geslepen acties zomaar vier, vijf keer in een wedstrijd een aanvaller vrij voor de keeper kan zetten. In België vindt men het dan ook onbegrijpelijk dat hij nooit een kans heeft gekregen in het Nederlands elftal. “Dat hoor ik wel vaker”, beaamt Van Rooy. “En dat wordt toch echt niet alleen gezegd omdat ze je zo'n leuke jongen vinden.”

Zelfs de bescheiden spits van Anderlecht, Peter van Vossen, de enige Nederlander in België met een vaste plaats in Oranje tegenwoordig, vindt dat je “Van Rooy er in het Nederlands elftal best bij kunt hebben.” Voorlopig concentreert Van Vossen zich op Anderlecht waar hij wekelijks voor de vrijwel onmogelijke opgave staat om in zijn eentje als vooruitgeschoven aanvaller te excelleren. Wat dat betreft was het geen toeval dat Anderlecht, waar trainer Peruzovic een half uur voor tijd Johnny Bosman liet invallen en ook de ervaren international Marc Degryse meer naar voren schoof, pas in de slotfase gelijk maakte.

Bosman heeft deze competitie slechts vier doelpunten gemaakt voor Anderlecht en zes in de voorbereiding op het seizoen. “Ik ben er het slachtoffer van dat we uit precies zo spelen als thuis”, uit hij zijn misnoegen over de ingewortelde negatieve tactiek in het Belgische voetbal om defensief zoveel zekerheden in te bouwen. “Ook in Brussel spelen we met een dubbele voorstopper en vijf, zes man achterin. Ik word er doodziek van. Ik snap het ook niet want Anderlecht zou eigenlijk altijd moeten aanvallen in plaats van verdedigen. Kijk maar naar het aankoopbeleid. Ze kopen en selecteren wel op de offensieve voetbalkwaliteiten van voetballers maar doen er in de praktijk vervolgens niets mee. Dat begrijp ik toch niet.”

Graeme Rutjes slijt zijn laatste jaren in het topvoetbal als stopper bij Anderlecht. Nog steeds is de econoom een rustige, sobere verdediger, die op grond van die kwaliteiten in het verleden ook het Nederlands elftal haalde. Na het wegvallen van Van Breukelen en Van Tiggelen in Oranje is de vraag gewettigd of de huidige bondscoach Dick Advocaat nog wel eens aan hem heeft gedacht. “Ik hoor niks meer uit Zeist”, lacht Rutjes. “Maar zo vreemd is dat natuurlijk ook weer niet omdat ik bijna 33 ben. Het zou toch wel een zwaktebod van de KNVB zijn als ze me nu nog zouden moeten gaan oproepen.”