Coalitie "voorziet problemen' bij koppeling basisbeurs aan inkomen

DEN HAAG, 30 NOV. De PvdA-fractie in de Tweede Kamer vindt de plannen van minister Ritzen (onderwijs) om de basisbeurs afhankelijk van het inkomen van de ouders te maken “niet aan de orde”. Ook het CDA ziet grote problemen, maar wil de discussie over het plan afwachten, alvorens een oordeel uit te spreken.

Het plan van Ritzen maakt onderdeel uit van de bezuinigingen die het kabinet vrijdag definitief vaststelde. Ritzen wil de beurs alleen inkomensafhankelijk maken als ook de kinderbijslag inkomensafhankelijk wordt. Die verandering van de kinderbijslagregeling stuit ook op verzet van de PvdA, die hierin gesteund wordt door het CDA. De koppeling is nodig omdat anders de kans bestaat dat voor sommige studenten de studiefinanciering onder de kinderbijslag komt.

Volgens PvdA-fractiewoordvoerder W. Vermeend is verandering van het stelsel voor studiefinanciering nu niet aan de orde, omdat in het regeerakkoord staat dat de structuur niet veranderd wordt. Verder wijst hij het plan af omdat invoering van inkomensafhankelijkheid het stelsel te ingewikkeld en te bureaucratisch zal maken. Ook zal een nieuwe inkomensafhankelijke regeling de zogenaamde "armoedeval' versterken. De armoedeval houdt in dat wanneer iemand er in inkomen op vooruitgaat hij een groot deel van dat extra geld weer kwijt kan raakt omdat allerlei inkomensafhankelijke subsidieregelingen komen te vervallen.

Vermeend zei verbaasd te zijn dat zijn partijgenoot Ritzen nu dit voorstel doet om de bezuinigingen voor de komende jaren structureel in te vullen, omdat “het echt onmogelijk om zo'n ingrijpende wijziging van het stelsel al in 1994 te laten ingaan. Dat lukt niet zonder ongelukken, zelfs al zouden CDA en PvdA ervoor zijn. Dat moet Ritzen toch ook weten.” Eerder had Vermeend zelf samen met CDA-Kamerlid Lansink voorgesteld om de bijverdienregeling te verruimen onder gelijktijdige verlaging van de basisbeurs. “Dat is toch veel eenvoudiger?”

Volgens de nota van wijziging die Ritzen bij de Kamer heeft ingediend wil hij de wijziging “binnen het huidige stelsel van studiefinanciering” invoeren. De bedragen die voorlopig als opbrengst zijn ingeboekt zijn overigens betrekkelijk laag. Voor 1994 is dat een bedrag van 17,2 miljoen gulden, voor 1995 27,8 en voor 1996 82,6 miljoen gulden. In die bedragen zit ook de verwachte opbrengst van een verminderde overstap van studenten van HBO naar de universiteit. In 1993 zal het ministerie ruim vier miljard gulden aan studiefinanciering uitgeven.