"Oostenrijk bijna afgebrand'

WENEN, 28 NOV. “Oostenrijk was bijna afgebrand.” Met deze dramatische zin gaf het Weense dagblad Kurier commentaar op de brand, die in de nacht van donderdag op vrijdag de Redoutenzalen in de Hofburg verwoestte. “Een deel van Oostenrijk is voorgoed verloren gegaan”, zei een Weense burger, die verslagen van een afstand naar het uitgebrande gebouw aan de Josephplatz stond te kijken.

Ietwat overdreven teksten. Van het enorme Hofburg-complex, waarvan de oudste delen uit de 13de eeuw stammen, is maar 3 procent bij de brand verloren gegaan. De schatkamer, de keizerlijke vertrekken, de beroemde kapel waarin elke zondag de Wiener Sängerknaben optreden, de Nationaalbibliothek met haar schitterende Prunksaal en miljoenen kostbare boeken, de kantoren van de bondspresident, de wereldberoemde Spaanse Rijschool, ze hebben de woedende brand die de hele nacht raasde, overleefd.

Gevaar hebben alleen de bibliotheek en de rijschool gelopen en zonder enige waterschade zijn zij er ook niet van afgekomen. De Lippizaner-paarden en tienduizenden boeken werden in veiligheid gebracht toen de brand nog niet onder controle was en over dreigde te slaan naar de buurpanden.

Oostenrijk staat dus nog, net als Engeland, dat door het afbranden van hun (groter) deel van Windsor Castle een week geleden een soortgelijk trauma te verwerken kreeg, overeind is gebleven. Wat niet wegneemt dat de verwoesting van het uit de 18de eeuw stammende en door Fischer von Erlach ontworpen Redoutencomplex een verlies van historische dimensie is.

Hier danste keizerin Maria Theresia nachtenlang de menuet, hier vonden "zondige' gemaskerde hofbals plaats, hier "danste' het Weense Congres (volgens de beschrijving van een tijdgenoot was het zo'n gedrang van gemaskerde figuren bij de Redoutenfeesten dat er geen pas gedanst kon worden), hier feestte in de 19de eeuw de rijke Weense burgerij.

In de grote Redoutenzaal, die nu totaal is uitgebrand en waarvan het dak is ingestort, heeft zich in onze eeuw ook wereldgeschiedenis afgespeeld. De Amerikaanse president Carter en zijn Sovjet-tegenspeler Brezjnjev ondertekenden hier het SALT-II-verdrag over beperking van de strategische kernwapens. En de afgelopen jaren was de zaal decor voor zowel de ontwapeningsonderhandelingen tussen NAVO- en (nu voormalige) Warschaupact-landen over vermindering van de conventionele bewapening, als de vergadering van de CVSE-landen. Nog donderdagavond vergaderden de delegaties in de Redoutenzaal.

Als historische gebouwen branden kan men al gauw in de verleiding komen er diepe symbolische betekenis aan te geven. Brandt het oude Europa af, als Windsor Castle en de Hofburg voor een deel in vlammen opgaan? Heeft het vuur het voorzien op de laatste diplomatieke overlegstructuren, waarmee de Westerse wereld probeert de totale fragmentatie tegen te gaan? Zijn de branden in de oude traditionele machts- en gezagscentra voorbode van een nieuw tijdperk van Europese bloedige tegenstellingen?

In Wenen, waar men dol is op symbolen, heeft nog niemand zulke vergaande parallellen getrokken. Dat "Oostenrijk' ten onder zou zijn gegaan als de Lippizaner paarden en de boeken van de Nationaalbibliothek vlam zouden hebben gevat is nog de meest drastische uitspraak die naar aanleiding van de dramatische brand te horen was. De discussie ging gisteravond al heel praktisch over de kosten van de wederopbouw van het Redoutencomplex, die geschat worden op zeker 160 miljoen gulden. De federale regering, de stad Wenen, de deelstaten, de burgers leken allemaal bereid om aan dit monsterlijk bedrag bij te dragen.

De internationale diplomaten kregen al een andere zaal in de Hofburg toegewezen. De zeven bals die in het Weense balseizoen in het begin van het jaar in de Redoutenzaal hadden moeten plaatshebben zullen een ander parket aangeboden krijgen. Door het afbranden van de Redoutenzalen zal er geen Weense wals minder gedanst worden.

In de nacht van de brand was er maar één moment waarop de wereld uit haar voegen leek te gaan en de droom de werkelijkheid leek te hebben ingehaald. Dat was toen de 69 Lippizaner hengsten, die met spoed moesten worden geëvacueerd, werden losgelaten in het met hekken omsloten park aan de Ringstrasse, dat Volksgarten heet. De paarden, vooral een groep net aangekomen jonge hengsten, galoppeerden uitzinnig door de perken, sprongen over de bankjes en stoelen, hinnikten opgewonden in de nacht. Maar die anarchie heerste niet lang. Al gauw werden de Lippizaner paarden gevangen en teruggebracht naar het strenge Spaanse ritueel van de rijschool.