Haan: "Nederland te gevaarlijk voor mij'

Hij is 43 jaar nog maar, pas aan zijn vijfde club als trainer bezig, maar niettemin oogt Arie Haan al als een veteraan. Hij woont in Aken en traint Standard Luik waar hij in anderhalf jaar iets moois heeft opgebouwd. Reikhalzend wordt in Wallonië, waar morgen in de competitie het Belgische Ajax-PSV, Standard-Anderlecht, op het programma staat, weer naar de landstitel uitgekeken. “Maar dat verhuizen, reizen en trekken hè”, bedenkt Haan in een onbewaakt moment. “Soms komt het me allemaal m'n strot uit.”

LUIK, 28 NOV. Pas op de training op Le Village Sportif oogt Arie Haan volledig ontspannen en lijkt de stress van vijfentwintig jaar topvoetbal van hem af te vallen. Haan doet actief mee aan het wedstrijdje op de training, geeft aanwijzingen met de air van de routinier die als voetballer de meeste titels heeft gewonnen en test tijdens de keeperstraining doelman Bodart met zijn befaamde, scherpe afstandschoten uit stand. Een traptechniek die nog immer de potentie van de grote voetballer uitstraalt. Als speler won Haan met Ajax drie nationale titels, drie KNVB-bekers, drie keer de Europa Cup I en de wereldbeker. Met Anderlecht won hij twee Europese bekers en de landstitel, met Standard Luik een landstitel. Vlak voordat het grote omkoopschandaal op "Sclessin' plaatsvond, verliet hij Luik voor Hongkong. Bovendien speelde hij 35 interlands, waarvan twee WK-finales. Als trainer beleefde hij bij Anderlecht zijn eerste kampioenschap en hielp hij VfB Stuttgart van het syndroom af dat nooit van de grote regionale concurrent Bayern München kon worden gewonnen.

Waarom roept iemand die op zulke successen kan terugblikken dan toch zo veel weerstand op? “Dat heb ik me natuurlijk ook wel eens afgevraagd. Maar ik heb wel geleerd dat wanneer ik de kans krijg, ik 'm ook neem. Dan kies ik voor mezelf. Zoals in 1978 toen Willy van de Kerkhof in de rust van de oefeninterland van het Nederlands elftal tegen Oostenrijk zegt: "trainer ik moet weg, want ik moet bij de doop van mijn kindje zijn.' Happel kijkt rond en zegt: "Haan, jij er in' en na een kwartiertje in de tweede helft scoor ik, pats, boem 1-0. Tijdens het WK in Argentinië hetzelfde verhaal. Na een blessure van een ander kom ik er pas halverwege het toernooi tegen Oostenrijk in. Op zulke momenten kies ik voor mezelf met als gevolg dat niemand meer om mij heen kan. Waarom loopt het als trainer bij Antwerp, waar we zevende werden, terwijl de president dacht dat we zouden degraderen? Waarom speelden we met Stuttgart een Europese finale? Waarom degradeerde Nürnberg niet toen iedereen er van uitging dat de situatie hopeloos was. Waarom pak ik meteen de titel bij Anderlecht? Er gaat geen dag voorbij of er gebeuren dingen die je in de gaten moet houden. Je hebt nooit rust. Maar ik heb wel het vermogen afstand te nemen. Niet met oogkleppen op te lopen. Als je niet uitkijkt kom je helemaal niet meer aan jezelf toe. Zo lopen er zoveel rond in dit voetbalwereldje. Daar pas ik voor.”

Ondanks spelersaankopen van een slordige elf miljoen gulden vorig jaar buiten hem om nam Haan, tweede keus na de Roemeen Lucescu, sportief een failliete boedel over bij Standard. De Mol werd begin vorig jaar nog gehaald van Porto, Vervoort was de enige gerichte aankoop van importantie dit jaar. Toen Haan in Luik kwam, bouwde hij met het aanwezige spelersmateriaal rond de wekelijks excellerende Frans van Rooy (Haan: “Hij is niet zo jong meer zodat hij niet beter meer wordt, maar je zou hem in het Nederlands elftal moeten opstellen”) een elftal dat volgens Haan al een jaar “het schoonste voetbal van België” speelt. Alleen de landstitel ontbreekt nog. Standard kan morgenavond een flinke stap in de goede richting zetten wanneer het wint van Anderlecht, de Brusselse vereniging die nog twee punten voorsprong heeft. Haan: “De laatste keer dat Standard kampioen is geworden was in 1983. Happel won hier één keer de beker, Goethals werd twee keer met de ploeg kampioen. Ik heb Happel in '90 de laatste keer ontmoet. De ogen spoten nog vuur. Wat een wilskracht. Maar wat is een grote trainer? Geef mij 100 miljoen te besteden en ik zorg ook wel voor een elftal met een goede veldbezetting. Geen probleem. De beste trainer met het slechtste elftal bestaat namelijk niet. Je bent altijd afhankelijk van de spelers die je tot je beschikking hebt. Na de 0-3 tegen Waregem ben ik bij mezelf te rade gegaan. Moeten we geen concessies doen om kampioen te worden en verdedigend meer zekerheden inbouwen? Maar zo zit ik niet in elkaar. De opdracht die ik hier meekreeg was Europees voetbal af te dwingen. Dan kun je zeggen we nemen geen enkel risico en gaan lekker verdedigen. Dan halen we het wel. Maar de realiteit is dat we negen goals meer tegen hebben dan vorig jaar om deze tijd maar er ook elf meer hebben gescoord. Plus twee punten meer. Iedereen in België praat over Standard. De ploeg die het meeste spektakel biedt. Maar je moet wel constateren dat Anderlecht uit wel de meeste punten pakt. Met minder attractief voetbal.”

