Brinkman zet coalitiepartner PvdA nog verder onder druk; "Alleen met de PvdA kan CDA de sociale zorg reorganiseren'

ARNHEM, 30 NOV. “Ik wil er af, van dat voortdurende geaarzel van de Partij van de Arbeid”, kregen partijgenoten in kleine kring de afgelopen tijd van Elco Brinkman te horen. De CDA-fractieleider is geërgerd over wat hij ziet als obstructie bij de PvdA als het om zaken als WAO en identificatieplicht gaat. Niets doen, niet bewegen, achteroverleunen, dat is het devies bij de PvdA en daar moet een eind aan komen. De doorgaans behoedzame politicus vraagt zich binnenskamers openhartig af of het kabinet onder deze omstandigheden wel de eindstreep in mei 1994 moet halen.

De motie om - wat ook de PvdA-fractie wil - de "bestaande gevallen' in de WAO te ontzien, zoals die op de CDA-partijraad zaterdag lange tijd in de lucht hing, kwam Brinkman dan ook zeer ongelegen. De beoogd premier heeft er ideologisch geen problemen mee om verder te regeren met de socialisten, maar hij heeft er weinig zin in om direct bij zijn aantreden als premier met een geweldige WAO-erfenis te worden opgescheept, die als een staaf dynamiet met een brandende lont onder zijn kabinet zou liggen.

De druk op de partner moet dus verder worden verhoogd, zo hield hij partijgenoten de afgelopen tijd voor. De motie afgelopen zaterdag werd weliswaar ingetrokken, maar niet dan nadat Brinkman had moeten beloven over alternatieve standpunten na te denken en dat doorkruist zijn tactiek van waarschuwingsschoten richting PvdA. Die tactiek heeft hij al begin dit jaar ingezet op Texel: werkgelegenheid vóór koopkrachtbehoud, minder "stroperigheid' bij noodzakelijke ingrepen op sociaal terrein.

“Brinkman weet heel goed dat zoiets voor de PvdA moeilijk is”, zegt een fractielid in de wandelgangen van de CDA-partijraad. “Maar hij vreest straks in zijn eigen kabinet het hele sociale-verzekeringsstelsel op z'n kop te moeten zetten, omdat dan echt de grenzen van het systeem zijn bereikt.” En de altijd goed geïnformeerde Jean Penders, leider van de CDA'ers in het Europese Parlement, concludeert: “Ik geloof beslist niet dat Brinkman een breuk met de PvdA wil, maar hij laat ze nu wel heel duidelijk weten van: PvdA, beweeg, want anders moet je niet vreemd opkijken als we straks bij de kabinetsformatie ook naar andere mogelijkheden omkijken.”

Dat leidt tot het tweede aspect. Brinkman kan dreigen, maar praktisch gesproken heeft hij weinig manoeuvreerruimte. Hij kan straks rekenkundig wellicht met de VVD regeren (bijvoorbeeld met 50 zetels CDA en 28 voor de VVD), maar in werkelijkheid is die weg, juist door thema's als de WAO, geblokkeerd. Zelfs een CDA-rechtsbuiten als Jim Janssen van Raay, eveneens Europarlementslid, ziet slechts één mogelijkheid: “Doorregeren met de PvdA. Het CDA kan alleen met de PvdA de zaak van de sociale zorg reorganiseren. Met de VVD krijgen we dat nooit voor elkaar. Het zou een ramp zijn als dit kabinet zou vallen over de WAO.”

Veel CDA'er in Arnhem zijn het met deze analyse eens. “We hebben er echt geen problemen mee om straks verder te regeren met de socialisten”, zegt Joost van Iersel, Kamerlid en voorzitter van de Kamer van Koophandel in Den Haag. “We werken op veel punten zeer goed samen met de PvdA. Maar er moet iets gebeuren, de zaak stapelt zich wel op met WAO, volksgezondheid, onderwijs, identificatieplicht. Als de PvdA op haar standpunten blijft staan, kan het wel eens heel moeilijk worden om door te gaan.” Wat er dan moet gebeuren, weet niemand. Het fractielid Léon Frissen zegt het zo: “Ik zie eigenlijk niet hoe we een compromis over de WAO kunnen vinden, maar een "nacht van Brinkman' zal er niet komen. Dus zal de WAO wel hèt punt in de verkiezingsstrijd blijven.”

Bij Van Iersel, overtuigd Europeaan, is duidelijk merkbaar dat VVD-leider Bolkestein zich met zijn Euroscepsis en aarzelingen over het verdrag van Maastricht bij de CDA-fractie niet populair heeft gemaakt. René van der Linden: “Met de VVD regeren kan bijna niet, gezien het sociale thema, en eigenlijk ook niet meer gezien hun houding tegenover Europa.”

Niettemin zien ook verklaarde aanhangers van samenwerking met de PvdA, zoals Gert Koffeman, de problemen in de coalitie langzaam groeien. “Wat de algemene uitgangspunten van het sociaal-economisch beleid betreft, gaat het wel heel stroperig, hoor. Als ik dat op me laat inwerken, weet ik werkelijk niet of het wel goed komt.” Koffeman zou dat heel jammer vinden. “Op alle beleidsterreinen waar ik bij betrokken ben, gaat de samenwerking met de PvdA uitstekend. (...) Maar ik geef toe, dat sociaal-economisch beleid, moeilijk, moeilijk.”

Er is nog een reden waarom Brinkman vooral de zaak met de WAO liever aan kant heeft, voordat hij zelf premier wordt. De zeer lage scores van de PvdA in de opiniepeilingen maken het waarschijnlijk dat D66 er straks bij moet en daar staat men wat het WAO-standpunt betreft dichtbij de PvdA.

Wil de CDA-fractie D66 er wel bij hebben? Koffeman: “Van mij had D66 er de vorige keer al bij gemogen.” Frissen: “Ik heb er geen problemen mee en ik denk dat Brinkman het ook vooral uit bestuurlijk oogpunt zal zien.” Van Iersel: “Ach, ik vermoed dat er geen andere mogelijkheid is.” Janssen van Raay: “Ik hoop dat de PvdA zo veel zetels krijgt, dat we samen kunnen blijven regeren.”

Dat laatste hopen trouwens de meesten in de wandelgangen van de partijraad, die er naar worden gevraagd. D66 kan er eventueel bij, maar het liefst wel als derde partij, als de junior-partner. Slechts een enkeling wil de coalitie CDA/VVD terug. En dan ook nog alleen met Hans Wiegel, niet met Bolkestein.