Scenes uit een gastgezin; "Ze heeft zich al van de keuken meester gemaakt. Ze kookt heel goed, maar helaas veel te vet. Maar ik laat haar maar begaan.'; "De tradities zijn hier toch wel heel anders! Als ik een gast heb hoort die bij het gezin, die ee...

Tatjana D. uit de met de grond gelijk gemaakte Bosnische stad Bihac vond zes weken geleden in Leiden onderdak bij een familie met drie kinderen. Een groot huis, een warm gezin, een veilige haven: een grote opluchting voor Tatjana, die zich afvraagt waar haar verleden en haar toekomst zijn gebleven. Maar na de eerste positieve indrukken treden al gauw de verschillen aan het daglicht. Wat is er na zes weken nog over van de opluchting van Tatjana en van de goede bedoelingen van een Leidse familie?

De advertentie van de Vereniging voor vluchtelingenwerk, deze zomer in de krant, voelde Wanda E. als een rechtstreeks appel. Gironummers, zegt ze, gaan zo langzamerhand langs me heen, maar deze oproep kon je alleen maar met ja of nee beantwoorden. Haar man ging akkoord en ze boden zich onmiddellijk aan als gastgezin voor een Joegoslavische vluchteling. Wekenlang hoorde ze niks, maar eind september werd ze opgebeld: of haar aanbod nog steeds van kracht was. Twee weken later stond de Bosnische Tatjana D., vers uit Belgrado, met drie koffertjes, op van de zenuwen, op de stoep van het grote huis aan een statige laan in Leiden. Wanda deed de deur open, omhelsde haar en Tatjana had het gevoel dat er een zware last van haar afviel.

Een week woont Tatjana nu op de logeerkamer van huize E., een gezin met twee werkende ouders, drie kinderen, een werkster, een kinderoppas en een SRV-man. ""Het is een huishouden van Jan Steen, dus eentje meer of minder maakt me echt niet uit'', zegt Wanda laconiek. Als ik vraag of ze niet bang is voor problemen, stuift ze op. ""Dat is nu weer zo'n typisch Hollandse reactie! Hier vindt iedereen altijd dat de staat alles maar moet opknappen! Je hebt toch geen keuze in zo'n situatie? Het waren die drie zinnen in de krant en ik móest ja zeggen.''

Het schaamrood stijgt mij naar de kaken. Ze heeft natuurlijk groot gelijk. Waarom was Joegoslavië voor haar nu opeens de druppel die de emmer deed overlopen? ""Ik denk dat het een gevoel van totale uitzichtloosheid, van machteloosheid was. Het besef dat er niemand meer is die kan helpen. Deze zomer is er bij mij een soort verzadigingspunt bereikt. Ik zette de televisie niet meer aan. Ik kon er niet meer naar kijken, naar het schieten, naar de puinhopen, naar de honger. Het deed me denken aan de verhalen van mijn familie over het leven in het getto. Als je onder een bepaald bestaansminimum terecht komt, gaat kennelijk iedereen zich als een beest gedragen.''

Tatjana, afkomstig uit de totaal verwoeste stad Bihac, is naar Nederland gekomen na bemiddeling van Joods Maatschappelijk Werk. Dat ze joods is, helpt wel, zegt Wanda. ""Dat eeuwige joodse gedoe maakt het voor mij gemakkelijker. Je hebt iets gemeenschappelijks, haar moeder heeft in Auschwitz gezeten. Maar joodszijn betekende tot voor kort niets voor haar. Toen ik de deur opendeed, zei ik "shalom', om het ijs te breken. Ze keek me niet-begrijpend aan.''

Tatjana (44) kwam ontredderd, bang en verloren in Nederland aan. De eerste dagen moest ze alles van zich afpraten. Iedereen moest haar verhaal horen, de werkster, de kippenboer, de kinderen. ""Mijn man zei: we hebben wel een brok verdriet in huis gehaald!''

