Reizigers voelden "een hevig schudden en geweldige klap'

HOOFDDORP, 30 NOV. Egbert Kruithof dacht meteen aan afgelopen zaterdag toen de intercity Amsterdam-Vlissingen na de Schipholtunnel ineens een stuk sneller ging. “Ik had onmiddellijk die ontsporing bij Hoofddorp van eergisteren in mijn hoofd en dacht: als dat maar goed gaat.”

Het ging niet goed. De reizigers voelden de trein kort na het in volle vaart gepasseerde station Hoofddorp hevig schudden, hoorden een geweldige klap en werden hard van hun plaats "geduwd' toen de trein in slechts enkele seconden met een schok abrupt tot stilstand kwam.

Op dat moment zat op luttele meters afstand, aan de andere kant van de sloot die het industrieterrein Graan voor Visch van Hoofddorp scheidt van de spoorlijn van de NS, een aantal bouwvakkers in een keet koffie te drinken. Zij hoorden een oorverdovend geraas en zagen een lichtflits, maar dachten in eerste instantie dat de hijskraan naar beneden was gekomen. “Pas toen we buiten kwamen, merkten we dat er iets was gebeurd bij het spoor”, zegt een van hen. “We hoorden mensen schreeuwen, maar het was nog pikkedonker.” Een aantal bouwvakkers verzamelde snel materiaal om een noodbruggetje te bouwen over de drie meter brede sloot, anderen waadden naar de overkant met kabels en lampen.

De omvang van de ramp werd vanmorgen vroeg in de schijnwerpers van de bouwvakkers maar gedeeltelijk duidelijk. Pal naast de sloot lag in elk geval het zwaarst getroffen gedeelte: het voorste treinstel, dat een draai had gemaakt van 180 graden en op zijn kant lag. Halverwege dit treinstel had een mast van de bovenleiding, die de trein in zijn vaart had meegenomen, zich in het ijzer van de wagon gewrongen. “Er lagen vier of vijf mensen op de grond”, zegt een bouwvakker. “De meeste van de mensen die al uit de trein waren, stonden er hulpeloos naar te kijken. Een flink aantal hebben we via ons noodbruggetje naar de keet gebracht.”

In de trein probeerden reizigers zo snel mogelijk weg te komen. “Ik liep na de klap naar de deuren”, vertelt Rut Derandamie, die zat in het achterste treinstel dat overeind is gebleven, “maar ze gingen niet open.”

Pag 3: "De voet hing erbij, het was vreselijk'

Volgens Derandamie zat de koffiejuffrouw in haar hokje volkomen over haren toeren te schreeuwen. “Ik ben toen iets zwaars gaan zoeken om het ruitje van de noodbediening open te krijgen, maar toen ik terugkwam had iemand anders hem al geforceerd.”

Buiten zag ze dat in een andere wagon mensen probeerden de deuren op te krijgen. “Eén deur hebben ze zover open gekregen dat er een brandblusser tussen kon. Dat was voldoende om iedereen eruit te laten. Uit een andere wagon kropen mensen naar buiten door een scheur in het dak.”

Rut Derandamie vertelt het met tranen in haar ogen. Een politieagente reikt haar verbandgaas aan voor de lichte verwonding aan haar arm. “Het ergste waren die mensen op de grond”, zegt ze. “Van iemand was het onderbeen afgebroken, de voet hing er bij. Het was verschrikkelijk.” Egbert Kruithof herinnert zich iemand die klem zat in de voorste wagon. “Een militair. Ik zie hem nog zitten.”

De politie van Hoofddorp kreeg om half acht een telefoontje dat er een ongeluk was gebeurd. “Ze waren er snel bij”, zegt een bouwvakker. De ergste gewonden werden via het noodbruggetje afgevoerd, maar om de toegankelijkheid van de plaats van het ongeluk te vergroten werd in allerijl met behulp van bij de bouw aanwezige kranen en bulldozers een dam in de sloot gelegd.

Brandweerlieden en speciale hulpverleners van de NS waren inmiddels via de andere kant, waar zich een emplacement van de Spoorwegen bevindt, de trein genaderd en begonnen met het uitzagen van slachtoffers en gewonden. De reizigers werden opgevangen in nabijgelegen bedrijven.

“Over de oorzaak is natuurlijk nog niets te vertellen”, zegt een van de bouwvakkers die er meteen bij was. “We hoorden net dat er zaterdag al iets was gebeurd. Het enige dat wij hebben gezien is dat ze hier al een paar weken met de spoorlijn bezig waren.”

Inmiddels is een dragline bezig het aanpalende slootje dicht te storten met de vettige klei uit het braakliggende land naast het rangeerterrein. De ravage op het baanvak is omvangrijk. Een wielenstel ligt naast de rails. Een aantal zware steunbalken van de bovenleiding zijn rond de treinstellen uit de grond gerukt.

Via de ramen en opengebrande gaten in het voorste rijtuig takelen brandweerlieden stukken balk het eerste-klascompartiment binnen. De oranje kuip-brancards voor het bergen van de lichamen volgen. Even later tillen de brandweerlieden drie lichamen uit het treinstel. Twee glimmend gepoetste schoenen steken uit boven de grijze deken waarmee het lichaam is afgedekt.

Enkele minuten later, het is inmiddels half elf, arriveert minister Maij-Weggen met in haar gevolg NS-directeur Den Besten. De minister maakt een praatje met de brandweerlieden en hulpverleners, die na het bergen van de lichamen koffie drinken en een broodje eten.

Directeur Den Besten vindt het nog te vroeg on een verband te leggen met de ontsporing van afgelopen zaterdag. Den Besten: “We willen op dit moment niet speculeren, we gaan rustig uitzoeken wat de mogelijke oorzaak van dit vreselijke ongeluk is.”