Er klopt iets niet

Dit wordt een stukje in de categorie mag dat zomaar, zijn er geen grenzen meer, waar moet dat heen, het einde der dagen is nabij. Voor de stukjesschrijver is dat de categorie ten einde raad, als hij niets anders meer weet; als hij veronderstelt dat hij er door de lezer wel op zal worden aangekeken, maar besluit dat hij zich altijd nog beter kan schamen voor zo'n dit is de limit, dit is de druppel, waar blijft de regering stukje dan voor helemaal geen stukje. Het is een geschreven noodsprong. Eén kenmerk van de geschreven noodsprong is dat daarin een kwestie van de grootste betekenis aan de orde komt, en dat dit altijd een kwestie is die schrijver noch lezer onmiddellijk raakt. Het tweede kenmerk is dat we het over die kwestie gloeiend eens zijn. Het derde kenmerk heb ik al genoemd: schande!

De Volkskrant had driekwart pagina gewijd aan de naderende crisis op de cd-markt, zo begon het. Ik vind de Volkskrant een uitstekende krant en als ik hierna een kritisch woord opschrijf geldt dat meer de hele pers dan dit ochtendblad, maar dit is nu eenmaal de aanleiding. Van die driekwart wordt vijfachtste in beslag genomen door een foto van cd's. Iedereen weet langzamerhand wel hoe een cd eruit ziet - if you've seen one of them you've seen them all - en dat geldt niet alleen voor cd's. Dat heb ik nooit begrepen. Je ziet het in alle kranten: die reusachtige afbeelding van iets dat we allemaal in huis hebben, dienend tot illustratie bij een artikel waarin wordt verteld dat er met dit ding iets anders gebeurt dan wat we hadden gedacht. Ook portretten kom je vaak in die overmaat tegen. Weer dat hoofd! Wat nou weer! Ik beschouw het als een crisis in de techniek van het illustreren. Krantepapier waarop iets van belang te lezen staat heeft geen illustraties nodig, zou je zeggen, maar dat gaat ook niet altijd op. Le Monde heeft zelden foto's en is vaak vervelend. De New York Review of Books heeft ook zelden foto's en is zelden vervelend. De Libération heeft vaak grote foto's en is zelden vervelend. Er is dus geen wet. Het gaat er alleen om, geen grote foto's af te drukken van mensen en dingen die iedereen kan dromen of erger.

Het artikel over de cd staat vol wetenswaardigheden - achtergrond en diepte - maar het draait om vier zinnen: ""De belangrijkste oorzaak voor de terugval is de verzadiging van de consument. Zowel in 1987 als in 1988 gingen er één miljoen cd-spelers over de toonbank. De eigenaren voelden zich genoodzaakt een enigszins toonbare collectie naast het apparaat te kunnen zetten. Daarom werden vaak complete platencollecties vervangen door cd's.''

Dat valt te begrijpen: een cd-speler met één of twee cd's ernaast is geen gezicht. Foto's bij interviews - daar heb je het weer - hebben vaak, als het slachtoffer tenminste een zekere leeftijd heeft bereikt, een collectie langspeelplaten tot achtergrond. Je hebt de cd-leeftijd en de lp-leeftijd, dacht ik, maar dat is een vergissing. Op het gebied van het geluid heeft in 1987 en 1988 een verjongingskuur gewoed; de apeklierenbehandeling toegepast op het platenmeubel. Ik heb daar geen bezwaar tegen, en als ik het wel had, wat dan nog. Ik begrijp ook dat de cd van groot belang is voor Philips en de werkgelegenheid, en het streelt m'n nationale trots dat de cd in Eindhoven en niet in Osaka is uitgevonden.

Waarom zal dit stukje zich dan toch ontwikkelen tot een waar moet het heen stukje? Omdat ik, bij het lezen over zo'n massale en fanatieke vervanging van lp's door cd's, zo'n stampede naar de platenhandel en dan weer de bestorming van die oude verzameling lp's waar nog mooi geluid uitkwam en die het ook niet konden helpen dat er iets nieuws was verzonnen - omdat ik dan denk: hadden die mensen niets beters te doen? O! Ik onderschat niet het genot van de zuivere tonen uit de cd-speler, en evenmin het meeslepend geram van de verontwaardigde adolescenten die de popgroep van de week formeren. Het is niet zo met me gesteld dat ik de straat op wil om boete en berouw te roepen. Maar iets zegt me dat we in de crisis van de cd's te maken hebben met een van die paddestoelwolken van gebeuzel waardoor de horizon niet meer zichtbaar is.

Ik wil nu niet weer met de toestand in Joegoslavië aankomen, of de hongersnood in Somalië of de zojuist in Amsterdam opnieuw ontdekte dakloze kinderen. Dat is allemaal veel te gemakkelijk. Het gaat me alleen om het onbestemde gevoel dat er iets niet klopt, en het is louter toeval dat ik het nu aan de crisis in de cd-wereld heb opgehangen. En, zult u denken, dit stukje levert impliciet het bewijs omdat het als noodsprong is begonnen.