Zsofia is niet als Judit en Zsuzsa

Het boek The Polgar Sisters van Cathy Forbes, de Engelse schaakster die vorige maand even beroemd werd doordat zij in een Joegoslavische discotheek een partij met Fischer speelde, begint met een hoofdstuk waarin wordt verklaard waarom vrouwen tot nu toe slechter schaken dan mannen. Het komt er op neer dat mannen aardig zijn voor vrouwen die zij makkelijk verslaan, maar bijzonder onaangenaam tegen vrouwen die van hen winnen. Daar kan wat inzitten, al waren er Engelse schaaksters die protesteerden en schreven dat de manlijke schakers juist heel lief voor hen zijn.

Verderop in het boek wordt nog een andere reden gegeven. De Polgar-zusjes, schrijft Forbes, krijgen veel meer publiciteit dan jongens van dezelfde sterkte. Daardoor kunnen ze ook veel hogere honoraria bedingen, waardoor de verleiding groot wordt om mee te doen aan evenementen die financieel aantrekkelijk zijn, maar schaaktechnisch beneden hun stand. In de tijd die de Polgars op die manier verknoeien, zouden jongens ernstig aan hun schaakvorming kunnen werken. Tja. Het is niet goed of het deugt niet. Ik ken manlijke schakers die graag onder zulke zorgen gebukt zouden gaan. Maar onwaar is het niet, wat Forbes hier schrijft.

Zou Zsuzsa Polgar het vrouwenwereldkampioenschap beschouwen als zo'n financieel aantrekkelijk evenement dat eigenlijk beneden haar stand is? De zusjes wilden nooit aan vrouwenwedstrijden meedoen. Alleen twee keer, voor veel geld, in de Olympiade, waardoor de vrouwen-Olympiade in 1988 en 1990 niet door de Sovjet-Unie, maar door de familie Polgar werd gewonnen. Voor het eerst is er nu een hoog prijzengeld beloofd voor de match om het vrouwenwereldkampioenschap. Als alles gaat zoals het de bedoeling was, zullen de Chinese wereldkampioene Xie Jun en haar uitdager volgend jaar een miljoen Zwitserse frank delen.

De wereldschaakbond heeft het de Polgars makkelijk gemaakt. Zsuzsa kreeg een vrije plaats in het kandidatentoernooi, dat deze maand in Shanghai gespeeld werd. Judit had ook mee mogen doen, maar die had geen zin. Zsuzsa bleek in Shanghai een klasse apart: 12,5 punt uit 16 partijen, drie punten voor op Joseliani en Tsjiboerdanidze (beiden uit Georgië), die de tweede plaats deelden. Tsjiboerdanidze werd uitgeschakeld op grond van het Sonneborn-Berger systeem. Geen teken dat het vrouwenschaak erg serieus wordt genomen, als dit systeem, dat in een gesloten toernooi volstrekt nietszeggend is, uit moet maken wie om het wereldkampioenschap verder mag spelen. Zsuzsa Polgar en Joseliani moeten nu een match spelen en de winnaar mag volgend jaar tegen Xie Jun. Opdat uw weddenschappen verantwoord zullen zijn, geef ik de ratings: Zsuzsa Polgar 2540, Xie Jun 2480, Joseliani 2445.

Volgend jaar speelt Zsuzsa dus waarschijnlijk de match om het vrouwenwereldkampioenschap, en Judit misschien met Fischer die om het wereldkampioenschap van Sprookjesland. Over het middelste zusje Zsofia horen we minder de laatste tijd. Al jaren wordt er zorgelijk gemompeld dat dit charmante meisje, nu achttien jaar, meer belangstelling heeft voor feestjes dan voor schaken. Cathy Forbes was tijdens een Olympiade een keer in de gelegenheid om Zsuzsa en Judit af te luisteren op de toiletten. Ze hadden het over Zsofia. ""Ze heeft alweer verloren. Ze is niet zoals wij, ze geeft niet echt om schaken.''

In Shanghai waren drie van de negen deelneemsters Chinees. In het boekje Chinese Chess for Beginners (tweede druk 1992) van Sam Sloan werd voorspeld dat het wereldkampioenschap van Xie Jun van korte duur zou zijn, omdat het overgenomen zou worden door de nu zeventienjarige Shanghaise Qin Kai Ying. Sloan dacht zelfs dat het vrouwentopschaak in de nabije toekomst geheel gemonopoliseerd zou worden door de Chinezen. Zijn reputatie als profeet is niet slecht, want hij zag een grote toekomst voor Xie Jun, toen bijna niemand in het Westen haar naam nog kende, maar deze laatste voorspellingen zijn toch niet uitgekomen. Qin Kai Ying deelde in Shanghai met Maric de vierde plaats (8 uit 16) en Peng Zhao Qin (23 jaar) en Wang Pin (17 jaar), deelden de zevende plaats met zes punten.

