Aandrang op ontslag van Lamont neemt toe

LONDEN, 30 NOV. De Britse minister van financiën, Norman Lamont, die al dagelijks geplaagd wordt door de permanente economische recessie waarin Groot-Brittannië verkeert, is het afgelopen weekeinde opnieuw in opspraak geraakt. Ontstond er vorige al oproer over het feit dat de minister de schulden niet had betaald die hij op zijn creditcard had gemaakt, zaterdag werd bekend dat hij de schatkist had aangesproken in verband met een juridische procedure om een huurder uit een woning te zetten waarvan hij de eigenaar is.

Toen Lamont minister van financiën was geworden en zijn intrek nam in Downing Street 11, de dienstwoning naast die van de premier, verhuurde hij zijn eigen appartement. De huurder, die zich sextherapeute noemde, verrichtte in de woning activiteiten die in strijd waren met het huurcontract. Bovendien zorgde het veelvuldige herenbezoek de buren last. De juridische procedure om de huurder uit de woning te krijgen, kostte de minister 70.000 gulden, waarvan 14.000 gulden betaald is door het ministerie van financiën.

De Labour-oppositie heeft bij monde van mevrouw Maragret Beckett, tweede achter Labour-leider John Smith, aangedrongen op onmiddellijk ontslag van minister Lamont. Labour-afgevaardigde Dennis Skinner zei dat Major Lamont zou moeten ontslaan als hij niet binnen 24 uur zou aftreden.

Ernstiger voor de minister is het feit dat ook in de Conservatieve gelederen stemmen opgaan die aandringen op zijn aftreden. John Carlisle, die deel uitmaakt van de rechter vleugel van de Conservatieve fractie in het Lagerhuis, stelde dat een deel van de Conservatieve achterban verschuivingen in het kabinet voor Kerst essentieel vindt, “omdat we het vertrouwen in het ministerie van financiën moeten herstellen”.

Lamont heeft zich verdedigd tegen de aantijgingen door erop te wijzen dat het niet meer dan redelijk is de kosten voor het uitgeven van persinformatie en amdere kosten die voortvloeien uit de publieke positie van de minister met betrekking tot de uitzettingsprocedure uit de publieke middelen te betalen. (Reuter)