Wanda vond Tatjana op het eerste gezicht slim, flink, aardig en typisch Oosteuropees. ""Ze bemoeit zich overal mee, met de opvoeding, met de huishouding. Ze heeft zich al van de keuken meester gemaakt. Ze kookt heel goed, maar helaas veel te vet. Maar ik laat haar maar begaan. Haar reacties zijn eigenlijk heel normaal. Ze is wel treurig, maar niet depressief. Ik denk dat ze een heel levenslustige tante is, blij met kleine dingen. Ik moet vaak wel om haar lachen: tussen alle gekken hier in huis valt ze nauwelijks op. In Joegoslavië slikte ze een hele batterij slaappillen. De laatste vijf maanden zijn een fysieke uitputtingsslag voor haar geweest. Ze voelt zich hier thuis, ze komt tot rust. Ze zegt nu al: ik wil hier nooit meer weg.'' Wanda zegt het wat lacherig, maar ook een beetje ongerust. ""Ik denk dat ik haar uit moet huwelijken'', grapt ze. Joods Maatschappelijk Werk heeft nog niet veel laten horen. Niemand weet immers wat dat eigenlijk is, een ontheemde. Zoveel is zeker: ze blijven lang en ze mogen niet werken. Hoe vul je in godsnaam de dagen in een gastgezin?

Door haar praktijk als psychotherapeute heeft Wanda ervaring genoeg met psychische problemen. Maar met Tatjana's situatie weet ze niet goed raad. ""Bij een therapie ga je terug naar vroeger. Er zijn bepaalde technieken om verdrongen leed te verwerken. Maar het frustrerende voor Tatjana is dat ze nergens naar toe kan werken. Wat je ook doet, er verandert niets in haar situatie. Haar toekomst is totaal ongewis. Ze heeft zulke verdrietige, zwarte ogen. De kinderen zijn een beetje bang voor haar. Ze heeft een bundeltje foto's en een dochter in Londen en verder is ze haar hele verleden kwijt.''

Tatjana D. werd in 1948 geboren in Osijek. Een goed deel van haar jeugd bracht ze door in Sarajevo, de laatste twintig jaar woonde ze in Bihac, dat niet ver van de grens met Kroatië ligt. Ze werkte er als kleuterjuffrouw en gaf balletlessen. Haar ouders zijn dood, haar dochter studeert sinds kort in Londen.

Bihac, ""een van de mooiste steden van Bosnië'', zegt Tatjana, telde ooit 40.000 inwoners. Naarmate de oorlog dichterbij kwam, stopten steeds meer mensen met werken, bedrijven sloten hun deuren, kinderen gingen niet meer naar school. Tatjana heeft tot eind april doorgewerkt. Salaris kreeg ze toen al niet meer. Bihac was een militaire stad met een groot ondergronds militair vliegveld in de heuvels. Toen het Joegoslavische Volksleger zich op 16 mei uit Bihac terugtrok, na het vliegveld te hebben opgeblazen, is de helft van de inwoners gevlucht. Tatjana was toen al weg. Getipt door haar ex-man, die militair was, verliet ze Bihac op 13 mei, met de laatste burgervlucht. Ze ging naar Belgrado om afscheid te nemen van haar dochter, die naar Londen vertrok. Ze nam maar kleren voor tien dagen mee, want ze was er zeker van dat ze terug zou keren. De sleutel van haar tweekamerflat gaf ze aan een vriendin. Na het vertrek van het leger bleek het onmogelijk om terug te keren. Deze zomer is ook haar huis met de grond gelijkgemaakt. Van haar verleden rest haar slechts een stapeltje foto's.

In Belgrado kreeg Tatjana financiële steun van de joodse gemeente. Men raadde haar aan ergens in Europa onderdak te zoeken. De terugweg naar huis was immers afgesneden. Ze koos voor Nederland, vanwege een oude jeugdliefde. Met angst in het hart belde ze in Leiden aan. ""Ik voelde me vreselijk, maar Wanda heeft me omhelsd en gekust. Ze gaven me de kans niet om te huilen. Het is hier heerlijk. Het is alsof ik hier mijn hele leven al heb gewoond. In mijn stoutste dromen had ik niet gedacht dat er zulke mensen zouden bestaan! Ik had gehoord dat Nederlanders van die kille mensen zijn, maar ik ben zo hartelijk ontvangen. Als de Joegoslaven zo hard gewerkt hadden als de Nederlanders, zou het bij ons nooit zo ver gekomen zijn!''

Tatjana's eerste gang was naar Joods Maatschappelijk Werk en daar legden ze haar haar positie uit. Dat werd de eerste schrik en teleurstelling. Ze kreeg te horen dat ze als "ontheemde" niet mag werken en dat dit maar een tijdelijke oplossing is. Na afloop van de oorlog moet ze terug. ""Maar ik wil niet terug. Ik denk niet dat er de eerste vijf jaar na de oorlog in Joegoslavië leven mogelijk is. De mensen zijn vergiftigd. Maar het zijn de politici en de journalisten die de oorlog gaande houden. De journalisten zijn verschrikkelijk. Je krijgt kippevel als je leest wat de Kroaten over de Serviërs schrijven en andersom. De televisie is een totale hersenspoeling, maar omdat de mensen niks beters te doen weten, staren ze de hele dag naar de buis. De Kroaten en de Serviërs zijn even erg. Beide partijen hebben concentratiekampen en ze zijn er op uit om Bosnië onderling op te delen.''