Wit Gaprindasjvili-zwart Zsuzsa Polgar

1. d2-d4 d7-d5 2. c2-c4 d5xc4 3. Pg1-f3 Pg8-f6 4. Pb1-c3 c7-c6 5. e2-e4 b7-b5 6. e4-e5 Pf6-d5 7. a2-a4 Lc8-f5 8. Lf1-e2 Gaprindasjvili, vroeger wereldkampioene, maar nu vooral organisatorisch werkzaam in de Georgische schaakwereld, haalt een paar varianten door elkaar. Dit is goed na 4...a6, maar nu niet. De theorie geeft het wilde 8. axb5 Pb4 9. Lxc4 Pc2+ 10. Ke2 Pxa1 11. Da4 en 8. Ph4 komt misschien ook in aanmerking. 8...b5-b4 Ook 8...e6 9. axb5 Lb4 bleek al in Bondarevski-Flohr, kampioenschap van de Sovjet-Unie 1950, goed voor zwart te zijn. 9. Pf3-h4 9. Pb1 c3 10. bxc3 Lxb1 11. Txb1 Pxc3 was ook niet goed, en 9. Pa2 was onaantrekkelijk, maar misschien nog het beste. 9...b4xc3 10. Ph4xf5 e7-e6 11. Pf5-g3 c3xb2 12. Lc1xb2 Lf8-b4+ 13. Ke1-f1 Een pion achter en de rochade verloren, geen geslaagd gambiet. 13...c4-c3 14. Lb2-c1 0-0 15. Pg3-e4 Pb8-d7 16. Le2-d3 f7-f5 17. e5xf6 Pd7xf6 18. Pe4-g5 Dd8-d6 19. Dd1-c2 h7-h6 20. h2-h4

Zie diagram 1

20...h6xg5 21. h4xg5 Pf6-g4 22. Ld3-h7+ Kg8-f7 23. Dc2-e4 Na 23. Dg6+ Ke7 is wits "aanval' afgelopen. Nu wint ze haar stuk terug, maar zwart doet er zonder pijn afstand van. 23...Pg4xf2 24. Kf1xf2 Kf7-e7+ 25. Kf2-e2 Dd6-g3 Wit gaf op.

L. van Benten, trouw lezer die geregeld zo vriendelijk is om mij op mijn feilen te wijzen, verdiepte zich in de vorige week afgedrukte partij Gelfand-Sjirov uit het Immopar-snelschaaktoernooi, en merkte op dat Gelfand een fraaie winst gemist had.

Zie diagram 2

Wit Gelfand-zwart Sjirov. Hier speelde Gelfand 23. Df3+ en na grote verwikkelingen verloor hij tenslotte. Hij had in de diagramstelling na zijn twee vorige stukoffers nog een derde offer moeten brengen, 23. Pe6xg7+! waarvan overigens duidelijk is dat het niet mag worden aangenomen: 23...Dxg7? 24. Dh5+ en mat. Na 23...Kf5-g6 24. Te1xe7 dreigt wit 25. Dg4+ met snelle winst. De beste verdediging is 24...Dh8-h3. Dan speelt wit 25. Dd1-e2 met de dreiging 26. De4+, bijv. 25...c3 26. De4+ Tf5 27. De6+ of 25...Pxd4 26. De4+ Pf5 27. g4 en wit wint. ""En op 25...La6-c8?'' vroeg ik. Dan beslist het subtiele 26. De2-d2, waarna de dreiging 27. Dg5+ niet goed meer af te wenden is. Maar waarom zo subtiel en ingewikkeld, eerst 25. De2 en dan 26. Dd2, waarom niet meteen 25. Dd2? ""Aha, ik dacht wel dat u dat zou zeggen. Na onmiddellijk 25. Dd2 zou zwart de rollen omdraaien met een dameoffer: 25...Df1+! 26. Kxf1 c3+. Daarom moet eerst de zwarte loper worden weggelokt.'' Daarop viel weinig anders in te brengen dan een oprechte felicitatie.