Debat over relatie OM en minister is nog niet beëindigd

ROTTERDAM, 28 NOV. De minister van justitie heeft volgens de president van de club van rechters en officieren van justitie, mr. A.H. van Delden, “belangrijke nuanceringen” aangebracht in zijn bij de begroting beschreven opvatting dat hij officieren van justitie ook in individuele strafzaken aanwijzingen kan geven. Dit blijkt volgens betrokkenen uit een vertrouwelijk stuk dat de weergave is van een onderhoud dat Hirsch Ballin op 28 oktober heeft gehad met de procureurs-generaal. Deze waren ontstemd dat de minister had aangekondigd zich nadrukkelijker met het beleid van het OM te willen bemoeien en eisten opheldering.

Het betekent een nieuw hoogtepunt in een de afgelopen vier jaar steeds weer opvlammend debat over de relatie tussen de minister van justitie en het OM. De PG's waren tevreden: de minister had ingebonden. Toch lijkt de discussie nog even te zullen voortduren want de minister laat desgevraagd weten het vertrouwelijke stuk niet openbaar te zullen maken zoals Kamerleden en ook de top van het OM wil. Openbaarmaking heeft volgens Hirsch Ballin geen zin want er is “geen sprake van een beleidswijziging”.

Tweede Kamerleden kondigen aan de minister om opheldering te zullen vragen. Daarbij zal de discussie gaan over de vraag, hoe artikel 5 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie moet worden geïnterpreteerd? “De ambtenaren bij het openbaar ministerie zijn verplicht de bevelen na te komen welke hun in hun ambtsbetrekking door de daartoe bevoegde macht, vanwege de Koning, zullen worden gegeven”.

Enigszins gechargeerd luiden de posities dat het departement van justitie de officier van justitie het liefst ziet als een hiërarchisch ondergeschikte ambtenaar van een buitenfiliaal. Diametraal daartegenover staat de mening dat een officier van justitie lid is van de rechterlijke macht die alleen verantwoording aflegt tegenover de rechter.

Vooral onder minister Korthals Altes en zijn huidige opvolger Hirsch Ballin is de discussie over de reikwijdte van de zogeheten aanwijzingsbevoegdheid van de minister van justitie op gang gekomen. Zij vinden dat het OM niet mag bestaan uit 350 individuele officieren van justitie die betrekkelijk willekeurig dossiers van de stapel plukken en ins Blaue hinein aan het vervolgen slaan. Het parket moet een strak geleid en efficiënt opererend bedrijf zijn.

Met die voornemens tot het managen van het OM werd de discussie over de relatie parket en ministerie meteen meer dan alleen een theoretisch, staatsrechtelijk discours. De PG's hebben de afgelopen jaren herhaaldelijk de vrees uitgesproken voor te veel interventie van de zijde van de minister van justitie. Daarbij was het voor het OM helemaal onbespreekbaar dat een minister van justitie zich ging bemoeien met de behandeling van individuele strafzaken.

In de ontuchtzaak Oude Pekela en de ontvoeringszaak Heijn heeft Korthals Altes zich nadrukkelijk met afhandeling van strafzaken bemoeid. Bij het OM wordt ook met veel wrevel teruggedacht aan een incident uit 1987 toen Korthals Altes het OM opdracht gaf over te gaan tot vervolging wegens meineed van een getuige die een verklaring had afgelegd voor de parlementaire enquêtecommissie bouwsubsidies. Het parket wilde de getuige niet vervolgen bij gebrek aan bewijs. Na een dienstbevel van Korthals Altes is de getuige toch vervolgd. De zaak eindigde overigens in een vrijspraak.

Het OM wil dat bij de beslissing tot vervolging wordt vertrouwd op het eigen professionele oordeel van de officier van justitie. Daarom ontstond bij de PG's ook zoveel commotie toen Hirsch Ballin dit jaar bij zijn begroting liet weten eventueel ook geraadpleegd te willen worden over een requisitoir. Die opvatting week overigens af van een concept-versie over dit onderwerp die veel gematigder van toon was en ook de goedkeuring van de PG's had. Hirsch Ballin had aan de definitieve versie enige stevige zinnen toegevoegd waarin hij meer bemoeienis aankondigde.

In het nieuwe vertrouwelijke document staat dat de minister alleen bij “zeer zwaarwegende redenen” officieren van justitie opdrachten zal geven en zich in principe alleen achteraf met individuele zaken zal bemoeien. Over wat dat nu betekent, lopen de meningen van beide partijen al weer uiteen. Wordt vervolgd.