De verbale en mimische vermogens van Rowan Atkinson

Rowan Atkinson live, zondagavond, Ned.3, 21.41-22.46u.

Het is in de eerste plaats zijn hoofd. Vreemd geproportioneerd, met een fiks paar oren, zwaar aangezette wenkbrauwen boven een ietwat lodderige oogopslag en een brede mond, voorzien van dikke lippen die gemakkelijk een meesmuilende of sardonische stand kunnen aannemen. Zo'n gezicht moet voor een komiek een godsgeschenk zijn. Maar bovenal is het wat Rowan Atkinson met dat hoofd en dat dunne lijfje eronder doet; alleen een merkwaardig uiterlijk maakt nog geen uitzonderlijk komiek.

Zondagavond vertoont de VPRO een fraaie staalkaart van al zijn verbale en mimische vermogens, een jaar geleden geregistreerd in een theater in Boston - als afsluiting van de tien jaren waarin Atkinson, samen met aangever Angus Deyton, zijn repertoire heeft vervolmaakt. Twaalf op zichzelf staande scènes, waarvan sommige al dateren uit de studentikoze cabaret-revues van Oxford en zijn eerste solo-optreden in het befaamde festival van Edinburgh. Een paar absurde sketches in de Python-traditie (een hilarisch gesprek tussen de vader van een leerling en het hoofd der school, een langzaam ontsporend bijbelverhaal), fraaie monologen, een scène uit Mr. Bean en nog wat mime-nummers waarbij Deyton met bijpassend poker face de explicatie verzorgt.

Mime en monologen vormen een vaste verschijningsvorm in de loopbaan van Rowan Atkinson. In zijn eerste theatershow (1979) kwam al een mannetje voor met jeuk aan zijn neus. Het vormde een fraai contrast met een ander nummer dat nu juist alles te danken had aan Atkinsons afgemeten dictie: de schoolmeester die streng de lijst met namen van leerlingen voordraagt, om te noteren of iedereen aanwezig is: Bland? Nibble? Orifice? Zob? Rare namen, met veel b's erin, want van de b-klank maakt hij iets heel bijzonders - een b met een plopje, die nog lang op zijn hele gezicht doortrilt. Ook de schrijvers van de serie Blackadder maakten voor het komisch effect vaak gebruik van die kunstgreep.

Het namennummer heeft in het laatste theateroptreden een vergrovende ingreep ondergaan. De namen zijn nu ontleend aan de erogene zones: Anus? Arsebandit? Bottom? Clitoris? Ook heel gek, maar de oerversie met de pesterig lange stiltes was me liever.