CDA-achterban zet partij de voet dwars

ARNHEM, 30 NOV. De CDA-achterban trapte zaterdag op de rem. De "stevige' koers van de leiding van de partij, van fractieleider Brinkman in de Tweede Kamer en van fractieleider Kaland in de Eerste Kamer voorop, stuit bij veel CDA'ers op steeds meer weerstand. Brinkman cum suis willen minder subsidies, minder sociale zekerheid, meer eigen verantwoordelijkheid. Een ander Nederland, kortom. Allemaal best, zei de CDA-partijraad in Arnhem, maar we laten mensen in problemen niet in de steek.

Het partijbestuur had, na de partijdiscussies van de afgelopen maanden, in zijn ontwerpresolutie een standpuntbepaling over het roemruchte ministelsel achterwege gelaten. Van dat ministelsel, door Brinkman vorige week in het blad van de christelijke werkgevers nog welwillend omschreven, wil de CDA-achterban echter niets weten. Een amendement van de Kamerkring Amsterdam en de CDA-jongeren zorgde ervoor dat het ministelsel alsnog expliciet werd afgewezen.

Het verschil van mening spitste zich toe op de fameuze “bestaande gevallen” in de WAO en op de AAW. De CDA-leiding (fracties en partijbestuur) wil de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet AAW afschaffen en vervangen door aparte regelingen voor zelfstandigen en gehandicapten. Tal van CDA-Kamerkringen voelden daar echter niets voor: de AAW is toch een basisverzekering, met een beperkte uitkering, waarom moet je die dan afschaffen? Er werd gestemd: 114 tegen afschaffing, 91 voor, 1 onthouding.

Het tweede conflict betrof de WAO (die bovenop de AAW komt en alleen voor werknemers geldt). De partijleiding wil de uitkering van bestaande WAO'ers jonger dan 50 jaar, conform het wetsontwerp van het kabinet, bevriezen. Bij een inflatie van 4 procent, zoals in 1991 en 1992, leidt zo'n bevriezing in enkele jaren tot een stevige reële verlaging van de uitkering; bij een veel lagere inflatie, zoals nu voor 1993 wordt verwacht, is het effect aanzienlijk kleiner.

Opnieuw zette de CDA-achterban de voet dwars. Huidige arbeidsongeschikten kunnen zich niet particulier bijverzekeren, want een brandend huis is niet verzekerbaar, zo redeneerde men. Een resolutie van de Kamerkringen Amsterdam, Rotterdam, Brabant, Overijssel en Drenthe, plus de CDA-jongeren en -vrouwen, stelde daarom dat de overheid “blijvend verantwoordelijk” is voor het “handhaven” van “het huidige dekkingsniveau voor onverzekerbare risico's”.

Vooral voor Brinkman was de situatie bijzonder pijnlijk. In de Tweede Kamer staat de CDA-fractie inmiddels alleen, nu coalitiegenoot de PvdA de zijde van de oppositie heeft gekozen die van links (Groen Links) tot rechts (VVD) tegen bevriezing van huidige WAO-uitkeringen is. Het kabinet houdt vooralsnog voet bij stuk, omdat het verschil tussen nieuwe en bestaande uitkeringen anders de pan uit rijst. Kreeg Brinkman nu van zijn eigen achterban een steek in de rug?

De CDA-leiding deed wat ze kon. Voorzitter Wim van Velzen noemde de resolutie “onduidelijk”; prof. Ad Kolnaar, voorzitter van de CDA-werkgroep die dit voorjaar de lijnen van de sociale zekerheid in de toekomst had geschetst, probeerde het met een kunstgreep. Werkloosheid was toch ook een onverzekerbaar risico, moet de overheid de werkloosheidsuitkeringen voor altijd handhaven? Dat kon toch niet de bedoeling zijn?

Ten slotte trad Elco Brinkman zelf in het strijdperk. Onmiddellijk was duidelijk dat nu een politicus aan het woord was die probeerde de druk op de ketel weg te nemen. Kolnaar werd geprezen voor zijn “wetenschappelijkheid”, maar onmiddellijk daarna volgde de stelling dat “we idealisme en bestuurbaarheid moeten combineren”. De CDA-fractie, zei Brinkman, “probeerde de regering ervan te overtuigen dat er alternatieven zijn”. Sterker nog: “daarover zijn gesprekken gaande”.

Die aanpak had succes. Brinkman nam immers, voor het eerst, afstand van het wetsontwerp en van de bevriezing. Dat was voor de indieners van de resolutie voldoende. Het “politieke signaal” was gegeven, stelden zij, en dan was stemmen niet meer nodig. De resolutie werd ingetrokken. De interne vrede binnen het CDA bleef gehandhaafd, al scheelde het niet veel.

Op één punt zetten de CDA-leden zaterdag een oude confessionele traditie voort, en meer dan dat. Eensgezind werd besloten dat de werknemersverzekeringen een zaak zijn voor de sociale partners, niet voor de overheid. Niet alleen blijft de uitvoering in handen van werkgevers- en werknemersorganisaties - dat is nu al grotendeels zo - maar ook de verzekeringen zelf worden overgedragen aan de sociale partners. Met andere woorden: premie en uitkering worden niet meer door de regering, maar door sociale partners vastgesteld. Of, nog anders gezegd, het middenveld regeert, de politiek ziet toe.