Kinderdelegatie schrikt van zwervertjes Brazilië

SCHIPHOL, 28 NOV. “Ze slapen in een kartonnen doos. Dat is niet leuk om te zien als je weet dat je zelf thuis een bed hebt. En eten halen ze uit de vuilnisbakken. Verrotte kip eten ze zo op. Ik zou daar meteen doodgaan.” Frank Kootte (10) is een van de vier Nederlandse kinderen die de afgelopen week deelnamen aan een conferentie van straatkinderen in Brazilië. Met ernstige, vermoeide gezichtjes kwam de kinderdelegatie gisteren aan op Schiphol, opgewacht door klasgenoten met spandoeken.

“'s Avonds zagen we hoe de mensen uit de sloppenwijken leven”, zegt Inge Koers (11). “Ze halen van alles uit vuilniszakken van de rijken; plastic en papier. Daar krijgen ze een paar centen voor. Maar als het regent, wordt al het papier nat en hebben ze er niets meer aan.”

“En we zagen ook meisjes van veertien die al kindertjes hebben. Daar schrok ik echt van”, zegt Inge. “Toen ik daar rondliep dacht ik "wat heb ik het thuis goed'. Maar in je eentje kun je er niets doen. Daarom ga ik nu mensen vertellen hoe de kinderen daar leven, zodat ze het zich aantrekken.”

Volgens Inge, gekleed in korte broek en een T-shirt met handtekeningen van straatkinderen, moeten er meer opvanghuizen komen voor de straatkinderen. “We hebben zo'n opvanghuis bezocht, waar ze in- en uit kunnen lopen. De mensen die daar werken proberen met muurtekeningen de zwerfkinderen binnen te krijgen want ze kunnen niet lezen. Van die huizen moeten er dus meer komen.”

De kinderdelegatie bezocht onder andere de gouverneur van Rio. “Een mafkees”, zegt Frank verontwaardigd. “Hij dacht zeker dat we alleen maar poeslieve vragen zouden stellen. Maar Inge vroeg wat er gebeurt met de getuigen die zien dat straatkinderen vermoord worden. Toen wist hij niets meer te zeggen.”

Frank is van plan een kinder-Amnesty International op te richten. “We moeten een Movimento Internacional oprichten om straatkinderen te helpen. Door hier actie te voeren, kunnen kinderen daar projecten opzetten.” Binnenkort praat de kinderdelegatie over zijn idee met minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) en met Amnesty. Over drie jaar, op de volgende conferentie over straatkinderen, hopen ze de kinder-Amnesty te starten.

Na een week conferentie, indrukwekkende bezoeken en dertien uur vliegen is Frank doodmoe. “Als ik thuiskom, ga ik meteen slapen”, zegt hij, “en daarna met Ruud spelen”. Terwijl hij zijn broertje Ruud op schoot trekt, vervolgt hij peinzend: “In Brazilië zouden we samen op straat zwerven. Want straatkinderen leven met hun broertjes en zusjes in groepen. Dat is minder gevaarlijk.”