De nachtmerries van een centrale bankier

AMSTERDAM, 28 NOV. In het bank- en verzekeringswezen is een schisma ontstaan tussen de toezichthouders De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer. De Verzekeringskamer is het oneens met de centrale bank over het toezicht op de grote bank-verzekeraars zoals Internationale Nederlanden Groep ING, Rabo-Interpolis en Fortis (Amev, AG en Verenigde Spaarbanken).

President van de Nederlandsche Bank, dr.W.F. Duisenberg, zei gisteren op een lezing in Amsterdam dat niet te ontkomen valt aan verdere verbreding van het toezicht. Zijn directeur die belast is met het toezicht op het bankwezen, drs.T. de Swaan, heeft al eerder benadrukt dat de controle naar verzeker-banken toe versterkt dient te worden. De Verzekeringskamer wil daar niet aan.

De Nederlandsche bank toetst bij voorbeeld de ING Bank (de vroegere NMB en de Postbank), terwijl de qua balanstotaal veel belangrijkere Nationale Nederlanden valt onder de Verzekeringskamer. De holding onttrekt zich afgezien van een jaarlijkse beoordeling plus enkele vermogenseisen aan het zicht van beide toezichthouders. Dat betekent dat de toezichthouders niet in details op de hoogte hadden behoeven te zijn van een overnamepoging van de tweede bank van België, Bank Brussel Lambert. Dat was een zaak van de holding, die overigens de overneming vorig week afblies. De Nederlandsche Bank wil over dit soort belangrijke strategische beslissingen wel meepraten.

De Verzekeringskamer wil echter het huidige systeem van controle, vastgelegd in het "Protocol', in grote lijnen behouden. De kamer vindt dat een werkmaatschappij, met duidelijke regels voor bestuur en financiële kruisverbanden, goed valt te controleren. Daarentegen zou, volgens de Verzekeringskamer, toezicht op een holding niet goed mogelijk zijn, omdat de consolidatie-grondslagen van banken en verzekeraars te zeer verschillen.

Bovendien zouden eisen aan het eigen vermogen van een holding, volgens de Verzekeringskamer, een concurrentienadeel kunnen betekenen. Daarmee zou men juist in de hand werken dat andere ondernemingen, die geen speciaal toezicht hebben, profiteren.

In de controverse tussen De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer kan een verschil tussen de instellingen een rol gespeeld hebben. Tegenover de traditionele, statusbewuste centrale bank staat de jonge, onervaren Verzekeringskamer. Pas sinds september is de kamer verzelfstandigd.

Nog belangrijker is waarschijnlijk het verschil in benadering van de risico's. De Nederlandsche Bank had te maken met een failliete Tilburgsche Hypotheekbank, een "besmet' Slavenburg en kort geleden nog met door de bank niet gewenste privé-beleggingen van ING-bestuurders. Internationaal werd de bank geconfronteerd met de malaise van de Amerikaanse spaarbanken en de problemen in de Scandinavische financiële wereld.

De Verzekeringskamer kent minder turbulenties. In het recente verleden was er in 1983 slechts één verzekeraar (Amfas) die niet meer aan zijn verplichtingen kon voldoen.

In het bankwezen staan de problemen voor de deur. Duisenberg liet gisteren in zijn toespraak opvallend vaak het woord risico vallen. Het risico dat de nieuwe financiële instellingen onder druk van de concurrentie nieuwe vergissingen maken, zoals in het verleden bij kredietverlening aan ontwikkelingslanden en woninghypotheken. Hij noemde het risico van de opkomst van ingewikkelde nieuwe financiële produkten, de derivaten zoals valuta-opties, die niet of niet ten volle op de balans van banken zijn terug te vinden. Op derivaten kan de Nederlandsche Bank minder toezicht uitoefenen.

Duisenberg wees ook op de risico's van de eenwording van Europa. Bij wijze van spreken kan de Banca di Palermo straks in de Kalverstraat beginnen, alleen vallend onder de controle van de Italiaanse bank. Duisenberg moet proberen om de Europese controle te harmoniseren, anders ontstaan er niet alleen verschillen in toezicht maar ook in concurrentiepositie.

Hij wees ook op de "systeemrisico's', al actueel sinds de aandelenkrach in 1987. De omvang en omloopsnelheid van het geld is door de computersystemen gigantisch geworden. Volgens Duisenberg wordt er per dag in Nederland al 60 miljard gulden aan vereveningen en interbancaire verplichtingen afgehandeld. Stel dat sommige instellingen aan het einde van de dag ontdekken dat ze die geldstroom niet goed hebben afgedekt. “Een nachtmerrie voor elke centrale bankier”, aldus Duisenberg.

Bij de problematiek die Duisenberg schetst, kan de toezichthouder alleen maar zoeken naar nieuwe wegen van toezicht. Formalistische oplossingen als het maken van afspraken tussen werkmaatschappij en holding, zoals de Verzekeringskamer voorstelt, lijken niet te passen in de wereld waar vennootschappen bij bosjes uit de grond gestampt worden en verdwijnen.

De opmerking van de Verzekeringskamer dat een holding toch niet adequaat te controleren valt, lijkt na de toespraak van Duisenberg meer waarheid dan ooit. Tegelijk heeft die opmerking uit de mond van een toezichthouder waarschijnlijk minder bestaansrecht dan ooit.