Hof: Jeltsins verbod deels ongrondwettig

MOSKOU, 30 NOV. De decreten waarmee president Boris Jeltsin de communistische partij vorig jaar heeft verboden, zijn ten dele ongrondwettig geweest. Het besluit van Jeltsin om de CPSU in al haar geledingen buiten de wet te plaatsen en haar bezittingen te confisqueren, is volgens het Constitutionele Hof illegitiem geweest. De president had zich in de ogen van het Hof moeten beperken tot oekazes tegen de “organisatiestructuren” op nationaal niveau. Jeltsin had de lokale partij-afdelingen daarentegen als “maatschappelijke organisaties” buiten schot moeten laten. Ook bij het confisqueren van de eigendommen van de partij had de regering dit onderscheid moeten maken.

Een aantal ex-leiders van de partij had de oekazes van Jeltsin dit voorjaar aanhangig gemaakt bij het hoogste grondwettelijke college van Rusland. Volgens hen zou de president met zijn decreten tegen de CPSU de vrijheid van vereniging, zoals in de grondwet is gewaarborgd, hebben geschonden. De voormalige top van de CPSU ontkende categorisch dat de partij zelf betrokken was geweest bij de couppoging van 1991. De putsch was slechts het werk geweest van een fractie binnen de partijleiding, aldus de eisers.

De vertegenwoordigers van de regering op hun beurt hadden in de zaak, die een half jaar heeft geduurd, betoogd dat de CPSU niet als een normale politieke partij mocht worden beoordeeld, maar als een organisatie die op alle niveaus verweven was met de staat. In die rol had de CPSU zich uitvoerende overheidsfuncties en gelden kunnen toeëigenen. Daarom kon de staatsgreep wel degelijk op het conto van de gehele communistische partij worden geschreven, zo luidde de conclusie van de presidentiële procureurs Sergej Sjachrai (thans vice-premier in het kabinet-Gaidar) en Gennadi Boerboelis, de vorige week van zijn functie ontheven "staatssecretaris' van Jeltsin.

Het Hof heeft juist deze principiële pleidooien van regeringszijde vanmorgen niet willen honoreren. De tegeneis die de sociaal-democratische afgevaardigde Oleg Roemjantsev dit voorjaar indiende om de CPSU als staatspartij, los van Jeltsins decreten, alsnog ongrondwettig te verklaren, werd door het Hof zelfs “niet ontvankelijk” verklaard omdat deze claim zich volgens het Hof richt op een Sovjet-organisatie die “de facto” al opgehouden had te bestaan.

De uitspraak van het Hof is vooral een moreel-juridische nederlaag voor Jeltsin die morgen voor de taak staak het oppositionele parlement, dat voor een groot deel uit ex-communisten bestaat, te beteugelen. Ex-premier Ryzjkov toonde zich vanmorgen dan ook “tevreden” over het arrest. Bovendien ondermijnt het arrest de oekaze waarmee Jeltsin een maand geleden het door nationalisten en communisten opgerichte Front van Nationale Redding heeft verboden. In materiële zin heeft de president vooralsnog minder van het arrest te duchten omdat het Hof de afhandeling van confisquering van de plaatselijke partij-eigendommen voor arbitrage heeft doorverwezen.