In CDA groeit irritatie over leiderschap van Brinkman; In de beeldvorming doet het "produkt Brinkman' het goed

DEN HAAG, 28 NOV. Een leuk gespreksonderwerp voor in de wandelgangen van het gebouw Musis Sacrum in Arnhem waar vandaag de partijraad van het CDA bijeen komt. Begint het zorgvuldig opgebouwde imago van Elco Brinkman, de CDA-leider in spé, nu al deukjes op te lopen voordat hij met zijn echte karwei is begonnen? Lange tijd kon hij niet stuk. Wie kon nu beter de staatsman Lubbers opvolgen dan de baby-boomer Brinkman?

Maar er wordt aan hem getwijfeld, en nog wel binnen de partij. “Brinkman is geen echte politieke leider. Het christen-democratisch profiel brengt hij niet sterk naar voren”, zegt C.J. Klop deze week in het blad Elsevier. Echt onderste boven hoeft Brinkman van een dergelijke uitspraak, van zo iemand niet te zijn. “Who the hell is C.J. Klop”, pleegt men dan schamper op te merken. En inderdaad, zo lang mensen van het kaliber Lubbers dit soort uitlatingen nog niet doen, is er weinig aan de hand.

Cees Klop is als plaatsvervangend directeur aan het Wetenschappelijk Instituut van het CDA verbonden. Een instelling die bij wijze van spreken is opgericht om het profiel van de partij inhoud te geven en vervolgens te bewaken. Maar de uitlatingen van Klop staan niet op zich zelf. Dat er sprake is van onrust binnen de CDA-gelederen over het optreden van Brinkman is veel te sterk uitgedrukt, maar er is wel enig gemor. De regie, die in handen van Brinkman is, laat tegenwoordig te wensen over. Te vaak zijn verhalen over de partij en zijn representanten verschenen waarvan de teneur was dat er verdeeldheid heerste. En als het CDA ergens panisch voor is, dan is dat wel verdeeldheid.

Zo was er de openhartige uitlating Brinkmans' voorganger, de huidige minister van sociale zaken Bert de Vries, in zijn dagboek dat hij vorige week publiceerde in de CDA-krant: “Het valt mij steeds meer op hoe verschillend er wordt aangekeken tegen de mogelijkheden van verschillende bezuinigingen tussen aan de ene kant de CDA-bewindslieden en anderzijds de partij en de fracties in de Eerste en Tweede Kamer. Los van de vraag wie er gelijk heeft, zijn daar grote risico's aan verbonden voor het voortbestaan van het kabinet en de toekomst van het CDA.” Ook deze waarschuwing kan wel weer worden gepareerd met een verwijzing naar de persoon die het zegt. Want is Bert de Vries niet de somberheid zelve? Dat laat echter onverlet dat er voor het eerst sinds jaren sprake was van een fundamenteel meningsverschil tussen de CDA-fractie en zijn ministers.

Dan is er de WAO-kwestie die een jaar geleden de PvdA in vlam zette maar nu ook in het CDA voor discussie heeft weten te zorgen. Dat de Kamerkring Amsterdam bestaande WAO'ers wilde ontzien bij de voorgenomen verlagingen was bekend, maar dat het 'altijd eigenzinnige Amsterdam' ook twijfel heeft gezaaid bij de afdelingen Rotterdam, Brabant en Groningen, is reden tot zorg bij de partijtop. Want ook hier is het weer Brinkman die de eerst aangesprokene is.

Hij, de strijder tegen de stroperigheid, vindt dat het kabinet juist op dit moeilijke punt daadkracht moet tonen door de voornemens niet verder aan te passen maar gewoon uit te voeren. Een ferm standpunt, maar tevens riskant aangezien het CDA in de Tweede Kamer nog de enige fractie is die dit uitdraagt. Daarmee kan de verlangde daadkracht als een boemerang gaan werken, is de vrees van enkele CDA-Kamerleden die zijn opgegroeid met pragmatisme.

Op het terrein van de sociale zekerheid staat Brinkman vandaag ook nog een discussie te wachten over het ministelsel. De CDA-fractievoorzitter toonde zich deze week in het blad De Werkgever van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond een voorstander van dit systeem, maar de achterban van de partij neigt juist naar de mildere vorm die is voorgesteld door een partijcommissie onder leiding van professor Kolnaar.

Het lijstje met geschilpunten begint zo langzamerhand indrukwekkende vormen aan te nemen. Niet bij elk punt is Brinkman direct zelf betrokken, maar hij heeft de discussie wel zodanig de vrije loop gegeven dat er kampen ontstaan. Het afschaffen van de dienstplicht is voor veel CDA-Kamerleden nog helemaal geen uitgemaakte zaak, het opdelen van het land in 25 bestuurlijke regio's vraagt om problemen met de grote bestuurdersachterban, er bestaat een interne discussie over het afschaffen van de 1,5 procentsnorm bij ontwikkelshulp, met de christen-democratische Europarlementariers leeft Brinkman in onmin vanwege zijn idee om het dubbelmandaat in te voeren en dan zijn er nog de CDA-ers die Brinkmans' bijdrage misten in de discussie of het CDA nu wel of geen christelijke partij was.

Voor de externe beeldvorming van het CDA doet het 'produkt Brinkman' het nog steeds goed. Zijn mediabereik is hoog. Maar liefst twee ochtendkranten drukten gisteren zijn toespraak op het Berenschot-symposium van afgelopen donderdag af. Zijn confrontatie met de jongeren van de Rotterdamse Lijnbaan vorige week zaterdag bij Sonja nam zo nu en dan weliswaar potsierlijke vormen aan (“kunnen jullie niet beter gaan biljarten?”), hij had wel een kijkerspubliek dat vele malen groter was dan dat van Den Haag Vandaag. “Brinkman: helder, eerlijk, betrouwbaar”, zegt de CDA tv-spot die de vroegere "uitzending in het kader van de door de regering ter beschikking gestelde zendtijd' heeft vervangen.

“De public relations druipen er bij Brinkman vanaf”, zeggen professionele reclamemakers. Het mag allemaal van het CDA-establishment, zolang het de partij maar geen schade berokkent. Minister Hirsch Ballin, zeer hoog scorend in de ranglijst van CDA-ideologen, was enige tijd geleden de eerste die in het openbaar tegenover het weekblad Vrij Nederland zijn twijfels uitte over het permanent promoten van Brinkman als politiek A-merk. “Hij moet er wel voor zorgen dat zijn boodschap behalve uitgesproken ook gehoord wordt. Als we de politiek denken populair te maken met goedkoop stuntwerk zouden we een fundamentele fout maken”, zei hij.

Goedkoop stuntwerk, het zijn woorden die in CDA-kring steeds vaker vallen nu de CDA-machinerie intern onder leiding van Brinkman stroever begint te lopen. “Het staat nog niet vast dat ik premier word”, zegt Brinkman steeds. Tot voor kort was hij de enige die dat zei. Tegenwoordig niet meer.