Nu dempt Tatjana haar stem. Ze wil het eigenlijk niet zeggen, maar volgens haar zit er meer achter, achter die hele oorlog. In Joegoslavië wordt gefluisterd dat er sprake is geweest van een buitenlandse interventie. Iemand moet er belang bij hebben dat Joegoslavië uit elkaar valt. Hoe valt het anders te verklaren dat mensen elkaar dit aandoen? Een terugkeer is voor Tatjana alleen mogelijk naar Bosnië. ""Ik kan niet leven in Kroatië of Servië. Ik geloof niet in etnisch zuivere staten. Maar ook in Bosnië wil ik alleen leven, als daar weer een mengsel van verschillende volkeren woont.''

Wanda is een engel, vindt Tatjana, ze hadden direct goed contact. Ze heeft haar dingen verteld die ze aan haar beste vriendinnen niet vertelde. Maar ze voedt wel haar kinderen totaal verkeerd op. Neem nou de driejarige bengel van het gezin, die drinkt 's avonds uit de fles en dus moet hij 's nachts plassen! Dat deugt natuurlijk niet. En de meisjes mochten wel eens een handje helpen in de huishouding! In Joegoslavië mogen kinderen maar niet zo op blote voeten door het huis rennen! ""Je hebt groot gelijk'', glimlacht Wanda, ""ik heb afschuwelijk verwende kinderen.'' En ze excuseert zich, want zoonlief vraagt om aandacht.

Een maand later bel ik huize E. ""Je belt precies op tijd'', zegt Wanda, ""want we hebben net de eerste crisis achter de rug. Ik was vorige week tegen het overspannene aan. Nu gaat het weer wat beter.'' Ik spoed me naar Leiden.

Tatjana ontvangt me boven, in de zonovergoten zolderkamer met bloemetjesbehang. Ze schenkt Joegoslavische koffie. Ze ziet er beter uit, maar er hangt ook een waas van treurigheid om haar heen. ""Ik ben stabieler dan een maand geleden'', zegt ze. ""Ik ga nu zelf op stap. Bij Joods Maatschappelijk Werk heb ik voor het eerst een zelfstandige conversatie gevoerd in het Engels. Daar ben ik trots op.''

Haar dagen brengt Tatjana door met Engels leren, winkelen, boeken lezen en wandelen op het strand van Katwijk. Joegoslavië is geen minuut uit haar gedachten. Ze belt regelmatig met vrienden, maar sinds ze ontdekt heeft dat dat erg duur is schrijft ze dagelijks lange brieven. Ze heeft contact met drie vrouwen uit Bihac, die nu in Zagreb wonen. Ze hebben alledrie hun man verloren. Haar leerlingen is ze helemaal uit het oog verloren. Ze heeft gehoord dat het hele centrum van Bihac is uitgebrand. ""Ik heb er nog steeds geen woorden voor. Met mijn verstand begrijp ik dat er geen kans is om terug te keren, maar ik blijf hopen dat er misschien over een aantal jaren weer leven mogelijk zal zijn. Met Sarajevo is al vijf maanden geen telefonisch contact meer mogelijk. Mijn hele jeugd is weg, en ook mijn vrienden en kennissen.''

Tatjana was in Joegoslavië tot het laatste moment overtuigd communiste. Het kwam recht uit haar hart, zegt ze. De tijd van Tito was de mooiste tijd voor Joegoslavië. Er was werk, er was eten, er was vrede, hij was de verbindende schakel. Of ze geen last had van het gebrek aan vrijheid? Tatjana kijkt me niet begrijpend aan. ""Er was geen gebrek aan vrijheid. Alle ellende is begonnen met de dood van Tito. Het is vreselijk om aan te zien hoe alles wat Tito heeft opgebouwd nu teniet wordt gedaan. Iedereen heeft heimwee naar die tijd. Als Tito er niet geweest was, had Joegoslavië niet bestaan.''

