Ik heb het mis, de vozjd heeft altijd gelijk

MOSKOU, 28 NOV. De televisie staat aan. Dat hoort in Rusland zo. Beeld en geluid zijn er synoniemen voor gezelligheid. Terwijl we praten en drinken, ruisen op de achtergrond de reclameboodschappen voor Italiaanse deegwaren, Spaanse champagne, Duitse ijskasten en auto's, Japanse of Koreaanse video-apparatuur dan wel computers, Amerikaanse sportkleding en Nederlands snoepgoed. Alles uiteraard overgoten met de daarmee onverbrekelijk verbonden luidruchtige amechtigheid waaruit verlangen moet spreken. Alleen het nieuws kan ons afleiden. Met name het journaal Novosti is interessant. Opperchef Jegor Jakovlev is vanmorgen namelijk afgezet als directeur van de staatsomroep Ostankino. Hij heeft volgens president Jeltsin “enorme” fouten gemaakt bij de berichtgeving over de burgeroorlog in de Kaukasus. Novosti bevraagt Jakovlev daarover. “Er zijn inderdaad veel fouten gemaakt, door alle massamedia. De president heeft de oekaze met een bezwaard hart ondertekend, want we hadden een vriendschappelijke verhouding. Als mijn ontslag dienstbaar is aan een slechte waarheid, dan ben ik het er niet mee eens. Als het nuttig is voor de burgervrede in het land, kan ik ermee instemmen”, aldus Jakovlev.

“Godallemachtig”, reageert Olga in de huiskamer. “Dat zei Zinovjev indertijd ook.” Het is een verwijzing naar het slotpleidooi dat de oude bolsjewiek Grigori Zinovjev in 1936 hield op het showproces tegen zichzelf en vijftien andere leden van het "terroristisch-trotskistischzinovjevistisch centrum'. “Mijn gebrekkige opvatting van het bolsjewisme verwerd tot anti-bolsjewisme. En door het trotskisme kwam ik tot het fascisme”, aldus Zinovjev 56 jaar geleden.

“Kom, kom. Gaat zo'n vergelijking niet wat ver?” Zinovjev cum suis werden na de zelfkritiek immers als “dolgeworden honden neergeschoten”, zoals openbaar aanklager Andrej Vysjinski had geëist. Dat perspectief ligt nu toch bij lange na niet in het verschiet? De medekijker: “Maar de houding is in principe hetzelfde. Ik ben fout. De leider, de vozjd, die heeft gelijk”. Als daarop Kozyrev op het scherm verschijnt na een trip in den vreemde, mompelt ze: “zijn laatste dienstreis”.

Woensdag is het weer raak. Jegor Jakovlev heeft zichzelf enigszins hervonden. Hij straalt weer een beetje assertiviteit uit. De rebelse krant Moskosvkij Komsomolets heeft op de voorpagina gezet: “Boris, je hebt ongelijk”. “Ze zijn bang”, is desondanks het eerste wat Oleg zegt als hij een select gezelschap hoofdredacteuren op de televisie ziet dat de “toestand” bespreekt. Oleg zit er niet ver naast. Hoofdredacteur Igor Golembiovski van de Izvestia meent zich in een ingewikkelde bocht te moeten wringen. “President Jeltsin was en is dé garantie voor de democratie. We hopen dat hij dat blijft”, zegt Golembiovski. Om er vervolgens uit te persen dat het “voor ons onmogelijk wordt als Jeltsin er nu een levensvisie op na gaat houden waarin alles weer vanuit het centrum wordt gecontroleerd”.

Het gezicht van commentator Andrej Skrjabin na de uitzending spreekt boekdelen. Minister van informatie Michail Poltoranin is afgetreden. Uit eigener beweging, om te voorkomen dat de president een te makkelijke prooi zou kunnen worden van de “revanchisten”. In feite echter omdat parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov een dag eerder heeft gedreigd de hele regering naar huis te laten sturen als Jeltsin Poltoranin laat zitten. Jeltsin heeft aan die intimidatie gehoor gegeven, ook al is de eer aan Poltoranin zelf gelaten.

De volgende morgen volgt zijn "staatssecretaris' Gennadi Boerboelis dit voorbeeld. Ook hij treedt af met een vergelijkbare curieuze kniebuiging. Hij blijft adviseur, zegt hij. Alle andere manoeuvres moeten slechts gezien worden in het licht van dienstbaarheid jegens de vozjd. 's Avonds ben ik uit met Joeri. Aan onze tafel zit ook de achterkleinzoon van Aleksei Tolstoj, de auteur van een befaamd gedicht waarin wordt uitgelegd dat dit “land van gekken” nooit en te nimmer een ordelijk land zal worden. “Boerboelis wordt adviseur? Aha, dan wordt Rusland nu kennelijk het land der adviseurs.” Om vervolgens over te gaan tot de orde van de dag. De burgers zijn met hun eigen zaken bezig, niet meer met de publieke zaak. Precies zoals de enquêtes ook deze week weer hebben uitgewezen. Het vertrouwen in president Jeltsin is de afgelopen tien maanden dan ook gedaald van 39 naar 24 procent. Om nog maar te zwijgen over de regering van premier Gaidar (van tien naar vier procent) en het parlement (van tien naar vijf). Het aldus weggespoelde vertrouwen blijkt in een diepe put te zijn verdwenen: want het vertrouwen in “niemand” steeg dit jaar van nul naar 54 procent. Of deze radicale vorm van depolitisering positief is? Voor de politici in het Kremlin vooralsnog wel.