Zanger Peter te Bos over het nieuwe begin van popgroep Claw Boys Claw; Uiteindelijk blijven we een liedjesgroep

Claw Boys Claw treedt op in Doornroosje, Nijmegen (2/12), Paard, Den Haag (3/12), Graanbeurs, Breda (4/12), Luxor, Arnhem (10/12), Noorderligt, Tilburg (11/12), Bolwerk, Sneek (12/12), Effenaar, Eindhoven (17/12), Nighttown, Rotterdam (18/12), Tivoli, Utrecht (19/12), Vooruit, Gent (20/12), Sneeuwpop, Diesen (26/12), Fenix, Sittard (27/12) en Paradiso, Amsterdam (29/12).

In het achtjarig bestaan maakte de Amsterdamse rockgroep Claw Boys Claw nog niet eerder een plaat die recht deed aan de indruk- wekkende podiumreputatie. Het nieuwe album Sugar brengt daar verandering in, omdat zanger Peter te Bos de gelegenheid kreeg om zich van een melodieuzere kant te laten horen.

“Het is een teken van onvolwassenheid,” vindt Peter te Bos, “als popsterren hun status bevestigd willen zien door luxe auto's en dure hotelsuites. Soms voel ik me al behoorlijk opgelaten als we, zoals laatst in België, in een van de betere hotels overnachten. Ik laat me liever in een deux-chevaux dan in een grote limousine rondrijden.”

Na acht jaar van volle zalen in het clubcircuit, loopt de 41-jarige zanger van Claw Boys Claw nog steeds niet naast zijn schoenen. In zekere zin markeert de zevende elpee Sugar een nieuw begin. Door de inbreng van de uit Fatal Flowers afkomstige bassist Geert de Groot en producer Michel Schoots (drummer van de Urban Dance Squad), werden de muzikale uitgangspunten aangescherpt. Gitarist John Cameron hoeft zijn versterker niet meer voortdurend op voluit te zetten en drummer Marc Lamb liet zijn mouwloze houthakkersoverhemd in de kast. “Dat subtielere heeft er altijd in gezeten,” meent Te Bos, “maar het kwam er pas uit toen Michel ons er attent op maakte. We wilden eens een wat plezieriger plaat maken, met muziek waar op gedanst kan worden. We zijn natuurlijk verre van een house- of een hiphop-band, maar de tijd vraagt om muziek waar je op kunt bewegen. Er zijn aspecten in de hiphop die me zeer aanspreken, zoals het ritme, het basgeluid en de teksten. Daar wordt meestal meer in gezegd dan bij ons, want uiteindelijk blijven we een liedjesgroep.”

Ten tijde van het veelgeprezen debuutalbum Shocking Shades uit 1984, was Claw Boys Claw de voorste in een rij van Amerikaans georiënteerde garagerockgroepen. Er werd zelfs gesproken van een Amsterdamse Gitaarschool, die ook bands als Blue Murder en Fatal Flowers voortbracht. Te Bos werd in een adem genoemd met Nick Cave en Iggy Pop, hoewel hij zelf liever zijn bewondering uitte voor de dramatische zangstijl van Tom Jones. “De laatste tijd luister ik veel naar Zuidamerikaanse volksmuziek, terwijl John (Cameron) sinds jaar en dag een zwak heeft gehad voor Funkadelic en andere zwarte muziek. Ik zou niet met zekerheid kunnen zeggen of die invloeden in onze muziek doorklinken, maar de overeenkomst is de doorleefdheid die er uit spreekt. We waren een beetje vastgeroest in die harde gitaarmuziek. Een plaat opnemen was altijd een ramp voor mij. Als ik mijn partij moest inzingen, kwam ik helemaal blauw geschreeuwd uit dat geluidshok. Het pijnlijke was dat je daar nooit iets van terug hoorde op tape. Ik probeerde het live-geluid op de plaat te zetten, maar dat blijkt in ons geval onmogelijk. Ditmaal hebben we gezocht naar een manier om er meer "soul' in te brengen; een donker geluid.”

De plaattitel Sugar doet vermoeden dat Claw Boys Claw wil benadrukken dat het groepsgeluid zoeter is geworden. Te Bos ontkent dat, hoewel hij om andere redenen vindt dat het een toepasselijk en goed in het gehoor liggend woord is. “Denk maar aan een soort likkepot-effect, waarbij het gaat om vrouwen, geld, dope en macht. Wat de teksten aangaat dekt dat heel goed de lading. Ik zing over de verleiding, de hunkering naar macht die ik om me heen zie. Zelf woon ik in de Nieuwmarktbuurt, waar ik veel te maken heb met heroïne-hoertjes en mensen die al jaren bezig zijn om zichzelf dood te spuiten. In een tekst vraag ik me af of die mensen dat aan zichzelf te danken hebben, of dat de maatschappij het zo ver heeft laten komen. Ik zing over de dingen die me bezig houden zonder daar meteen een boodschap mee te willen uitdragen.”

In de afgelopen jaren reisde Claw Boys Claw vele malen het circuit van jongerencentra af, waar de humoristische uitstraling van Te Bos mede oorzaak was van de volle zalen die ze overal aantroffen. “Dat relativeringsvermogen komt live beter tot uitdrukking dan op de plaat,” zegt hij ernstig. “Het is mijn taak om die duizend man in de zaal het gevoel te geven, dat zij dat ook kunnen. Dat zij evengoed op mijn plaats kunnen gaan staan en dat het niks bijzonders is. Het is geen kunst; het is het maken van liedjes. We proberen daar zo normaal mogelijk over te doen.”

In het dagelijks leven is Peter te Bos grafisch ontwerper. Als zodanig was hij verantwoordelijk voor boekomslagen, plaathoezen, inrichtingen van tentoonstellingen en het fraaie beeldmerk van de Urban Dance Squad, "internationaal gezien mijn bekendste ontwerp.' Hij vreest dat hij binnenkort niet veel tijd zal hebben voor zijn eigenlijke professie. Hoewel Claw Boys Claw zich in Nederland beperkt tot een overzichtelijke tournee, klinkt de roep van het buitenland. “Als ik in Parijs of New York was geboren, had ik waarschijnlijk precies dezelfde muziek gemaakt. We hebben in het verleden wel covers van Nederlandse popsongs gespeeld, zoals Venus van Shocking Blue en de hele elpee Hitkillers. De enige coverversie die we nu nog doen, is er een van ons eigen nummer Hippie On The Highway. Dat spelen we nu zo drastisch anders, dat je het origineel er bijna niet meer in herkent.”