Guus Cantelberg is geen Arie Selinger

De doorsnee bestuurder van het Nederlands Handbal Verbond zou na de Haarlemse Handbalweek hebben geconcludeerd dat het nationale mannenteam toch wel erg dicht tegen de overwinning heeft aangezeten. En dat de ploeg veerkracht heeft getoond na nederlagen, het verlies tegen Noorwegen in de laatste wedstrijd een betreurenswaardig zwart randje was om een verder zo succesvoltoernooi voor de selectie van bondscoach Guus Cantelberg. Die verbond dan ook geen, zoals hij tevoren wél had aangekondigd, consequenties aan het resultaat tegen Oostenrijk eerder in de week.

Dat was een 25-19 nederlaag en paste daarmee in de rij van negatieve resultaten tegen Zwitserland (27-23) en Noorwegen (22-10), maar daar tegenover stond de klinkende zege op de Belgen: 21-20. En dat alles bij elkaar leidde tot een verdienstelijke vijfde plaats. Luidt de heersende opvatting in de handbalwereld. Het lijkt dan ook nog slechts een kwestie van tijd of Nederland gaat afrekenen met de mondiale handbaltop. Kortom: het gaat goed met het handbal.

Hoe anders is de realiteit. Zo is het ledental van het Nederlands Handbal Verbond in drie jaar van 90.000 naar 63.000 gekelderd. Een ontwikkeling die men hoopt af te remmen door terug naar de basis te gaan. De afstand tussen achterban en het bondsbureau in Bunnik is te groot, was de conclusie in de structuurnota "Samen een' die afgelopen zomer werd gepresenteerd. En dus moet het roer om en is "communicatie' het toverwoord waarmee de vervreemding tussen het NHV en zijn leden wordt bestreden. Des te saillanter is het dat het bestuur van de handbalbond zelf nog zoekende is naar een ideaal communicatiemodel.

Zeker nu de daarvoor aangewezen persoon, Cees Sijbesma, als hoofd van de sector communicatie voorlopig de taak van waarnemend directeur op zich gaat nemen. Sijbesma volgt Wim Cornelissen op, die min of meer werd verweten er niet in geslaagd te zijn de krappe financiële situatie van het NHV te verbeteren en derhalve door de bond wegens “een bepaald spanningsveld” (woorden van vice-voorzitter Jan Tuik) zijn congé kreeg. De financiële malaise blijft overigens voortduren. Dit jaar dient er twee ton bezuinigd te worden en bondscoach Guus Cantelberg is allang blij als hij met een bedrag van drie ton het nieuwe jaar kan ingaan. “We hebben voor het Nederlands team wel meer nodig, maar dat zien we later in het jaar wel weer.”

In 1988 zag het er nog zo florissant uit toen Nederland in Finland promoveerde van de C- naar de B-poule, de middenklasse van het internationale handbal. Het was op dat moment dat bondscoach Guus Cantelberg een nieuw plan lanceerde om het handbal nog een niveau hoger te tillen. Het "volleybal-model', waarbij spelers werden vrijgemaakt van werk- en clubverplichtingen om groepsgewijs te kunnen trainen, was daarbij het lichtend voorbeeld. Maar handbal is geen volleybal, Cantelberg geen Selinger en het WK voor B-landen van afgelopen maart in Oostenrijk geen Olympische Spelen. Nederland eindigde als achtste, te weinig om promotie naar de A-poule te bewerkstelligen.

Gisteren speelde Cantelberg met verve de rol van martelaar. Zijn spelers hebben te weinig conditie en kracht, zo bleek uit het verloop van het toernooi, waarin Cantelberg het overigens de eerste vier dagen zonder zijn assistent Harrie Weerman had moeten stellen aangezien deze voor vier dagen verlof van zijn werkkring geen financiële compensatie van bondswege kon krijgen. Er moeten meer 'trainingseenheden' voor zijn team komen en de bond zal een duidelijke keuze moeten maken tussen het vrouwenteam en, "zijn' mannenteam. “Je wordt er zo moedeloos van als je zo graag wilt maar aan alle kanten voorbij gefietst wordt. Met de beperkte middelen kan de bond daarom het best alles op één team zetten. Het mannenteam, ja. Dat heeft het meeste uitstraling.”

En als dat niet gebeurt? Dan trekt Cantelberg (opnieuw) zijn conclusies en neemt hij in het ergste geval zijn baan als leraar weer op. “Trainer bij de vrouwen zal ik nooit worden, daar ben ik het type niet voor.” Niemand hoeft Cantelberg, gek van handbal, te vertellen hoe de weg naar herstel moet worden ingeslagen. Optimistisch wordt al weer uitgekeken naar Portugal '94 en de Olympische Spelen in Atlanta in 1996. Nieuwe doelen om de achterliggende ellende te vergeten. Nieuwe uitdagingen die het Nederlands team volgens Cantelberg best aankan. Als tenminste aan één simpele voorwaarde kan worden voldaan. “Meer trainen. Iedereen heeft de mond vol van verjongen van het team. Ik zeg: verjongen, verouderen, het zet allemaal geen zoden aan de dijk. We moeten gewoon meer trainen.”