Kunnen de Joegoslaven de vrijheid niet aan, vraag ik naïef. Weer die verbaasde blik. ""Over welke vrijheid heb je het? Oorlog is toch geen vrijheid? Of je het nu democratie noemt of communisme kan me niet schelen, als er maar weer een man als Tito komt, in wie de mensen vertrouwen hebben.'' Waarom er juist in het meest gematigde oostblokland na de val van het communisme oorlog is uitgebroken, kan Tatjana ook maar niet vatten. ""Het is onlogisch, het is absurd, er is aan die hele oorlog geen touw meer vast te knopen.'' Haar ogen schieten vol tranen.

In november heeft Tatjana voor het eerst geld gekregen. Als "ontheemde" uit de hybride TROO-regeling (Tijdelijke Regeling Opvang Ontheemden, die speciaal in het leven is geroepen om de Joegoslaven de vluchtelingenstatus te onthouden) krijgt ze nu maandelijks 445 gulden. Is dat genoeg? ""Eerst at ik hier met de familie mee. Maar bij Joods Maatschappelijk Werk zeiden ze tegen me dat ik voor mijn eigen eten moet zorgen. Nederlanders houden er niet van als je niet meebetaalt. Ik heb het met Wanda besproken en die zegt ook: je moet op eigen benen staan. Het is niet zozeer een kwestie van geld, maar van zelfstandigheid.'' Tatjana praat er moeizaam over. De teleurstelling was groot. ""Ik had het gevoel dat ik afgewezen werd, maar ik begrijp het nu wel. Ik heb een maand van hun gastvrijheid genoten. Voor mezelf koken vind ik niet erg, maar alleen eten vind ik vreselijk ongezellig. De tradities zijn hier toch wel heel anders! Als ik een gast heb hoort die bij het gezin, die eet gewoon mee. In Nederland is zoveel afstand.''

Wanda heeft het er ondertussen ook niet makkelijk mee. Het gaat haar absoluut niet om geld, maar Tatjana bemoeide zich binnen de kortste keren met het hele huishouden. ""Ze nam de hele keuken van me over. Ik kwam er niet meer aan te pas. Ik begrijp het wel, ze wilde iets terugdoen, ze wilde een functie in het gezin. Ze ging schoonmaken, wassen en strijken. Mijn werkster voelde zich zo ongeveer de deur uitgezet. De SRV-man heeft ze bijna verjaagd omdat hij te duur was. Ik kreeg voortdurend op mijn kop dat ik bij hem kocht en niet in de supermarkt! En als ik dan uitlegde dat hij al twintig jaar aan de deur komt en dat het me een zorg zal zijn dat hij een dubbeltje meer vraagt voor zijn service, dan accepteerde ze dat niet. Ze riep me voortdurend ter verantwoording. Het is heel lief dat ze wilde koken, maar ze kookt veel te vet en ongezond. Mijn gezin protesteerde.''

Drie keer kregen de vrouwen woorden, uiteraard om onbenulligheden. De eerste aanvaring was "de aardappelkwestie'. ""Ze doet altijd een enorme hoeveelheid water bij de aardappelen. Ik legde haar uit dat wij dat anders doen, want dat zo alle vitaminen verloren gaan. Ze riep meteen verontwaardigd dat ze er nog nooit van had gehoord dat er vitaminen in aardappels zaten! Ik probeer dat dan met een grapje op te lossen, in de trant van: in jullie aardappels misschien niet, maar in die van ons wel, maar ze reageerde steevast boos. Toen mijn zoontje aan tafel een gilbui kreeg en ze zich daarmee ging bemoeien, was voor mij de maat vol. Ik heb haar scherp gezegd dat ik niet wil dat ze zich met de opvoeding bemoeit. Ze heeft dat nu wel begrepen. Ze houdt zich in, maar ik zie dat ze daardoor veel eenzamer is geworden en dat kan ik weer niet aanzien. Het kwam heel hard aan toen ik tegen haar zei dat ze haar eigen leven moet leiden. Ze is geen kind van dit gezin. Ik heb mijn eigen leven en mijn eigen orde.''

Tatjana beaamt dat ze zich eenzaam voelt. Dat komt ook door de taal. Haar Engels is niet goed genoeg. In januari begint ze aan een intensieve cursus Nederlands. De verschillen tussen Nederlanders en Joegoslaven zijn toch wel erg groot. ""De Nederlanders zijn koeler. De gewoonteverschillen geven problemen en ik heb het gevoel dat ik het niet goed doe. Ik heb fouten gemaakt waarvoor ik me schaam. Ze hebben veel geduld met me. Ik had me niet mogen bemoeien met de opvoeding van de kinderen. Dat viel niet goed bij de ouders. Dat kwam hard bij me aan, want ik heb toch 24 jaar ervaring met kinderen!''

