Defensiebelasting of vredesbelasting

In Nederland kan men weigeren wapens te dragen, maar men kan nog niet weigeren het dragen van wapens door anderen te financieren. Een fabrikant die wapens verkoopt is, ethisch gezien, verantwoordelijk voor wat er met zijn wapens wordt gedaan, maar iemand die deze verkopen financiert draagt ook verantwoordelijkheid. Sommigen zitten daarom toch wel met gewetensbezwaren tegen het verplicht meebetalen aan onze militaire defensie.

Het is niet te verdragen dat in een democratische staat als Nederland burgers worden geconfronteerd met een gewetensconflict dat zij alleen kunnen oplossen door de wet te overtreden. Het is dan ook wel te begrijpen dat, sinds de oprichting van de Beweging Weigering Defensiebelasting (BWD) in 1980, meer dan vijfduizend mensen hebben geweigerd een deel van de hun opgelegde belasting af te dragen aan de fiscus. Zij weigeren ofwel een symbolisch bedrag ofwel tien procent van de totale belastingsom, omdat gemiddeld tien procent van de algemene middelen wordt besteed aan onze militaire defensie. Om aan te geven dat het hen er niet om gaat minder belasting te betalen, maar dat zij het geld anders besteed willen zien, storten zij het geweigerde bedrag in het vredesfonds van de BWD.

De staat tracht dit soort problemen veelal onder de tafel te schuiven door ideologieën te dicteren of overeind te houden teneinde vooral de wapenfabrikanten te blijven steunen. Dat is namelijk van groot economisch belang. Zonodig kan de staat daartoe een vijandbeeld creëren. Zo is ook te verklaren dat wapenhandelaren, in tegenstelling tot drugshandelaren, in principe nooit worden vervolgd.

Hoe de bewapening wordt gefinancierd hangt van het politieke systeem af. In vele landen, waaronder Nederland, gebeurt dit inderdaad voor het allergrootste deel via belastingen, zoals de loon- en inkomstenbelasting. Hierbij geven de belastingbetalers aan hun overheid vrijwel onbeperkt mandaat bij het aankopen van wapens, en verlenen aan hun overheid kritiekloos volmacht om wapens voor massavernietiging aan te kopen en om mensen op te leiden deze wapens te gebruiken. Deze opleiding is, zoals onze hele defensie, geschoeid op militaire en dus gewelddadige leest. Het is echter de vraag of dit zo vanzelfsprekend is als veelal wordt verondersteld.

Onlangs gaf Jan van Putten op deze pagina te kennen dat hij het onzin vindt dat jonge mannen bereid dienen te zijn voor de staat te sterven, onder omstandigheden die door de staat worden bepaald (“Geen reden om te sterven voor de staat”). Zo wil ik ook stellen dat het voor de belastingbetaler niet vanzelfsprekend hoeft te zijn om onze huidige defensie, en dus ook de wapenhandelaren, te financieren. De analogie gaat vrij ver. Bij het betalen van belasting geldt net als bij het vervullen van militaire dienstplicht dat de overheid verder bepaalt met wie men solidair geacht wordt te zijn en wie onze vijand is.

Zolang als er in ons land nog dienstplicht is, geldt dat degenen die zich op grond van hun geweten als dienstweigeraar laten registreren als uitzonderingsgeval worden beschouwd en dus in principe worden gestigmatiseerd. Het vervullen van dienstplicht geldt immers algemeen als standaard. Ik hoop dat de bij de Tweede Kamer ingediende Wet Gewetensbezwaren Militaire Bestemming Belastinggelden niet weer hetzelfde bezwaar zal hebben. Wij hoeven toch geen uitzonderingen te creëren? Dat zou toch weer op manipulatie neerkomen. Men zou de gelegenheid moeten krijgen op het loonbelastingformulier en op het aangiftebiljet inkomstenbelasting aan te geven: "defensie' of "vredesdoeleinde'. Of, heel zwart-wit gesteld, geld voor geweld danwel geld voor harmonie. De verdeelsleutel die hieruit te voorschijn komt, zou dan ook kunnen worden overgebracht op andere belastingen, zoals BTW.

Een precedent voor een dergelijke keuzemogelijkheid bestaat in enkele provincies in Canada. Daar kan de burger kiezen of hij via de belastingen meebetaalt aan het openbaar onderwijs, dan wel aan het bijzondere onderwijs. Deze vrijheid van keuze stoelt op de erkenning van de vrijheid van godsdienst. Welk hokje men ook invult op zijn belastingformulier, men wordt niet als uitzonderingsgeval beschouwd.

Onder vredesdoeleinden valt zeer zeker vredesonderwijs en training in geweldloze weerbaarheid. Maar ook zaken als het verzorgen van voedselhulp voor die gebieden waar die echt nodig is en wellicht bepaalde vormen van ontwikkelingshulp. Daar moet wel duidelijkheid over worden versterkt, opdat de burgers bewust een keuze kunnen maken.

Nederland, met zijn grote belangen in de wapenhandel, zou in ethisch opzicht geloofwaardig overkomen door het aandragen van constructieve alternatieven voor het voeren en voorbereiden van oorlog. Een mogelijk alternatief zou zijn het creëren, naast het ministerie van Defensie, van een Ministerie van Vredeswerk.