NSB

Fout. Getuigenissen van NSB'ers door J. Th. M. Houwink ten Cate, N. K. C. A. in 't Veld 186 blz., geïll., Sdu Uitgeverij 1992, f 34,90 ISBN 90 12 06600 X

Waarom werd iemand lid van de NSB? Wat waren zijn of haar motieven, gedragingen en lotgevallen? Dat zijn interessante vragen. In het boek Fout zijn de vraaggesprekken afgedrukt die televisiejournalist Wim Bosboom hield met zes voormalige Nederlandse nationaal-socialisten. Trouwe leden van NSB, WA, Landwacht, Waffen-SS en Wach- und Schutzdienst zijn het, alle zes mannen, allemaal werden ze op jeugdige leeftijd lid en geen van allen is echt belangrijk geweest in de hiërarchie der beweging. De gesprekken (eerder dit jaar, onder dezelfde titel, door de TROS als documentaire uitgezonden) waren gebaseerd op vragen die werden opgesteld in overleg met de auteurs Houwink ten Cate en In 't Veld, beiden historici en werkzaam (geweest) bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.

Het is geen aangenaam volk dat in Fout aan het woord is: van berouw of zelfs maar schuldbesef is nauwelijks sprake. Een van de zes zegt onomwonden dat hij zich nog steeds niet heeft bekeerd tot de democratie, bij een ander hangen de onderscheidingen nog aan de muur. Met hedendaagse neo-nazistische bewegingen heeft overigens niemand van doen. Wel behoorden de zes (onder wie een oorlogsburgemeester, een banketbakker en een Gooise bankierszoon), zoals de samenstellers van Fout schrijven, tot de ""leden die in loyaliteit jegens de NSB en de Leider duizenden andere hebben overtroffen'. Ze bleven lid tot het bittere einde - de hele bezettingstijd en de hele jodenvervolging lang.

Het gezelschap geeft daarom misschien geen representatief beeld van de NSB als geheel, die wat aanhang betreft tegen het einde van de jaren dertig al ruim over het hoogtepunt heen was, maar is juist wel een goede keuze voor wie iets te weten wil komen van de motieven van de fanatieke nazi's in ons land. Helaas voldoen de interviews niet. Vooral over de voorgeschiedenis van de betrokkenen en over hun naoorlogse verwerking komt weinig belangwekkends aan bod. Wel blijkt dat de zes het na de oorlog (beter gezegd: na de strafperiode) in zakelijk opzicht goed hebben gemaakt.

Wat verder sterk opvalt, is het mechanisme van de verongelijktheid - een typisch afschuifmechanisme: anderen zijn altijd de schuld en waren ""toch ook heel erg'. In het vinden van een apologie voor de eigen medeplichtigheid wisselen domheid en boerenslimheid elkaar af. Gretig voert men de behandeling aan die NSB'ers na de oorlog in de Nederlandse strafkampen ondervonden, om te beredeneren dat er eigenlijk geen verschil was tussen het eigen lot en dat van de gevangenen in de Duitse vernietigingskampen. ""Toen kwam echt het jodenleed op mij af', zegt een van de ondervraagden om zijn spijt en begrip te tonen.

Onder historici bestaat de laatste jaren de terechte neiging afstand te nemen van wat genoemd wordt een moraliserende geschiedbenadering van de Tweede Wereldoorlog. Een overtuigend alternatief daarvoor wordt echter in dit boek niet geboden. De auteurs bekritiseren vanaf hun eerste belerende zin het goed-fout schema, maar het resultaat is journalistiek noch wetenschappelijk geslaagd. Journalistiek niet omdat de gesprekken niets oproepen: geen beelden, geen spanning, geen nieuwsgierigheid, zelfs geen woede. Er rijzen, anders dan in het pionierswerk van Armando en Sleutelaar, De SSers uit 1967, geen echte personen voor je op. En wetenschappelijk niet, omdat er aan het materiaal geen inzichten worden ontleend.

In Fout zijn de verhalen, die op zich al weinig opzienbarends te bieden hebben, in stukjes geknipt omwille van een thematisch-chronologische indeling. Eventuele geschiedvervalsing door de geïnterviewden hebben de redacteuren willen compenseren door elk hoofdstuk van een inleiding te voorzien. Een analyse van de gesproken teksten, van het hier vertoonde omgaan met het eigen geweten en met de feiten dus, ontbreekt echter - op een enkel staaltje psychologie van de koude grond na.

Duidelijk is dat de samenstellers hebben geworsteld met hun uitgangspunten. Zo regent het aanhalingstekens ("fout', "goed') zonder dat moeite wordt gedaan betere termen te vinden. Dat gemodder met aanhalingstekens komt bovendien in een merkwaardig daglicht te staan als we in de redactionele uitleiding NSB-leider ir. Anton Mussert beschreven zien als een keurige man - en dat dan juist zonder " '.