Opec verlaagt olieproduktie als prijssteun; Ecuador te arm voor kartel

WENEN, 28 NOV. De olieproduktie van OPEC, de organisatie van olieproducerende landen, wordt met 400.000 vaten per dag (ruim 1,5 procent) verminderd tot 24.582.000 vaten per dag. Dit hebben de olieministers van de OPEC-lidstaten gisteren besloten.

Volgens marktdeskundigen, die gisteren ongeduldig een besluit van OPEC afwachtten, zal deze geringe produktievermindering hooguit voorkomen dat de olieprijs verder keldert. “Met dit besluit bereikt de OPEC haar richtprijs (21 dollar per vat van 159 liter) in elk geval niet”, was het commentaar van een termijnhandelaar uit New York.

Hisham Nazer, olieminister van Saoedi-Arabië, de grootste OPEC-producent, gaf als commentaar dat hij liever een grotere vermindering had gezien om de prijs te ondersteunen. Gisteren daalde de prijs voor Noordzee-olie op de Londense termijnmarkt nog met 36 dollarcent per vat tot 18,82 dollar. Vandaag was er een licht herstel.

Ook Nazers belangrijkste tegenvoeter binnen de OPEC, de Iraanse minister Aguazadeh, toonde zich ontevreden. Iran heeft gedurende de driedaagse vergadering steeds volgehouden dat een hogere prijs belangrijker is dan handhaving van het huidige produktievolume. Volgens de cijfers die Aguazadeh zelf bekendmaakte, zou hij de grootste bijdrage in de vermindering moeten dragen: van een produktie van 3,9 miljoen vaten per dag moet hij terug naar 3,49. Maar volgens deskundigen in de olie-industrie had Iran tevoren zijn cijfers kunstmatig verhoogd om minder te hoeven inleveren.

De OPEC-ministers hebben afgesproken de vermindering zo mogelijk al per 1 december te laten ingaan, al is het besluit officieel bedoeld voor het eerste kwartaal van 1993. Door de onzekerheid over een mogelijke hervatting van de olie-export door Irak besloten de ministers niet tot herinvoering van officiële quota, maar wel tot een "allocatie' per lidstaat.

Ecuador zegde het lidmaatschap van OPEC deze week officieel op, omdat dit land in grote economische problemen verkeert en door een scherpe vermindering van de overheidsuitgaven geen middelen meer heeft om de OPEC-contributie te betalen.

Aan de resterende twaalf OPEC-landen is in Wenen de volgende produktie-hoeveelheid toegewezen (maal duizend vaten per dag): Algerije 764; Gabon 393; Indonesië 1.374; Iran 3.490; Irak 500; Koeweit 1.500; Libië 1.409; Nigeria 1.857; Qatar 380; Saoedi-Arabië 8.395; Arabische Emiraten 2.260; Venezuela 2.360.

Koeweit wordt toegestaan zo mogelijk meer te produceren in het eerste kwartaal van 1993.