Congres D66 niet tegen invoering ministelsel

DEN HAAG, 30 NOV. D66 heeft zaterdag nadrukkelijk de weg naar een ministelsel voor de sociale zekerheid opengehouden. Bijna unaniem wees de partij op een congres in Nijmegen een voorstel af waarin werd uitgesproken dat D66 “geen voorstander is van de invoering van een ministelsel”.

Op de bijeenkomst bereidde D66 de paragrafen over de sociale zekerheid voor het verkiezingsprogramma voor. Het congres volgde een aanbeveling van het hoofdbestuur waarin de komst van een ministelsel afhankelijk werd gemaakt van de mogelijkheid voor iedereen zich bij te verzekeren en het achterwege blijven van hogere looneisen. Door invoering van een ministelsel, met een lagere basisuitkering voor onder meer WAO en WW, vreest D66 dat de vakbonden hun looneisen zullen opschroeven.

Tot nu toe bestaat bij de VVD de meeste animo voor zo'n ministelsel. Partijrapporten van CDA en PvdA wijzen het af.

Het D66-congres wees een koppeling tussen lonen en uitkeringen van de hand. Het minimumloon en de uitkeringen moeten alleen aan prijsstijgingen worden aangepast. De koppeling met de stijging van de lonen zou alleen mogen gelden voor AOW-uitkeringen.

Het congres koos de 40-jarige W. Vrijhoef, oud-directeur van de Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij, tot partijvoorzitter. Vrijhoef was de enige kandidaat. Hij zei dat een verdubbeling van het ledental (nu ongeveer 15.000) een van zijn belangrijkste doelstellingen is. Betere voorlichting over de activiteiten van D66 moet duidelijk maken waarom “politiek de burger nu eenmaal geld kost”, aldus Vrijhoef.

Fractievoorzitter Van Mierlo hekelde het pessimisme van minister de Vries (sociale zaken) over de economische ontwikkeling van volgend jaar. Van Mierlo was optimistischer door het zojuist afgesloten centraal akkoord. “De Vries verwacht daar net zoveel van als hij er zelf in heeft geïnvesteerd. Weinig dus”, aldus Van Mierlo.

Voor grote onenigheid zorgde een motie die aandrong op het stellen van scherpe milieu-eisen aan een verdere uitbreiding van Schiphol. De indieners zagen de motie als een uitwerking van een uitspraak van een eerder congres van maart dit jaar. Daarin werd uitgesproken dat “scherpe eisen aan duurzame ontwikkeling” op het gebied van milieu moesten worden gesteld. Tweede Kamerlid Tommel (D66) zag de motie echter als een grote bedreiging voor de verdere ontwikkeling van de luchthaven. Het congres besloot een speciale studiebijeenkomst aan het onderwerp te wijden.