ENKELAAR

Ooggetuige. Achterkanten van de media door Carel Enkelaar 512 blz., geïll., Holland Advertising 1992, f 39,50 ISBN 90 8011 301 8

Pas in het naschrift van zijn gebundelde herinneringen, als alle dekselse avonturen zijn verteld, komt Carel Enkelaar eindelijk toe aan de aanklacht tegen het omroepbestel dat hem ruim dertig jaar lang moet hebben gehinderd in het realiseren van zijn ambities. Opeens formuleert de sinds 1985 gepensioneerde programmadirecteur van de NOS dan in twee zinnen zijn grote grief tegen de omroepen: ""Indien de omroeporganisaties hadden willen inzien dat een aantrekkelijk gezamenlijk programma en een krachtige positie van de NOS het cement hadden kunnen zijn voor het hele bestel, dan zou de publieke omroep in Nederland vandaag een sterkere positie hebben ingenomen. De verwarde discussies en wisselende plannen van de laatste jaren zijn niet alleen onthutsend door hun inhoud, maar vooral door het feit dat de huidige situatie zo'n twintig jaar geleden helder was te voorzien.'

Interessant, want afkomstig uit het hol van de leeuw - van iemand die zelf diverse keren het slachtoffer was van interne sabotage. Steeds als onder zijn leiding een veelbelovende informatierubriek als Monitor of Scala ontstond, waren de omroepen er als de kippen bij om daar - onder het motto dat zulks de taak van de NOS niet was - een eind aan te maken. Enkelaar citeert met gepast cynisme een passage uit de notulen van de NOS-programmaraad: ""De vrees wordt uitgesproken dat als men erin slaagt met deze opzet een goed programma te maken, hieruit moeilijkheden zouden kunnen ontstaan.' Interessant bovendien, omdat van die tegenwerking nu veel minder sprake lijkt te zijn: getuige het voortbestaan van NOS-Laat, toch een geduchte concurrent voor de actualiteitenrubrieken van de omroepen. Weliswaar mocht de rubriek slechts ""achtergronden' en niet zelf nieuws brengen, maar die voorwaarde is door de makers snel aan de laars gelapt en toch wordt de rubriek (nu Nova) ongemoeid gelaten.

Over de onwil tot samenwerking binnen de NOS en de ogenschijnlijke omslag van de laatste jaren kan een fascinerend boek worden geschreven, zeker als de auteur er met zijn neus bovenop heeft gezeten. Carel Enkelaar houdt het echter bij enig binnensmonds gebrom en laat zijn emoties alleen de vrije loop als het over de Hilversumse desinteresse voor Europa TV gaat, de poging om als publieke omroep een Europese zender te maken. Natuurlijk had die mislukking alles te maken met het feit dat er geen homogeen Europees publiek bestaat, maar Enkelaar heeft het over de triomf van ""het virus van benepenheid en onwaarachtigheid'.

Vertel verder! Maar nee, Carel Enkelaar vertelt niet verder. Veel liever heeft hij zijn vuistdikke memoires gevuld met van alles en nog wat uit zijn journalistieke leven, als ""starreporter' bij de Volkskrant en achtereenvolgens hoofdredacteur van het Journaal en programmadirecteur bij de NOS. Het gevolg is een tamelijk onoverzichtelijke berg verhalen uit pakweg vijftig jaar wereldgeschiedenis waarin onze held de ene primeur na de andere binnenhaalde en het ook nog vaak bij het rechte eind had waar anderen dwaalden. ""Ik snoof een mooie reportage,' schrijft hij ergens - en dat tekent de sfeer zo ongeveer: in zijn gloriejaren snóóf men intuïtief waar het nieuws te halen was, de specialisaties van nu bestonden nog nauwelijks.

Zo heeft Enkelaar dus heel wat meegemaakt. Jammer alleen dat hij vaak zo zuinig is met persoonlijke impressies. In het ene hoofdstuk na het andere vertelt hij na wat al overal elders is gepubliceerd: over de naoorlogse berechting van figuren als De Geer, Christiansen, Rauter en Van Meegeren, over de Westerling-affaire, het vertrek van hoofdredacteur Lücker bij de Volkskrant en de speurtocht van Oltmans naar het moordcomplot tegen Kennedy. En wat hij daar uit de eerste hand aan toevoegt over de omroepperikelen, is nu allang niet spannend meer: een oninteressante machtsstrijd bij het journaal, kleurloos geharrewar in de NOS-programmaraad en de benoeming van nieuwe voorzitters. De aardigste petite histoire van het hele boek staat in de hoofdstukken over de tv-toespraakjes van koningin Juliana bij haar troonsafstand; alleen dáár is Enkelaar de unieke ooggetuige die nauwgezet de sfeer van huiselijkheid beschrijft waarin de oude vorstin haar werkzaamheden verrichtte. Zou ze, luidde de vraag, de laatste alinea's van haar tekst nòg een keer kunnen voorlezen? Jawel, antwoordde Juliana: ""Maar dan moet u mij daar extra voor betalen.'