Shell eist vroeger bezit in Spanje op

MADRID, 30 NOV. Shell wil van de Spaanse overheid de bezittingen terug die in 1927 zijn afgenomen door het bewind van de rechtse dictator José-Antonio Primo de Rivera. Het gaat om opslagplaatsen en benzinestations in het hele land waarvan de waarde nog niet is geschat. Zeker is echter, dat die in de tientallen miljoenen guldens loopt. De eis van de Nederlands-Britse multinational is vervat in een brief aan het Spaanse kabinet, die begin deze maand is verstuurd. Een woordvoerder van de Koninklijke/ Shell Groep bevestigde dat vanochtend.

Spanje heeft zich bij de toetreding tot de EG verplicht om het staatsmonopolie op olieprodukten geleidelijk te ontmantelen. De overheid heeft haar aandelen in 1984 ondergebracht in de houdstermaatschappij Campsa, die voor 98 procent staatseigendom is, en tegelijkertijd nieuwe distributieketens gecreëerd zoals Repsol en Cepsa. Ook werden weer buitenlandse maatschappijen toegelaten, die echter geen gebruik mochten maken van olie uit de staatsraffinaderijen. De zestig benzinestations die Shell sindsdien op het vasteland van Spanje heeft geopend, moeten vanuit Frankrijk worden bevoorraad. Per 1 januari komt aan deze ongelijke behandeling een eind. Voor volgend jaar heeft Shell dan ook een groot offensief voorzien, waarbij iedere week een nieuw servicestation wordtgeopend.

Al sinds 1984 wordt erkend dat Shell op grond van de situatie van vóór 1927, toen het bedrijf prominent aanwezig was in Spanje, rechten kan doen gelden op een voorkeursbehandeling bij het opnieuw verkrijgen van een flink marktaandeel. De regering had echter niet verwacht dat Shell alle bezittingen van destijds terug zou eisen. Een woordvoerder van Shell-Spanje zegt dat de claim nu pas is neergelegd omdat de liberalisering van de oliemarkt vermoedelijk binnen enkele dagen definitief wordt geregeld. Shell betoogt dat de haar afgenomen bezittingen straks niet meer worden aangewend voor het algemeen belang, maar in handen komen van concurrenten in een vrije markt.

Shell wijst er ook op nooit akkoord te zijn gegaan met de onteigening. Deze was bedoeld om een eind te maken aan het kartel dat Shell en Standard Oil volgens de regering van Primo de Rivera gevormd hadden om de Spaanse markt te verdelen en de prijzen hoog te houden. De toenmalige Shell-directeur Henry Deterding vervoegde zich persoonlijk in Madrid om tegen de maatregel te protesteren, maar kreeg van de rechts-populistische dictator niet eens een stoel aangeboden tijdens hun gesprek en keerde dan ook onverrichterzake naar huis terug.

De bezittingen van destijds zijn lang niet allemaal meer in gebruik als bedrijfsterrein. Met name het onroerend goed in Santander en Malaga is echter door de ligging dichtbij het centrum van de stad aanzienlijk meer waard geworden. Shell beschikte ook nog over grote vestigingen in Sevilla, Valencia, Gijon, Cadiz en Vigo. De Shell-eigendommen op de Canarische eilanden bleven buiten de nationalisatie; daar heeft het bedrijf inmiddels 75 service-stations. Een woordvoerder van de regering wilde vanochtend geen commentaar geven op de brief van de Shell-directie.

    • H.M. van den Brink