Kritiek op circuit crossen

Een aantal Nederlandse atleten heeft gisteren na afloop van de 34ste internationale Warandeloop in Tilburg felle kritiek geuit op de opzet van het crosscircuit.

Ze vinden het onterecht dat de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU) het merendeel van de plaatsen voor het wereldkampioenschap veldlopen heeft gereserveerd voor de uiteindelijke koplopers van het crosscircuit. Dat dwingt hen, zeggen ze, om de komende maanden mee te doen aan alle zes wedstrijden die samen het crosscircuit vormen. Atleten die dat niet willen of kunnen doen, bijvoorbeeld omdat ze geblesseerd zijn, dreigen buiten de boot te vallen. Dat betekent dat er misschien een veredelde B-ploeg naar de wereldkampioenschappen wordt afgevaardigd, zeggen de atleten. En dat alleen omdat de atletiekunie de organisatoren van de crossen zo nodig ter wille moest zijn. Bert Paauw, technisch directeur van de KNAU, vindt de kritiek zwaar overdreven.

Waarom heeft de KNAU voor die nieuwe opzet gekozen?

We proberen al jaren een cross-competitie van de grond te krijgen. Iedereen is voor, maar het komt er maar niet van. Het is ook nog niet gelukt om er een sponsor voor te vinden. Het crossen dreigt in de knel te komen tussen de weg- en baan-atletiek. Om de deelnemers aan het crosscircuit toch een worst voor te houden, is besloten de besten te kwalificeren voor het WK.

Kan die opzet ertoe leiden dat het tweede garnituur uitgezonden wordt?

Nee, want we hebben in elk geval één plaats gereserveerd voor de Nederlandse cross-kampioen en ook nog eens één plaats voor een atleet die niet voldoende aan het crosscircuit heeft kunnen deelnemen maar kwalitatief wel thuis hoort op het WK. Daarbij hebben we de puntentelling voor het circuit zo gemaakt dat de echte toppers aan drie, vier wedstrijden genoeg hebben om zich te kwalificeren. Ze zijn dus helemaal niet verplicht om alle zes de wedstrijden te lopen?

Een storm in een glas water?

Ja, veel stampij om niks. We hebben tevoren gekeken wat de gevolgen zouden zijn geweest als we deze aanpak de afgelopen twee jaar al hadden gevolgd. Op een enkele uitzondering na zouden dezelfde atleten naar het WK zijn gegaan. Wij beschouwen dit als een proefjaar. Als er iets blijkt te wringen, sturen we de opzet bij.