In 1980 zijn de laatste mijnen gesloten maar bergen kolen en de staalfabrieken van Cockeril benadrukken rond Luik nog steeds de indrukwekkende industriële activiteit. De voetbalclub is met zijn grote traditie een getrouwe afspiegeling van die Waalse trots. De hunkering om sportief de hegemonie van Anderlecht en Brugge te doorbreken is derhalve groot. Toch associeer je de naam Haan niet zo snel met een club als Standard. Ajax, PSV, het Nederlands elftal, Anderlecht of Bayern, de uithangborden van het internationale voetbal, lijken beter bij hem te passen. Haan: “Dat komt misschien omdat ik als voetballer uitsluitend bij grote clubs heb gespeeld. Die naam raak je nooit meer kwijt en draag je ook als trainer mee. Het is één van de redenen dat ik nu ook die trainerscursus volg in Zeist. Evenals Van Hanegem heb ik daar nog lol in ook. Omdat het veel meer praktijkgericht is dan vroeger. Ik hoor docenten nu verhalen afsteken die ik vervolgens projecteer op mijn eigen situatie uit de praktijk en waarbij ik denk: "verdomd zo is het.' Ik heb daar zelf nooit zo de woorden bij ingevuld maar nu ik dat zo aanhoor klopt dat aardig met mijn ervaringen uit de praktijk. Ook in Duitsland kom je zonder papieren niet meer aan de slag. Beckenbauer en ik hebben als praktijkmensen, als trainers zonder papieren, een soort voorbeeldfunctie gehad. Maar met Lerby, door oorzaken waar hij zelf weinig aan kon doen, is het zonder diploma bij Bayern totaal mislukt. Ook een man als Morten Olsen is voorlopig het slachtoffer van die regel.”

In Stuttgart, waar zijn kinderen wonen, laat Haan een nieuw huis bouwen. Op Aruba, waar hij ook een optrekje heeft, zoekt hij de zon, de schone stranden en het heldere water voor zijn rust. Ver weg van Brussel waar Anderlecht nog steeds als werkgever lonkt. Haan: “Er zijn zoveel mensen die me vragen waarom ik niet terugkom naar Brussel. Maar dat zit er niet in. Ik heb er zes mooie jaren gehad als voetballer, twee als trainer en ik heb er ook nog twee jaar gewoond toen ik bij PSV speelde. Tien jaar is wat veel om naar een oude liefde terug te keren. Nederland? Dat is te gevaarlijk voor mij. Maar voor Cruijff ook. Ik kan me nog goed herinneren dat de supporters hem in zijn tweede jaar bij Ajax al na zes wedstrijden begonnen uit te fluiten. In Nederland schieten ze je het liefst af als persoon. Ik ben in de optiek van veel mensen een "diknek', geluksvogel, slimme jongen of een etterbak. Dan denk ik laat me toch met rust. Zoveel zaken kunnen toch niet in één persoon verenigd zijn. In België valt het mee, maar in Duitsland is de werkdruk voor een trainer bijna niet menselijk meer. Zeker niet in steden waar Bild met zijn kopbladen een redactie heeft. Vandaag ook weer: Bild met de vraag: "Moet Berti Vogts blijven? U kunt telefonisch reageren.' Dan ben je toch als trainer bij voorbaat al geslacht?”

Het gelijke spel van Standard voor de UEFA Cup tegen Auxerre, dat uit ogenschijnlijk geslagen positie toch nog terugkwam tot 2-2, heeft Haan nogmaals in de overtuiging gesterkt dat hij dagelijks de vinger aan de pols dient te houden wil hij in Luik resultaat oogsten. “Dat is ook inherent aan de structuur van de club”, betoogt Haan. “Ik zat vorige week in Parijs bij Paris St.Germain-Auxerre. Ik zit er voor Standard alleen, Anderlecht zit daar met een delegatie van vier man op de tribune. Nu zijn er bij Standard weer problemen over de premies. Terwijl er geld zat is. Maar als ik in één aspect ten opzichte van vroeger veranderd ben, dan is het wel dat ik tegenwoordig veel gemakkelijker beslissingen neem. Uitsluitend met het oog op het resultaat. Want wat je ook doet, ze sabelen je toch neer. Men gaat altijd naar de voetballer die niet speelt, want die heeft een lekker verhaal. Waarom hij niet speelt wordt nooit gevraagd.”