Tatjana vindt wel dat ze er met Wanda goed over kan praten. Wanda voelt haar goed aan, ook als ze erg emotioneel reageert. Ondanks de teleurstellingen denkt Tatjana dat ze het nergens zo goed zou hebben als hier. Weg wil ze niet. Gevraagd of ze zich Wanda's aanmerkingen kan voorstellen, zegt ze aarzelend: ""Joegoslaven hebben wel de neiging zich voortdurend met elkaar te bemoeien. Nederlanders laten elkaar vrijer, ze gaan meer hun eigen gang.'' Wat ze leuk vindt in Nederland? Weer een lange stilte. ""Economisch is het het beste land. Ik heb bewondering voor het niveau van de sociale zekerheid. Daarom hoop ik ook dat ik niet word teruggestuurd naar Joegoslavië. Dat hele land is één groot sociaal probleem.''

Wanda's grootste zorg is dat Tatjana niks zelfstandig onderneemt. Ze heeft voor haar een serie afspraken gemaakt met de dokter, die haar stap voor stap onderzoekt. Wanda heeft Joods Maatschappelijk Werk inmiddels gevraagd om praktische steun en sindsdien neemt een gepensioneerd echtpaar Tatjana regelmatig op sleeptouw om allerlei praktische dingen met haar te regelen. Maar ze houdt veel af. Zo probeert Wanda haar al weken naar de oogarts te krijgen omdat ze over haar ogen klaagt. Ook een paar ontmoetingen met Joegoslaven liepen op een teleurstelling uit.

"Mijn dochter heeft tegen me gezegd: mijd de Joegoslaven, want daar komt alleen maar gedonder van'', is Tatjana's commentaar en het tekent de achterdocht die de oorlog bij de mensen heeft gezaaid. ""Het is voor mij moeilijk in te schatten wat je op het conto van de oorlog moet schrijven'', zegt Wanda. ""Ik heb haar vroeger immers niet gekend. Ze stelt zich nu bescheidener op dan in het begin, maar dat is natuurlijk meteen ook een stuk kunstmatiger. Er zijn soms van die vreemde communicatiestoornissen. Toen er een vriendinnetje van mijn dochter bleef eten, zei ze boos: "Het lijkt hier wel een pension! Dat zou ik nooit goedvinden!' Toen zei die vriendin vriendelijk tegen haar: "Maar Tatjana, omdat het hier zo'n open huis is, ben jij toch hier?' Dat dringt dan helemaal niet tot haar door. Gelukkig zijn mijn kinderen heel lief voor haar.''

Toen de crisis kwam, zag Wanda het even heel somber in. ""Ik heb mijn hele leven geroepen dat ik op mijn grafsteen wilde hebben: Zij stond altijd klaar! Dat was mijn ideaal. Nu kan ik het woord liefdadigheid even niet meer horen.'' Maar Wanda is een laconieke vrouw en met ijzeren optimisme zegt ze dat ze zich geen zorgen maakt over de toekomst. ""Dat heb ik nooit gedaan. Ik zie het wel.''

Ze rekent er op dat Tatjana jaren blijven zal. Waar moet ze anders heen? Die oorlog duurt nog wel even en van 445 gulden in de maand kun je geen zelfstandig leven opbouwen. ""Ik hoop dat de autoriteiten snel iets aan die status doen, zodat ze tenminste werk kan zoeken. De eerste brief is al de deur uit. Ze kan toch les geven aan kinderen van vluchtelingen?''

Voorlopig eet Tatjana nog met de familie mee. Wanda wil de overgang niet te bruusk maken, maar op den duur moet Tatjana toch echt een kamerklant worden. Inmiddels is de crisis weer voorbij. Op een bazaar sleepte Wanda voor Tatjana een complete keukenuitzet in de wacht, met bakoventje en al. Voor op haar kamer. Dat leverde eerst wat tranen op, maar er kunnen nu ook al weer grappen over worden gemaakt.

""Twee weken kon ik geen grappen meer velen en daar kan ik absoluut niet tegen'', zegt Wanda. ""Af en toe zullen we wel dol van elkaar worden, maar benauwen doet het me niet meer.'' Tatjana's eenzaamheid, daar weet Wanda zich intussen geen raad mee. Nee, meegevallen is het haar allemaal niet, maar dat was redelijkerwijs ook toch ook niet te verwachten? ""Ach'', zegt ze glimlachend als ze me het tuinhek uitlaat, ""is dit niet gewoon het zoveelste bewijs van het onvermogen van de mens?''

    • Laura Starink