Satire en slapstick over het menselijk opportunisme

Voorstelling: Als een phoenix van Christopher Fry. Vertaling: Bert Voeten; regie: Julien Antonetti; vormgeving: Clari de Waal, spel: Viviane de Muynck, Karla Wieringa, Peter Smits. Gezien: 27/11 Toneelschuur Haarlem. Aldaar t/m 5/12.

Het was onder anderen aan Christopher Fry te danken dat het poëtische drama na de Tweede Wereldoorlog in Engeland een bloeiperiode doormaakte, met stukken als The Lady's not for burning en Venus Observed. Deze stukken werden over het algemeen met aanzienlijk meer enthousiasme onthaald dan de religieus getinte stukken die hij later schreef. Met een religieus stuk was hij zijn carrière als toneelschrijver ook begonnen (The boy with a cart 1938), maar de doorbraak kwam pas een paar jaar later met de eenacter A Phoenix too frequent uit 1946.

Het stuk, in het Nederlands vertaald onder de titel Als een phoenix, is een komedie die zich afspeelt in Klein-Azië, zo'n vijfhonderd jaar voor Christus. De weduwe Dynamene rouwt op het graf van haar pas overleden echtgenoot en is van plan, samen met haar slavin Doto, hem naar gene zijde te volgen. Maar na twee dagen vasten en treuren brengt de plotselinge komst van een soldaat in de grafkelder verandering in de situatie. Dynamene, die de hoop al had opgegeven dat haar lust ooit nog bevredigd zou worden in het aards bestaan, ziet, met één been in het graf, opeens kans om alsnog een nieuwe man aan de haak te slaan.

De ondubbelzinnige verleidingstactiek van beide vrouwen mag soms wat flauw en voordehandliggend zijn, op andere momenten is Als een phoenix een amusante satire die laat zien hoe het menselijk gedrag wordt bepaald door opportunisme en eigenbelang. In de Toneelschuurproduktie van Julien Antonetti, een regisseur die vorig jaar aan de regie-opleiding in Amsterdam afstudeerde, is de handelwijze van de personages op slapstick-achtige wijze uitvergroot en is het satirische element tot melodramatische proporties opgeblazen. Vette Hollywood-muziek, die de gebeurtenissen in de voorstelling op cruciale momenten ondersteunt, verandert het stuk zelfs in pure kitsch.

Mijn voorkeur heeft dit soort overdrijving niet, maar afgezien daarvan vraag ik me af waar de regisseur op uit is. Het effect van de zwaar aangezette speelstijl is in elk geval dat geen woord van de personages serieus te nemen is - en ze lijken dat zelf evenmin te doen. De acteurs maken van hun figuren lachwekkende, eendimensionale creaturen, die gauw gaan vervelen doordat de manier van reageren zo voorspelbaar is.

Zodra Viviane de Muynck, als de weduwe, zich van haar rouwsluier heeft ontdaan zie je aan de gretige, wellustige blik waarmee ze de soldaat (Peter Smits) opneemt, dat het niet lang zal duren voordat ze zich op hem stort. Hun spel en ook dat van Karla Wieringa is zo dik opgelegd dat het niet anders dan parodiërend bedoeld kan zijn. Het ontbreekt er nog maar aan dat ze bij iedere zin met hun vingers aanhalingstekens in de lucht maken, om aan te geven dat alles in deze voorstelling - tot aan de quasi-authentieke kostuums toe - met een forse korrel zout moet worden genomen.