Kakofonie

Toen ik een paar maanden geleden op de voorpagina van deze keurige krant in een vette kop het woord "Kakafonie' aantrof, dacht ik met een glimlach: “Dat zetduiveltje toch! Dat weet wat!”

Maar ik moet nu vaststellen dat de zetduivel een ijzeren consequentie betracht. Mij besluipt zelfs het vermoeden dat ook de geoefende journalist soms niet meer beseft wat voor woord hij gebruikt. In de editie van 21 november trof ik uitgerekend in twee van de aardigste stukjes, door geheel onverdachte personen geschreven, datzelfde rare woord weer aan. Lees Marc Chavannes in "Iedereen Doctorandus (5)'; “... het feit dat dit land de instellingen van Hoger Weten al jaren een kakafonie van verheven opdrachten, dringende verzoeken en platte bezuinigingen oplegt”. En Gert-Jan Dröge in zijn "Hollands Dagboek': “We beschikken alle vier over vrij harde stemmen en we praten graag door elkaar heen dus het is al gauw een kakafonie...” Bedoelt men "beroerd klinkende herrie' of "wanklanken', dan is het toch kakofonie? Wil men het geluid weergeven dat klinkt in een toilet als men zijn behoefte doet, dan past het eerstgenoemde woord. Kakos = slecht; cacare = schijten. Over het misverstand dat je daarvoor gymnasium gehad moet hebben, weid ik niet uit. Dat elders in hetzelfde stukje van Chavannes "uitdeiend' staat, vermeld ik als curiositeit.