Zo was het

Er is, zo plegen de ouderen praktisch onophoudelijk op te merken, er is wel zo het een en ander veranderd. Neem de welkomstkus. Ouderen kussen niet maar raak. Jongeren, daarentegen, zeer. En dan driemaal, stammend - zo men weet - van het katholieke volksdeel, dat dit doet in naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Maar niet-katholieken doen het even hard. Wang één, wang twee en dan nog eens wang één. Waarna ze veelal eens flink snuiven, want in deze tijd heeft men nogal eens last van een verstopte neus. De zestigplussers halen dat gezoen niet in hun hoofd. Als de intimiteit groot is, geeft men elkaar een zoen op de wang. Eén keer. En bij tederder omhelzingen waren geen derden aanwezig. “Niet zoenen”, zei mijn moeder soms, voorafgaand aan een bezoek: “Tante is erg verkouden.”

Er was echter een ander groetritueel waaraan grote zorg werd besteed, namelijk het op straat afnemen van de hoed. Voor bekenden en vooral voor dames uit de kennissenkring. Dit vooronderstelt dat de heer een hoed droeg. Dat deed hij dan ook. Hij droeg een deuk- of gleufhoed waarover ik nu hoor dat het uiterst "in' is voor een jonge vrouw zo een gleufhoed achterop de haren te zetten. Sal-wel.

Maar terug naar de heer. Terug naar echtgenoot of vader, die nimmer zonder hoed de straat op gingen. En dan begon het afnemen van die hoed. Diep of minder diep. Het was nooit zo maar iets willekeurigs. Die hoed ging af en men gaf zich terdege rekenschap van de wijze waarop. Er leefde indertijd een notaris in een kleine deftige provinciestad. Aan de wijze, waarop die zijn hoed voor iemand afnam, kon je tot op een ton nauwkeurig afleiden hoeveel diegene, die gegroet werd, bezat.

“Wist jij”, zo fluisterden de kenners tegen elkaar, “wist jij dat die man zo rijk was.” Doppen was een amicale wijze om de hoed afnemen aan te duiden en een dophoed was de huiskamernaam voor een bolhoed. Er waren mannen die altijd een bolhoed droegen in de veronderstelling, dat ze er dan als een Engelsman uit zouden zien. In de jaren dat het Engelse pond nog twaalf gulden waard was, was dat dan ook heel wat.

Een deukhoed met slappe rand deed de artiest vermoeden. De drager meende dat zelf dan ook; en de panama was een pendant van de strohoed die, in de zomer, de deukhoed verving. Maurice Chevalier heeft de strohoed, zo geen eeuwigheidsduur dan toch decennia lang een speciale klemtoon gegeven. Kleine jongetjes droegen een slobkousenbroek, een jasje en een petje allemaal in één kleur.

Een beroemde man in Nederland, die zich constant blootshoofds vertoonde, was minister Kan, de vader van Wim. Zonder hoofddeksel zat hij achter het stuur van zijn auto. Momenteel dragen slechts bejaarde mannen iets op het hoofd: veelal een pet in kleine ruiten. Ze dragen ook vaak katoenen of linnen sporthoedjes; ook als ze niet aan sport doen. Maar het overgrote deel van de mannelijke bevolking gaat blootshoofds. Er worden geen hoeden meer afgenomen, want er zijn geen hoeden en oude heren aarzelen tot in hun tachtigste om naar een hoed te grijpen en huiveren jeugdig en blootshoofds het leven door.

Na de Tweede Wereldoorlog was het met het gehoed van vrouwen ook gedaan. Je kunt er niet mee chaufferen en niet mee fietsen. Maar in de twintiger jaren zag je een dame nooit zonder hoed. Zij stonden er met voile of pluim mee bij de tramhalte, ze zaten ermee aan het ziekbed van hun kleinkind en ze droegen hem altijd op bezoek. Ook nadat zij zich in de garderobe van de mantel hadden ontdaan. Ze kochten een nieuwe, als ze vermoedden dat haar man haar bedroog en dat hielp uitstekend. Ze stonden er voor in lange rijen als bij een onbetaalbaar modehuis de uitverkoop begon. Na het beëindigen van Wereldoorlog II liep half Londen zich krampachtig op te fleuren met een rode hoed, maar enkele jaren na 1945 was het afgelopen. Steeds weer staat er een ontwerper op die het toch maar weer eens probeert met de dameshoed: gehaakt of gebreid, maar vooral sportief. Deftig is uit. Diegenen die nog in hun jeugd voorname dames op de fiets zagen met een imposante hoed op het hoofd, dragen nu zelf een shawl om het haar als het regent.

Er zou zeer veel te schrijven zijn over de geschiedenis en de betekenis van de hoed. Een boeiend verhaal. Om je hoed voor af te nemen.