OP ZOEK NAAR DE MAYA-TEKENS

Breaking the Maya Code door Michael Coe 304 blz., geïll., Thames and Hudson 1992, f 60,70 ISBN 0 500 05061 9

Michael Coe is een internationaal bekende kenner van de Maya-cultuur. Zijn Breaking the Maya Code behandelt de ontrafeling van het schrift van die belangrijke oude indiaanse beschaving in Midden-Amerika, die talrijke oudheidkundige vondsten heeft opgeleverd en ook in het heden nog is te herkennen onder Mayaanstalige inheemsen.

Lange tijd gold het Mayaanse schrift, zoals dat op tempelwanden, gedenktekens, aardewerk en in de vier aan Spaanse vernietigingsdrang ontkomen boeken werd aangetroffen, als onbegrijpelijk. Algemeen werd aangenomen, dat het om echt beeldschrift ging. Zo gingen beroemde Amerikanisten als Seler, Thompson en Morley er van uit dat de Maya's met hun schrifttekens een onmiddellijke betekenisoverdracht beoogden, dat wil zeggen een huis betekent huis, een vogel betekent vogel, enzovoort. Uitgaande van deze gedachte vonden zij het niet nodig zich al te zeer in de Mayaanse talen te verdiepen, noch zich te wijden aan vergelijkende studies met andere schriftstelsels in de wereld.

Coe wijst zijn oude, inmiddels overleden, leermeester Thompson als grote hinderpaal voor de verdere ontwikkeling van de Maya-studies aan. De Mayanisten van de eerste helft van deze eeuw kwamen niet veel verder dan de ontcijfering van kalenderdata en getallen. Zij dachten dat de overige tekens gelegenheidsgekrabbel betroffen, dat waarschijnlijk geen gesloten stelsel vertegenwoordigde en daarom nooit ontcijferd zou kunnen worden.

Coe heeft zijn boek opgedragen aan de Russische onderzoeker Yuri Knorosov. Het waren enkele in de strikte afzondering van het Bolsjewistische staatsregime ploeterende Russen, die halverwege deze eeuw voor de grote doorbraak op dit gebied zorgden. Naast Knorosov vervulde Tatiana Proskouriakoff daarbij een belangrijke rol. In hun relatieve afzondering konden deze Russische onderzoekers zich losmaken van de heersende denkbeelden in het westen. Zo kwamen zij, langs de weg van taalstudies in samenhang met het onderzoek van de schrifttekens tot de gevolgtrekking dat het Maya-schrift althans voor een belangrijk deel fonetisch was.

KRIJGSDADEN

Het duurde enige tijd voordat westerse wetenschapsbeoefenaren bereid waren te aanvaarden dat collega's onder een communistisch regime iets zinnigs voortgebracht hadden. Vanaf de jaren zestig vonden de nieuwe gezichtspunten langzamerhand ook in de Verenigde Staten en Duitsland ingang en een golf van nieuwe ontdekkingen leverde enkele zeer belangrijke resultaten op. Men kwam er achter dat de meerderheid der Maya-teksten over geschiedenis handelde en niet over religie, mythologie of astrologie. Veelal ging het om het vastleggen van daden, waaronder veel krijgsdaden, van plaatselijke of regionale vorsten en over hun genealogieën.

De band tussen taal en schrift bleek zo nauw, dat zelfs een reconstructie van de Mayaanse taalontwikkeling en de oorsprong der huidige taalgroepen uit het materiaal af te leiden was. De vroegere westerse Mayanisten dachten dat de oude Maya-staatjes (vierde tot negende eeuw) theocratieën waren, waarin priesters dus de dienst uitgemaakt zouden hebben. Nu zijn echter dynastieën van krijgshoofden bekend geworden die tot de vierde eeuw teruggaan.

Toch kunnen we niet zeggen dat het Maya-schrift nu voor honderd procent te lezen is. Er wachten de ontcijferaars nog tal van vraagstukken. Sommige tekens zijn emblemen of hebben een heraldisch karakter. Het zelfde teken kan meerdere klanken verbeelden en dezelfde klank kan met meer dan één teken gechreven worden (bij ons ook niet onbekend, vergelijk "g' en "ch'!). Maar er is nog meer. De Maya's hadden de gewoonte tal van objecten een eigen naam te geven. Zo gaven zij namen aan tempels, gedenktekens, vazen, wapens, enzovoort. Die namen zijn thans dikwijls moeilijk van persoons- of godennamen te onderscheiden. En dan zijn er nog de "nevenwezens', lotsverbonden wezens of natuurverschijnselen, die in dromen bekend worden en een wezenlijke rol bij toverij en het uitoefenen van bepaalde priesterfuncties vervullen!

ONNEEMBARE HINDERNIS

Coe heeft er een goed leesbaar boek over gemaakt. Hij uit veel verwondering over het feit dat met alle ervaring van bijvoorbeeld de ontcijfering van Egyptische hiërogliefen, Hittietisch schrift en Azteeks schrift, het zo lang heeft moeten duren, voordat men het nota bene reeds in de 16de eeuw door de Spaanse bisschop Landa als zodanig beschreven Maya-schrift inderdaad als klankschrift wilde beschouwen. De omstandigheid dat veel Maya-tekens voor een medeklinker + klinker staan, hoefde toch niet een onneembare hindernis te zijn, want dit verschijnsel doet zich ook in andere schriftstelsels voor.

Bij het lezen krijgt men de indruk, dat Coe's ergernis vooral zo groot is, omdat hij zelf zolang onder de ban van Thompson gebleven is. Inmiddels zijn er met Schele, Houston, en anderen van de eerste generatie onderzoeken nieuwe stijl, met de Duitsers Riese en Grube en met als een soort tussenschakel het Amerikaanse "wonderkind' David Stuart, als tweede generatie, een hele groep voortvarende wetenschappers ontstaan, die allen tot Coe's eigen netwerk behoren. Hierdoor krijgt het boek op tal van plaatsen wel die vervelende ""ouwe jongens, krentenbrood-sfeer'', die in de bakermat van de Coca Cola-cultuur heel populair is, maar door Europese lezers veelal als hinderlijk zal worden ondervonden.