Herfstschrift Groningen: kleiner maar boeiend; Literair windowshoppen

Het mooie aan Herfstschrift, het literatuurfestival dat elke herfst in Groningen gehouden wordt, is dat het zo serieus en degelijk bedacht en uitgevoerd wordt. De redactie denkt blijkbaar niet: welke schrijver kan de grappigste kunstjes doen, maar: wie zouden we waarover willen horen. Dat levert onderwerpen op die bij schrijvers passen, zoals Paul de Wispelaere en Leonard Nolens die over het dagboek in de literatuur spraken. Een aardig en beschaafd gesprek tussen twee heren die al vanaf Antwerpen met elkaar in de trein gezeten hadden en er dus al diep doorheen waren gegaan; zó uitgebreid dat wij niet mochten hopen op meer dan een glimp van hun gedachtenleven. Maar dat was ook al mooi.

Ook in Groningen voelt men echter de zuinigheid van WVC. Met 30 procent minder subsidie moest Herfstschrift flink inkrimpen, zodat het programma zich nu alleen op vrijdagavond en zaterdag afspeelde. De zondag, die er vorig jaar nog wel bij hoorde, was vervallen. Toch was het aanbod weer royaal: gesprekken met debutanten, met de oude en de jonge Jan Blokker, openbare interviews met Kristien Hemmerechts, Kees 't Hart en Marcel Möring, poëzie, muziek, een vertaalprogramma over Russische poëzie: de literaire windowshopper kon te kust en te keur gaan. Het is een vorm van live-zappen, men loopt een zaaltje in, luistert wat, en als het niet bevalt (en na tien minuten is er altijd wel iemand die er al weer genoeg van heeft) sluipt men er weer uit en stommelt een ander programma binnen. Aan het eind van een onderdeel was meestal de helft van het publiek verdwenen.

Vier beroepslezers (Jaap Goedegebuure, Anthony Mertens, Gerda Meijerink en Sarah Verroen) spraken met elkaar over vier boeken. Om de beurt leidde iemand een boek in, vertelde waarom hij of zij het bijzonder vond en de anderen stelden vragen, verschilden van mening of gaven aanvullingen. De twee critici in het gezelschap, Mertens en Goedegebuure, hadden, wellicht dankzij hun beroep, de meeste overwegingen bij elk boek. Dat is interessanter om te horen dan meningen, die hebben we allemaal. Sarah Verroen vond Margriet de Moors Eerst grijs dan wit dan blauw "pretentieus' en "slecht geschreven' en voerde ter staving van het laatste aan dat ze de zin: “[hij] opent zonder toedoen van enig machinaal geweld zijn ogen” absoluut niet begreep. Een dame uit de zaal was zo vriendelijk uit te leggen dat er vermoedelijk op een wekker werd gedoeld.

Ook voor het programma-onderdeel "Op reis tussen twee oren', over het prozagedicht, was veel voorwerk gedaan, in dit geval door J. Bernlef die in een verstandige en heldere inleiding enige omtrekkende bewegingen om het gebied van het prozagedicht maakte, een eigenaardig genre dat zich zwevend houdt tussen proza en poëzie in. Hij veronderstelde dat het prozagedicht met reizen te maken had, op weg zijn, met de tijd die voorafgaat aan de beslissingen, de keuzes en de woorden. Of dat ook voor de drie aanwezige dichters gold, Elma van Haren, Robert Anker en Hans Tentije, was zo op het gehoor moeilijk uit te maken, maar zeker hielden ook zij zich op in een tussengebied waarin van alles kon gebeuren en waarin het gevoel, dat gold althans voor Van Haren en Anker, wat vrijer kon stromen dan in de strakkere vormen van de "gewone' poëzie.

Het gesprek dat Anthony Mertens met Marcel Möring had was al evenmin lichte kost, dus was alweer de helft van het publiek zoek. Herfstschrift lijkt misschien wat te veel op de literatuur zelf.

Een onderdeel waarbij bijna iedereen bleef was het vertaalprogramma. Daarin ging het er anders aan toe: “Is de winnares van dit vertaalonderdeel aanwezig?” Stilte. “Dat is jammer. Dat was mevrouw Hiemstra.” “Oh!” roept een mevrouw. “Dat moet u dan wel zeggen! Dat ben ik!” Iets minder degelijk dus, zij het wel vermakelijk, en met mooie gedichten en prachtige muziek van Sjostakovitsj. Nu maar hopen dat er volgend jaar niet nog minder Herfstschrift is overgebeleven.

    • Marjoleine de Vos