Reisjournalistiek

In NRC Handelsblad van 10 november wijdde recensente Margot Engelen een uitvoerige en lovende recensie aan het Engelstalige tijdschrift Granta. In Granta nummer 41 kunnen lezers volgens Engelen namelijk “hun hart ophalen” aan een reeks biografische artikelen. Deze “heimelijk gespeelde biografie-wedstrijd” wordt haars inziens gewonnen door Richard Holmes met een stuk over het verblijf van James Boswell in Nederland.

Aanvankelijk vervulde de conclusie mij met enige trots. Het stuk van Holmes is immers geschreven op verzoek van het Nederlandse tijdschrift Atlas en daarin vorig jaar ook al gepubliceerd. Granta-redacteur Bill Buford heeft het overgenomen.

Maar in de de bespreking die Margot Engelen destijds schreef over Atlas nr 2. wordt geen woord vuil gemaakt aan Holmes.

Op 17 november besprak Engelen Atlas nr 4. Zij stelt dat "vrijwel alle' medewerkers aan dit tijdschrift reisjournalisten zijn. Dit is niet het geval, en al evenmin is Atlas een tijdschrift voor "reisjournalistiek', wat dat ook moge wezen. Erger is echter, dat zij aan deze onjuiste vooronderstelling het recht ontleent om de redactie met de volgende woorden te kapittelen: “Gek eigenlijk dat juist Atlas in dit nieuwe nummer helemaal geen aandacht schenkt aan de affaire-Van Dis, waarmee toch een stevige knauw is gegeven in de wortels van de Nederlandse reisjournalistiek”.

Adriaan van Dis heeft, helaas, tot dusver nooit een bijdrage aan ons tijdschrift geleverd. Als er, behalve de betrokken auteur zelf, iets of iemand een "stevige knauw' heeft gekregen van de affaire-Van Dis is het dan ook niet Atlas of "de Nederlandse reisjournalistiek' maar de instantie die opdracht gaf voor zijn artikelen over Zuid-Afrika en ze vervolgens ook publiceerde. Dat was NRC Handelsblad. Het heeft mij als lezer verbaasd dat de hoofdredactie nimmer enig commentaar heeft gegeven op de achtereenvolgende plagiaat-affaires (eerst Van Dis, toen Beunders) die de geloofwaardigheid van de krant zoveel schade hebben gedaan.